Mensen in pak

Toen iemand voorstelde een paar dagen naar Disneyland Parijs te gaan, doemde er direct een nachtmerrieachtig visioen op: Disneyland – dat betekende mensen in pluche pakken. Alsof er ieder moment een bontpoot op je kont gelegd kan worden Mensen in een pluche dierenpak behoren tot dezelfde categorie als de Russische maffia en clowns: je knaagt

Toen iemand voorstelde een paar dagen naar Disneyland Parijs te gaan, doemde er direct een nachtmerrieachtig visioen op: Disneyland – dat betekende mensen in pluche pakken.

Alsof er ieder moment een bontpoot op je kont gelegd kan worden

Mensen in een pluche dierenpak behoren tot dezelfde categorie als de Russische maffia en clowns: je knaagt liever je linkerarm af dan dat je ze in een donker steegje tegenkomt. Het heeft iets te maken met de volgende aspecten:

- Zo’n pluchen beest praat nooit, ze beelden slechts dingen uit. Dat heeft iets sinisters – je kan moeiteloos voor je zien hoe ze middenin de nacht opeens in de hoek van je kamer staan, geluidloos, met een geheven bijl in de poten.

- Je kijkt in de ogen van het pluchen beest, maar de ogen van de mens in het pak bevinden zich waarschijnlijk bij de mond. Terwijl jij dus in een stel zielloze plastic ogen staart, bekijkt iemand je. Via een mond.

- Hoewel het nergens op is gebaseerd, vermoed ik altijd een hitsig persoon in zo’n pak. Alsof er ieder moment een bontpoot op je kont gelegd kan worden, of dat Babbel tegen een nietsvermoedende dij kan gaan rijden. Bepoteld worden door je favoriete stripfiguur – mensen raken aan de drank voor minder.

Ik bereidde me in ieder geval voor op het ergste (geroofied worden door Assepoester, doorverkocht worden voor een gangbang aan de familie Mouse en uiteindelijk halfnaakt worden gedumpt op Main Street).

Maar toen ik het park inliep en daar een levensgrote Iejoor zag, vergat ik mijn angsten. Ik had de grondige Disney-indoctrinatie waar ik jarenlang aan ben onderworpen, compleet onderschat. Ik ben opgegroeid met Disneyfilms. Ik hóú van Disney. Ik had een eerste crush op Prins Erik, ik wilde zingend boodschappen doen zoals Belle en zoals meer van mijn generatiegenoten kan ik niet naar de Afrikaanse savanne kijken zonder uit te barsten in een welgemeend: NAAAAAAAAAAASIMWENJAAAAWANAMANIETSIENIEMEMANA.

En de aanblik van de personages zorgde er alleen maar voor dat ik vol enthousiasme naar ze toe wilde. Geen fobieën meer, geen argwaan, enkel nog de emotie: O MIJN GOD DAAR STAAT DOMBO IK WIL ’M AANRAKEN NU. Dus toen ik over een paadje wandelde en zag hoe in de verte Baloe kwam aanrennen, de dikke blauwe beer uit Junglebook, spreidde ik vol overgave mijn armen. Kom maar, Baloe, kom bij me, laat me mijn gezicht in je vacht drukken, laten we elkaar innig omhelzen en voor eeuwig gelukkig zijn.

Het volgende moment duwde Baloe me opzij, stormde langs me en wierp zich zonder me een blik waardig te gunnen in de armen van een of andere kirrende, plakkerige zesjarige die achter me stond.

Mensen in pluche pakken. Je mag ze nooit vertrouwen.