Het gaat goed/slecht met de journalistiek (1)

Jaarrapport Trends in Newsrooms 2013

Gaat het onverbiddellijk slecht met de journalistiek of is er hoop?

Henk Steenhuis, oud-hoofdredacteur van HP/De Tijd, trapte gisteravond een drieluik over journalistiek af (Iedereen journalist, NTR). Het was een sombere eerste aflevering, ‘Crisis’, die de bekende toon zette over kranten. Dalende oplages, verdampende inkomsten uit advertenties, kommer en kwel, einde van de papieren krant in zicht.

Maar een ondergangsverhaal wil hij niet houden, onderstreepte Steenhuis in interviews. En de titels van de volgende afleveringen, ‘Overleven’ en ‘De nieuwe journalist’, beloven zowaar licht aan het einde van de tunnel.

Terecht?

In elk geval geeft ook het jaarlijkse rapport van de World Association of Newspapers and News Publishers (WAN-IFRA), een wereldwijde organisatie van nieuwsmedia, reden tot hoop. Na jarenlange tegenslagen, zit er weer beweging in de journalistiek, stelt het rapport vast. Trends in Newsrooms 2013 signaleert ,,veelbelovende, interessante en waardevolle’’ nieuwe initiatieven. Op technologisch gebied, maar ook bedrijfseconomisch – de achilleshiel van de krant in het internettijdperk – en met online lezerscontacten. Het rapport is hier te downloaden, gratis voor leden van de organisatie.

Een aantal van die trends, met name de multimediale, zijn alweer jaren geleden ingezet, meteen na de komst van internet. Maar ze krijgen nu een nieuwe impuls door de ‘mobiele revolutie’. De grote vraag blijft natuurlijk: hoe gebruikt een organisatie ze, hoe relevant zijn ze, en welke bijdrage leveren ze aan een structurele vernieuwing van de journalistiek?

Kort samengevat ziet het rapport de volgende ontwikkelingen:

* Het oprukken van mobiele informatiedragers voor nieuws en langere journalistieke producties. De tijd dat digitale content beperkt bleef tot websites is voorbij. Volgens het rapport nam de verkoop van smartphones en tablets in 2012 wereldwijd toe met 78, 4 procent. Dat betekent een nieuw kanaal voor het aanbieden van journalistieke content. Ook in Nederland springen uitgevers op die mogelijkheid in. NRC Media lanceerde een ‘Reader’ voor iPad (inmiddels ook voor iPhone) en een nieuwe mobiele site.

Dat zal volgens sommigen in het rapport een ‘mobile first’ aanpak van nieuws bevorderen: eerst publiceren op smart phone en tablet, dan pas in de krant. Hoe dan ook kan het een omslag betekenen in de vraag hoe breaking news wordt gepresenteerd.

* Experimenten met nieuwe verhaaltechnieken om journalistieke inhoud voor het voetlicht te brengen. The New York Times won een Pulitzer met Snow Fall, een multimedia-productie over extreem winterweer. Het rapport vermoedt dat zulke producties, met integratie van tekst, audio, video, foto’s en kaarten, steeds meer de norm worden voor digitale journalistiek. De site nrc.nl presenteerde onlangs ‘De dag dat Berry van Aerle Europees kamioen werd’, een multimedia-productie bij het 25-jarig jubileum van het EK-kampioenschap van Oranje.

Zoiets hoeft niet louter amusement te zijn, liever niet zelfs: het kan ook maatschappelijke waarde hebben; de site ProPublica lanceerde een project waarbij gesignaleerde gebreken van 14.500 Amerikaanse verpleeeghuizen op eenvoudige wijze toegankelijk en doorzoekbaar werden gemaakt. Bij uitstek een voorbeeld van relevante multimedia-journalistiek.

* Pogingen om betaalde digitale inhoud te introduceren lijken aan te slaan. Jarenlang gaven nieuwsmedia hun inhoud gratis weg op hun sites. Iedereen vindt dat inmiddels knettergek, het gebeurde in het heilsklimaat rond het ‘Wereld Wijde Web’ halverwege de jaren negentig, waarin de verwachting was dat informatie voortaan ‘vrij’, dus gratis moest zijn.

Maar waarom eigenlijk? Veel kranten zijn nu begonnen geld te vragen voor hun content; bijvoorbeeld voor wie op een site, binnen een bepaalde tijd meer dan tien stukken wil lezen. Onder meer The New York Times en de Canadese Globe and Mail experimenteren daarmee. Bij The Times leidde dat wel tot minder groei van het aantal online-abonnees, maar waarschuwingen dat ‘de grens’ nu was bereikt bleken loos. Ook elders trekken kranten ‘betaalmuren’op. Bij de Deense Jyllands-Posten is inmiddels 25 procent van de online content alleen tegen betaling toegankelijk.

De digitale oplage van kranten groeide ook in Nederland de afgelopen jaren gestaag en lijkt in een versnelling te komen. Zo is de totale betaalde oplage van NRC Handelsblad en nrc.next licht gestegen dankzij digitale abonnementen. Bij NRC Handelsblad is het sinds april ook mogelijk om losse nummers te kopen op de site.

En dan zijn er nieuwe kansen om adverteerders terug te halen, die wel een stevig beroep doen op het kritische vermogen van een nieuwsorganisatie.

* De opkomst van sponsored content. Adverteerders eisen steeds vaker nieuwe vormen om hun waren aan te prijzen die effectiever zijn dan simpele advertenties en vaak lijken op reguliere journalistiek: reportages, interviews, zelfs nieuwsberichten. Het risico: de schijn van vermenging van journalistiek en commercie, en dus van aantasting van de kernwaarde van professionele journalistiek: onafhankelijkheid.

Het rappport geeft een paar tips:

Geef duidelijk aan wanneer een bijlage of productie commercieel is, en niet redactioneel; leg uit wie de sponsors zijn, en of ze ook iets over de inhoud te zeggen hadden; vraag je af: zou deze gesponsorde productie slecht zijn voor de reputatie van de krant als het een een redactionele productie was; kies alleen merken die bij het medium passen; laat redactie en marketing wel samenwerken maar hou de verantwoordelijkheden streng gescheiden.

Zie ook mijn eerdere blogs hierover, zoals die over een miskleun van The Atlantic en nieuw beleid van The Washington Post.

En tenslotte kan nog steeds beter worden benut:

* De mogelijkheid van online interactie met abonnees en bezoekers van krantensites. Dat kan lezers binden aan de krant, interessante debatten opleveren en leiden tot tips en infomatie. Maar het opzetten en modereren van discussies trekt ook een wissel op de redactie, vooral als de bezoekersaantallen toenemen. Veel media (ook nrc.nl) modereren bijdragen vooral achteraf, om de snelheid van een discussie te waarborgen. Maar daardoor is er behoefte aan criteria. De richtlijnen die nrc.nl hanteert zijn hier te vinden.

Naar ervaringen met onlinereacties gaat de organisatie eigen nader onderzoek doen. Uw suggesties voor nrc.nl zijn hier natuurlijk ook welkom.

Meer over dit onderwerp na de twee resterende aflveringen van Iedereen journalist.