Kennismigrant tegen wil en dank

Door extreem hoge werkloosheid in Zuid-Europa en krapte op de arbeidsmarkt in sommige sectoren in Noord-Europa komt geleidelijk een nieuwe stroom ‘gastarbeiders’ van zuid naar noord op gang. „Wij zijn niet weggegaan, wij zijn weggestuurd.”

Damen Shipyards in Gorinchem heeft doorlopend circa veertig vacatures voor hogeropgeleiden. Foto Maarten Hartman

In een krap kantoortje in de Zuid-Spaanse stad Cádiz drommen twintig mensen samen. De dertigers en veertigers houden bijna allemaal een plastic mapje met hun curriculum vitae in de hand. Ze zijn afgekomen op een presentatie die het Nederlandse detacheringbedrijf DPA deze ochtend geeft over werken in de scheepsbouw in Nederland. Een sector die in Spanje op zijn gat ligt, maar in Nederland juist kampt met personeelstekort.

De bedrijven die klant zijn van DPA krijgen regelmatig cv’s van Spaanse scheepsbouwkundig ingenieurs, voormannen of dokmanagers. Soms leidt dat tot gesprekken, vooral via videobeldienst Skype. „Maar vaker”, zegt DPA-rekruteur Sebastian Schreijer, „weten bedrijven die cv’s of niet goed te lezen, of weten de Spanjaarden zichzelf op papier niet goed te verkopen. Dus verdwijnen ze in een la.”

Schreijer en zijn collega Peter Hesselink zijn daarom voor twee dagen naar Cádiz gekomen. Via het Gilde van Maritieme Technici en Ingenieurs hebben ze twintig geïnteresseerden gevonden om gesprekken mee te voeren. Ze zijn lang niet allemaal werkloos. Maar ze klagen wel unaniem dat het werk dat er nog is steeds slechter betaalt en onzeker, zeer tijdelijk of onder hun opleidingsniveau is.

De gesprekken gaan in het Engels, en dat maakt meteen duidelijk dat taal voor veel migranten in spé een belangrijk obstakel vormt. Maar de twee Nederlanders peilen ook of culturele factoren een belemmering kunnen gaan vormen. Zoals het achterlaten van het gezin en het verwisselen van het zonnige Cádiz voor de Hollandse regen en kou.

„Voor velen blijft het toch een negatieve keuze”, zegt Hesselink. „Ze zeggen wel dat ze altijd al een internationale carrière wilden, maar voor het uitbreken van de crisis hebben ze dat nooit concreet ingevuld. Dus hoe gemotiveerd zijn ze echt?”

De gesprekken verlopen niettemin enthousiast. Als een man vertelt dat zijn vrouw bereid is mee te verhuizen, omdat zij als wiskundeleraar ook moeilijk aan werk komt, veren Hesselink en Schreijer op. „Aan wiskundeleraren en mathematici is in Nederland óók een tekort.”

Na afloop denken de twee vaker dit soort reizen te gaan ondernemen. „Ook al zitten er misschien niet meteen de profielen tussen die we zoeken, je krijgt toch echt een heel andere indruk van iemand als je tegenover hem of haar zit, dan via Skype.”

Voor Amerikanen is het vrij normaal om voor een baan te verhuizen naar een andere deelstaat. In Europa is deze arbeidsmobiliteit tussen landen geringer. Een van de lessen uit de schuldencrisis in de eurozone is dat de muntunie alleen kan werken als ook de arbeidsmarkt Europees wordt.

Onevenwichtigheden kunnen worden opgelost door arbeidsmigratie. Bijvoorbeeld vanuit Spanje, waar officieel 27 procent van de beroepsbevolking zonder wit werk zit, naar Nederland, dat weliswaar ook kampt met oplopende werkloosheid, maar in bepaalde sectoren nog volop vacatures kent.

Het gaat dan vooral om de techniek. Tot 2016, zo wijst recent onderzoek van de Universiteit Maastricht uit, zal het aantal technische vacatures oplopen tot 155.000. Dit voorjaar sloten regering, branche en onderwijsinstellingen het Nationaal Techniekpact 2020, met als hoofddoel dat meer jongeren een technische opleiding gaan kiezen.

De maatregelen zijn nodig om te voorkomen dat personeeltekort de groei belemmert, zegt Roderik Potjer van de FME/CWM, de ondernemersorganisatie voor de technologische industrie. „Het Techniekpact pakt dit probleem aan op de middellange termijn. Op de korte termijn is arbeidsmigratie nodig, wil je de bedrijfsvoering niet in gevaar brengen. Het enige andere alternatief is de productie verplaatsen en dat vinden we ook niet wenselijk.”

Trabajar en Holanda, het in Madrid gevestigde bedrijf van Henk van Soest, is een van de arbeidsbemiddelaars die Nederlandse vacatures met Spanjaarden proberen op te vullen. Voor Damen Shipyards, een van de grootste scheepsbouwers van Europa, organiseerde Van Soest vorige maand een wedstrijd op enkele scheepsbouwkundige opleidingen. Studenten moesten een werkstuk presenteren en konden daarmee een opleidingsplaats winnen in Nederland. De competitie leverde vier winnaars op. Zij bezoeken in september het bedrijf en voeren er dan ook sollicitatiegesprekken.

Behalve vertegenwoordigers van Damen zat in de jury ook de economisch attaché van de Nederlandse regering in Madrid. Dit nadat de ambassade in april ook al drie bijeenkomsten over werken in Nederland organiseerde. Tijdens deze conferenties, onder meer op de Technische Universiteit van Madrid, waren ook vertegenwoordigers van Brainport Eindhoven aanwezig. Deze hightechregio kampt met honderden vacatures.

Nederland wil langs deze weg de zogenoemde ‘circulaire’ arbeidsmobiliteit bevorderen, ofwel tijdelijke arbeidsmigratie. De laatste keer dat Spanjaarden in relatief groten getale naar Nederland kwamen was in de jaren zestig en zeventig. Ook toen was het idee aanvankelijk dat de ‘gastarbeiders’ na verloop van tijd zouden terugkeren, maar de meesten bleven.

Het is lastig te voorspellen hoe de huidige, hoger opgeleide generatie zich zal gedragen. „Als ik twintig Spanjaarden naar Nederland breng, dan blijven er vijftien minstens drie jaar in Nederland werken en de helft daarvan zal misschien wel z’n hele werkzame leven blijven. Mensen worden verliefd, stichten een gezin. Zo gaat dat”, voorspelt Van Soest. Bovendien, zegt hij, als het in Spanje nog lang zo slecht blijft gaan, treedt er ook kettingmigratie op van partners of kinderen die de migrerende werknemer achterna reizen.

Het gaat tot nu toe om relatief kleine aantallen: vorig jaar kwamen 4.005 Spanjaarden naar Nederland. In politiek Den Haag ligt het werven van buitenlandse arbeidskrachten gevoelig. Nu de werkloosheid in Nederland toeneemt, wordt de vraag gesteld of vacatures niet allereerst door Nederlanders zelf vervuld moeten worden.

Dit bleek onder meer tijdens de Europese top over jeugdwerkloosheid die de Duitse bondskanselier Angela Merkel begin deze maand in Berlijn belegde. Premier Mark Rutte (VVD) zei bij die gelegenheid dat werkloze jonge Europeanen met ervaring in specifieke sectoren als techniek of energie welkom zijn in Nederland.

Rutte benadrukte te doelen op ‘hoogwaardige arbeidskrachten’. Dus geen voortijdig schoolverlaters die op de bonnefooi naar Amsterdam komen. Overigens geldt ook voor die laatsten dat ze als EU-burgers in beginsel vrij zijn om te werken en wonen in de Europese Unie waar ze willen.

In Spanje en Zuid-Europa zijn de sociale en politieke gevoeligheden van andere aard. Daar klinkt vooral uit linkse hoek kritiek dat landen als Nederland en Duitsland het zuiden eerst hebben verarmd door hun nadruk op bezuinigingen en begrotingsdiscipline, en nu talenten komen wegroven die op kosten van de zuidelijke belastingbetalers zijn opgeleid.

Dit maakt arbeidsmigratie ook voor Zuid-Europese politici een delicaat onderwerp. Toen de Spaanse minister van Werkgelegenheid Fátima Báñez jonge arbeidsemigranten onlangs „avonturiers” noemde, die uiteindelijk wel terugkomen, werd ze hard aangevallen. De linkse oppositie verweet haar de situatie van jongeren te bagatelliseren en duidde de vetrekkers aan als „economische ballingen”.

En de indignados, de protestbeweging van verontwaardigde jongeren, begonnen een campagne op Facebook. Ze riepen jonge emigranten op een foto van zichzelf te publiceren met een papier in hun handen met daarop de tekst: ‘We zijn niet weggegaan, we zijn weggestuurd’.

In de scheepsbouw speelt nog een extra gevoeligheid. De Spaanse werven zijn jarenlang overeind gehouden met verkapte staatssteun. Door de crisis is hier steeds minder geld voor. Ook treedt Brussel, na klachten van vooral Nederlandse bedrijven zoals Damen, er streng tegen op. Navantia, een staatsbedrijf, en andere scheepbouwers staan er daardoor zeer slecht voor. Ze zeggen de komende jaren nog eens circa 80.000 man te moeten ontslaan.

Toen de delegatie van Damen afreisde naar Madrid hield ze er rekening mee dat dit sentiment zou meespelen. „Maar dat viel alleszins mee”, vertellen Arold de Vries (directeur personeelszaken) en Peter van Terwisga (manager onderzoek en ontwikkeling) over de telefoon uit Gorinchem. Spanje, zien zij, is „een exportmarkt van talent” geworden. „Maar uiteindelijk zal een deel van de kennisemigranten met de in het buitenland opgedane ervaring terugkeren.”

Emigreren, denken zij, is voor pas afgestudeerden nuttiger dan niets met hun opleiding doen, of een baan onder hun niveau aanvaarden. Ook omdat ze dan lageropgeleiden verdringen. „We kunnen op deze manier in Europa de poule aan hogeropgeleiden met werkervaring groter maken”, meent De Vries. Bovendien kunnen emigranten de crisis in eigen land ook verlichten „door geld op te sturen naar familie”.

Damen heeft doorlopend circa veertig vacatures. Aan de TU Delft studeren jaarlijks ongeveer twintig scheepsbouwkundig ingenieurs, van wie de helft niet in de sector aan de slag gaat. In Spanje liggen de aantallen afgestudeerden enkele malen hoger, maar is amper werk. „Wat Spanje doet, is blijven doorpompen”, zegt De Vries die zich tegelijkertijd afvraagt of Nederland „de 4.500 psychologen nodig heeft die jaarlijks afstuderen”.

Damen financiert met andere maritieme bedrijven nu een leerstoel aan de TU Delft. Het bedrijf is echter niet van plan ook in Spanje onderwijs te financieren. Wel erkent Van Terwisga dat het „een bijna filosofische vraag” is of onderwijs uit de nationale publieke middelen betaald kan blijven als de arbeidsmarkt steeds Europeser wordt.

Jesús Panadero Pastrana, directeur van de faculteit scheepsbouw van de TU Madrid, is positief over de samenwerking. Het doet hem pijn te zien hoe de Spaanse scheepsbouw instort, vertelt hij in zijn kantoor. Maar dat zijn studenten gedwongen worden over de grens te kijken, vindt hij gezond. „Natuurlijk zullen sommigen falen, waar anderen slagen. Maar ze leren er allemaal van.”