We denken steeds meer in zwart-wit

WikiLeaks, Medialogica, BING: ze zouden nuance brengen en de zwart-witcultuur bestrijden. Maar ze werden zelf door die cultuur geïnfecteerd, betoogt Jan Kuitenbrouwer.

Vogue, Elle, Linda, ze zeggen het allemaal: dé trend van het moment is ‘zwart-wit’. En niet alleen in de etalages van Zara, H&M en de Bonneterie, de grijstinten zijn overal ‘uit’. Weg met de nuance. Zwart-wit regeert.

Door Edward Snowden horen we de laatste weken weer af en toe van Julian Assange. Nog geen twee jaar geleden domineerde hij de voorpagina’s als de man die het aanzien van de journalistiek voor eeuwig had veranderd. Pershistorici van komende generaties zouden de geschiedenis indelen in VW en NW: voor WikiLeaks en na WikiLeaks. Assange ging het nieuws teruggeven aan de burger. ‘Wetenschappelijke journalistiek’ noemde hij het: geen filters meer, geen framing, selectie of manipulatie. Alle beschikbare informatie direct in handen van de lezer. Alleen zó zouden wij ooit de echte, naakte waarheid leren kennen.

Assange kreeg een video in handen waarop te zien is hoe Amerikaanse Apachehelikopters boven Bagdad per abuis twee werknemers van Reuters neerschieten en schijnbare burgers onder vuur nemen die de gewonden te hulp schieten. In plaats van de volle 39 minuten van die video publiceerde WikiLeaks Collateral Murder, een korte montage die de indruk wekt dat er aan Amerikaanse zijde slechts brute moedwil in het spel was, terwijl de volledige footage een genuanceerder beeld laat zien: er was moedwil, maar ook misverstand. ‘Wetenschappelijke journalisten’ houden zelf eigenlijk ook niet van grijstinten.

Het moderne mediasysteem, met al zijn defecten, scoringsdrift, tunnelvisie, manipulatie, is een prachtig onderwerp voor een televisieprogramma, dachten ze bij de VPRO en Human. Medialogica heet het. Er werden gedenkwaardige uitzendingen gemaakt over ‘Haren’, Johannes de Bultrug en de zaak-Yunus. Vorige week ging het over de manier waarop Peter R. de Vries zonder lijk of bekentenis de moord op Natalee Holloway ‘oploste’. En ja, ook bij dit programma zie je het binnensluipen: scoringsdrift, tunnelvisie en manipulatie. De casus wordt niet klinisch ontleed, nee, er heeft een wandaad plaatsgevonden, er is een dader, een verhoor en een vonnis. Er móét iemand over de knie, alsof het niet om een sociaal-cultureel fenomeen gaat, maar om een zaak van persoonlijk falen. De journalistieke trukendoos gaat daarbij net zover open als in de berichtgeving die gefileerd wordt. Als de beklaagde even aarzelt of hakkelt, wordt dit dankbaar in de montage verwerkt; dat de interviewer zich vergist of het even niet meer weet zie je nooit. Als een geïnterviewde bedingt dat er niet in het interview geknipt mag worden, zoals De Vries deed, krijg je meteen een heel andere balans. Ook Medialogica ontkomt niet aan de medialogica: grijs is uit, zwart-wit is in.

Gehoord en gezien worden

Vorige week bracht nog een voorbeeld. Had je voor smaad en laster vroeger nog de pers nodig, dankzij internet hoeft dat niet meer. Lukrake beschuldigingen en insinuaties vliegen over en weer, lokale bestuurders vallen bij bosjes, of ze nu iets misdaan hebben of niet. En dus begon de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een bureau dat zulke incidenten moet onderzoeken, BING, Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten, bekend van Bram Peper en de bonnetjes. In 2008 werd BING ‘verzelfstandigd’, dat wil zeggen: een commerciële onderneming, en sindsdien produceert het met regelmaat ondeugdelijke rapporten die door de rechter of de Accountskamer naar de prullenbak worden verwezen. Bestuurders die door BING werden vrijgepleit, blijken het toch te hebben gedaan en andersom.

Zorgvuldigheid en nuance combineren slecht met de productiedruk en profileringsdrang van een marktpartij, en de integriteitsbewaker maakt er zelf een potje van. WikiLeaks, Medialogica, BING: wat begon als weermiddel tegen de zwart-witcultuur en het digitale schervengericht, wordt er zelf door geïnfecteerd.

Niet alleen kranten en televisie, we zijn allemáál voortdurend met kijk- en bereikcijfers bezig. Overheidsdiensten worden ‘verzelfstandigd’, vaste werknemers worden ‘zzp’er’ en om het te redden moeten ze gehoord en gezien worden. Ga op bezoek bij een van die vele organisaties die op dit moment hun subsidie kwijt dreigen te raken, en het woord dat door de gangen zoemt is ‘zichtbaarheid’. ‘We moeten zichtbaarder zijn.’ Waar zijn nog mensen die hun werk kunnen doen zonder zich nerveus af te vragen of ze wel ‘zichtbaar’ zijn? Ook dat danken we aan het neoliberalisme: een geweldige stijging van het aantal mensen en organisaties dat om onze aandacht vecht. Om ‘zichtbaarheid’. En met gedekte grijstinten lukt dat nu eenmaal niet. Vandaar: zwart-wit. Dat is het echt hé-le-maal.