Niet onderschatten, deze baan

Voormalig PvdA-leider Cohen gaat „mensen met een vlekje” aan werk proberen te helpen. Een belangrijke baan in „woelige tijden”.

Job Cohen

Of het hem verbaasde dat zijn benoeming Teletekst haalde? Oud-PvdA-leider Job Cohen reageert aan de andere kant van de lijn onaangedaan. „Verbaasd, verbaasd...wat zal ik zeggen? Ik ben 65 jaar en doe alleen nog dingen die ik leuk, interessant en belangrijk vind. Wat anderen ervan vinden, kan mij eerlijk gezegd geen snars schelen.”

Gisteren werd bekend dat Cohen is voorgedragen als voorzitter van Cedris, de organisatie van bedrijven in de sociale werkvoorziening. Hij volgt Iris van Bennekom op, ex-directeur van patiëntenorganisatie NPCF en op Volksgezondheid, die de functie na anderhalf jaar niet meer kon combineren met haar andere werk. Het is de zesde bestuursfunctie sinds Cohen vorig jaar de politiek verliet. „Ik moet oppassen dat ik niet te veel werk op me neem”, lacht hij.

Cohen stond bovenaan het lijstje, zegt Cedris-bestuurslid Lisette Bosch. „Het gaat om een politiek gevoelig dossier” en er staan „woelige tijden voor de deur”. Bosch: „Cohen heeft de bestuurlijke ervaring, rust en overtuigingskracht om het onderwerp in Den Haag goed over het voetlicht te brengen. En ja, zijn netwerk is omvangrijk.”

Met woelige tijden doelt ze op de invulling van de Participatiewet, de grote bezuinigingsoperatie aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Belangrijk onderdeel uit het sociaal akkoord is dat sociale partners het voor het zeggen krijgen bij de werkvoorziening, maar daar verzetten die bedrijven zich tegen.

„Politiek en maatschappelijk verandert er op het moment veel”, zegt hoogleraar bestuurskunde Paul Frissen. Het gewicht van Cohens nieuwe functie, in principe een dag werk per week, moet volgens Frissen niet worden onderschat.

Dat gebeurde wel op de sociale media, waar Cohens benoeming met hoon werd overladen. Zoals ook gebeurde toen de vorig jaar teruggetreden PvdA-leider voorzitter werd van de commissie die de ‘Facebook-rellen’ in Haren ging onderzoeken.

Cohen maakt er geen geheim van zichzelf als slachtoffer van de tegenwoordig allesbepalende beeldvorming te zien. In twee jaar tijd veranderde hij van de geheide premierskandidaat in de risee van het Binnenhof. De kalmte en afgewogenheid waarmee hij als burgemeester negen jaar Amsterdam had bestuurd, keerden zich in de Haagse worstelarena tegen hem. Cohen miste de verbale directe, zodat iemand als PVV-leider Geert Wilders hem openlijk voor schut kon zetten.

In februari vorig jaar hield hij het voor gezien. „Terugkijkend moet ik helaas vaststellen dat ik er in de politieke en mediawerkelijkheid van Den Haag onvoldoende in ben geslaagd om de weg naar een ander beleid geloofwaardig over het voetlicht te brengen”, zei Cohen. Hij vertrok met de boodschap zijn bijdrage te willen blijven leveren aan de publieke zaak.

Zoals de sociale werkvoorziening. Werkgevers zijn bereid 100.000 mensen met een beperking aan een baan te helpen. „Een groot lichtpunt”, vindt Cohen. Maar nóg belangrijker vindt hij dat werkgevers het gevoel krijgen dat ze iets te winnen hebben. „Iemand met slecht zicht kan perfecte hersens hebben. Werkgevers moeten over dat slechte zicht heen durven kijken. Zo lang het voor mensen met een vlekje lastiger is werk te vinden dan voor mensen zonder vlekje, zijn wij zelf onze grootste tegenstander.”