Van Rossem over de kosten van de EU

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

Historicus Maarten van Rossem vorige week in tv-programma Oog in Oog.

De aanleiding

Historicus Maarten van Rossem staat bekend als een voorstander van de Europese Unie. Vorige week was hij te gast bij het tv-programma Oog in Oog, waar hij werd geïnterviewd door Sven Kockelmann. Halverwege het interview ging het over de kosten van de EU. Van Rossem draaide de rollen in het gesprek om, en stelde zelf een vraag aan Kockelmann: „Wat zijn de kosten van de Europese Unie als deel van het bruto binnenlands product van de Unie, wat denkt u?” Kockelmann: „Niet veel, 0,6 procent?” Van Rossem: „Nou, het is iets meer. Dat is wettelijk vastgelegd: het is ruim 1 procent. Ik geloof dat de EU ongeveer evenveel ambtenaren in dienst heeft als de gemeente Amsterdam.”

We checken hier twee beweringen van Van Rossem. De eerste is dat de EU ongeveer evenveel ambtenaren in dienst heeft als de gemeente Amsterdam. En de tweede is dat de kosten van de EU als deel van het bruto binnenlands product van de Unie ruim 1 procent zijn, en dat dit percentage wettelijk is vastgelegd.

‘EU heeft evenveel ambtenaren als de gemeente Amsterdam’

Maarten van Rossem vertelt telefonisch dat hij doelt op het „ambtelijke apparaat in Brussel”. Hij weet niet meer waar hij zijn uitspraak op heeft gebaseerd. „Ik heb het ooit gehoord.” De gemeente Amsterdam had op 1 januari van dit jaar 14.060 fte’ers in dienst, zegt een woordvoerder van de gemeente. Daaronder vallen alle werknemers, ook de mensen die bij de stadsdelen en de ondersteunende diensten werken. Bij de Europese Commissie (het uitvoerende orgaan van de EU) werken dit jaar 32.666 mensen, waarvan 21.467 in Brussel, blijkt uit een personeelsoverzicht.

Maar de EU is méér dan de Europese Commissie, en méér dan Brussel. De ambtenaren bij onder meer het Europees Parlement, de Europese Raad, Europol en het Hof van Justitie kunnen in deze context niet uitgesloten worden. Volgens het voorlichtingsbureau van de Europese Commissie in Den Haag werken in totaal bij alle instellingen, instanties en agentschappen van de EU ongeveer 55.000 ambtenaren en andere personeelsleden – in Brussel, Luxemburg en de rest van Europa en de wereld. Nationale ambtenaren die betrokken zijn bij het opstellen van Europese wetsvoorstellen en invullen van details van EU-wetgeving worden niet meegeteld, zij staan op de loonlijst van nationale overheden.

Van Rossem stelde dat de EU evenveel ambtenaren heeft als de gemeente Amsterdam. Gezien het grote verschil tussen het aantal ambtenaren dat bij de EU en de gemeente Amsterdam werkt, beoordelen we de bewering als onwaar.

‘Kosten EU als deel van bruto binnenlands product zijn ruim 1 procent, dat is wettelijk vastgelegd’

Onder de kosten verstaan we hier het volledige EU-budget. Dus niet alleen de kosten voor lonen, gebouwen en administratie, maar ook uitgaven voor bijvoorbeeld landbouw, infrastructuurprojecten en innovatie.

Het meeste recente financiële jaarverslag van de EU is over 2011. In het jaarverslag wordt met het bruto nationaal inkomen (bni) gewerkt, en niet met het bruto binnenlands product (bbp), zoals Van Rossem deed in het interview. Het bni is de gebruikelijke meeteenheid om de omvang van een economie in te schatten. Het geeft een indicatie van de welvaart voor burgers in een land, en in het geval van de EU van een hele regio. Het bni wordt zo berekend: het bbp (totale geldwaarde van alle in een land geproduceerde goederen en diensten) plus de door de inwoners van het eigen land in het buitenland verdiende inkomens minus de door buitenlanders in het betreffende land verdiende inkomens.

Het bni van de EU in 2011 bedroeg 12.629 miljard euro. Voor de kosten kijken we naar wat de EU heeft uitgegeven in 2011. In het jaarverslag staat dat de EU dat jaar 126.497 miljoen euro uitgaf. Dit betekent dat de uitgaven 1,001 procent van het bni bedroegen. Ook als je met het bbp zou werken, zoals Van Rossem deed, kom je ongeveer op 1 procent uit. Dit staat op de feiten- en mythepagina van de Europese Commissie over het Europees budget.

Klopt het dat dit ook wettelijk is vastgelegd, zoals Van Rossem beweert? Ja. In 2007 besloot de Europese Raad dat de gezamenlijk afdrachten van de lidstaten aan de EU nooit hoger mogen zijn dan 1,24 procent van het totale bni van de Europese Unie. Dit is een budgettair plafond waaraan de Europese Commissie zich moet houden. Het percentage kan lager uitvallen, dat is een kwestie van onderhandelen en keuzes maken. Iedere zeven jaar maakt de EU een nieuwe begroting, begin dit jaar nog voor de periode 2014-2020. Afgesproken is dat het plafond voor deze periode maximaal 1,04 procent van het bni bedraagt.

Van Rossum stelde dat de kosten van de EU als deel van bruto binnenlands product ruim 1 procent zijn, en dat dit wettelijk is vastgelegd. Hij had het over het bruto binnenlands product, de EU werkt met het bruto nationaal inkomen, een klein definitieverschil. Op dat detail na klopt zijn uitspraak. Wij beoordelen de bewering daarom als grotendeels waar.