Premier Rajoy pareert kritiek met zwijgen

De Spaanse premier Mariano Rajoy raakt dieper verwikkeld in het corruptieschandaal rond zijn partij. Maar hij blijft want de oppositie is zwak.

De verlegen, mediaschuwe Mariano Rajoy is geen begenadigd spreker. Dat breekt hem op nu een corruptieschandaal binnen zijn eigen partij elke dag verder escaleert. Ook gisteren moest de Spaanse premier zich weer in vreemde bochten wringen. Hij mijdt gewoonlijk de media. Maar gisteren, na afloop van een bezoek van de Poolse premier Donald Tusk, kon hij niet om een persconferentie heen.

De zaal zat vol, niet voor Tusk, maar wegens de affaire-Bárcenas, die al weken het nieuws domineert. Luis Bárcenas, die twintig jaar lang de kas van regeringspartij Partido Popular (PP) beheerde, wordt verdacht van grootschalige belastingontduiking en andere fraude en sleurt in zijn val de partij mee. De PP zou twee decennia lang illegale donaties hebben ontvangen uit het bedrijfsleven. Geld dat deels werd doorgesluisd naar de partijtop, onder wie Rajoy.

Sinds de partij vanaf dit voorjaar Bárcenas geleidelijk heeft laten vallen, lekt hij druppelsgewijs compromitterende informatie naar de pers en naar de onderzoeksrechter. Gistermorgen werd Bárcenas, die sinds eind juni vastzit, opnieuw verhoord. Hij zou onder meer verteld hebben dat de PP hem een half miljoen zwijggeld aanbood.

Het is nog onduidelijk wat allemaal waar is van Bárcenas aantijgingen. Maar eind januari werd al de schaduwboekhouding openbaar die hij jarenlang bijhield. Aanvankelijk bestreed hij dat deze echt was, maar vorige week zondag bevestigde hij in El Mundo de illegale donaties. Eergisteren publiceerde dezelfde krant de sms’jes die Rajoy hem stuurde tussen 2011 en maart 2013. Hierin roept hij Bárcenas op ‘sterk’ te zijn. De premier sluit de berichtjes af met ‘un abrazo’ – een omhelzing.

Op de persconferentie werd gisteren een kritische journaliste van El Mundo, een van de twee Spaanse journalisten die waren aangewezen om een vraag te stellen, overgeslagen. In haar plaats wees de premier een verslaggever aan van de regeringsgezinde krant Abc. Het antwoord op diens plichtmatige vraag las Rajoy deels voor van een spiekbriefje.

De rechtspraak in Spanje is onafhankelijk, zei Rajoy, anders had Bárcenas nu niet vastgezeten. Als premier kon hij niet elke keer „geruchten en insinuaties” ontkennen. Ook de vraag van staatspersagentschap EFE kon hij gemakkelijk ontduiken. Rajoy stelde dat politieke stabiliteit voor Spanje in deze eurocrisistijd ,,een belangrijke waarde is”.

Rajoy gebruikt in het parlement zijn absolute meerderheid om daar zo min mogelijk te verschijnen. En hij neemt de naam Bárcenas niet in de mond. Het avondjournaal van staatszender TVE, dat toenemend onder regeringscontrole staat, berichtte over diens voorarrest zonder de PP te noemen.

Volgens de socialistische oppositieleider Alfredo Pérez Rubalcaba zou een Britse of Duitse premier onmiddellijk „naar het parlement rennen om uitleg te geven”. Dit weekeinde, na de sms’jes-primeur, riep Rubalcaba Rajoy op om te vertrekken. Maar hij vroeg niet om vervroegde verkiezingen. De socialisten willen eerst een nieuwe leider vinden en de slechte herinnering aan de vorige, socialistische premier Zapatero (2004-11) laten wegzakken.

Rajoys kan zodoende relatief onbedreigd door regeren. Hij gokt er op dat de economie vanaf volgend jaar langzaam aantrekt, de socialisten ondertussen impopulair blijven en het schandaal in Spanje’s trage juridische molens blijft steken. In 2015, verkiezingsjaar, hoopt hij dat de altijd trouwe rechtse kiezer hem zal herkiezen. Waarschijnlijk niet met een absolute meerderheid. Maar tegen die tijd valt mogelijk zaken te doen met de Catalaanse regionationalisten, die ook in doodsnood verkeren.

Het is geen aanpak die het vertrouwen van burgers in de politiek zal vergroten. Maar het past wel binnen Rajoys politieke carrière, die gebouwd is op uithoudingsvermogen. Rajoy komt uit Galicië, de regenachtige noordwesthoek van het land. Een regio van enigszins achterdochtige, zwijgzame mensen, maar ook van sterke leiders.

Begin deze eeuw kon hij als oppositie- en PP-leider eindeloos twijfelen, om vervolgens keiharde besluiten te nemen, die bovenal zijn eigen positie verstevigden. Zodoende wist hij twee verkiezingsnederlagen (in 2004 en 2008) te overleven. En op dezelfde weinig spectaculaire manier geeft hij nu invulling aan zijn premierschap. Of zoals Rajoy aan Bárcenas sms’te: „Kalmte is het laatste wat we kunnen verliezen”. En: „Uiteindelijk is het leven weerstand bieden.”