Juristen: inzet drones geen probleem

Minister Timmermans voelt zich ongemakkelijk bij drones en vroeg advies. Dat luidt: drones vallen onder hetzelfde recht als gevechtsvliegtuigen.

Den Haag. - Het toenemend gebruik van bewapende onbemande vliegtuigen is niet onrechtmatig en vergt geen aanpassing van het volkenrecht. In feite gelden voor de drones dezelfde regels als ‘gewone’ gevechtvliegtuigen en zijn de bestaande regels van het volkenrecht dan ook toereikend.

Dit stelt de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken in een vanmiddag aan minister Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) gepresenteerd advies. Voor de groeiende groep critici van ‘computeroorlog’ biedt het advies weinig houvast.

Timmermans noemde het eind vorig jaar in een vraaggesprek met deze krant „bijna hallucinerend” om te zien hoe mensen aan de andere kant van de wereld „in een computerachtige setting” drones inzetten. Volgens hem was de vraag dan ook gerechtvaardigd of het niet erg makkelijk wordt dit soort toestellen in te zetten omdat het zo risicoloos is voor de gebruiker.

De adviescommissie wijst erop dat ook andersom kan worden geredeneerd. Bewapende drones maken een veel nauwkeuriger selectie van doelen mogelijk, met meer tijd voor reflectie en de inbreng van juridisch advies.

Tot nu toe worden drones alleen ingezet door de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Israël. Maar steeds meer landen beschikken wel over deze toestellen die in tegenstelling tot conventionele vliegtuigen als eigenschap hebben dat geen risico bestaat voor de aanvaller. De Nederlandse krijgsmacht is op kleine schaal begonnen met de aanschaf van onbemande toestellen die ook bewapend kunnen worden.

Naarmate de inzet van de bewapende onbemande vliegtuigjes toeneemt worden steeds meer vragen gesteld bij de rechtmatigheid ervan. Dit debat vindt tot nu toe vooral plaats in de Verenigde Staten. In de strijd tegen het terrorisme zet dit land in het bijzonder drones in boven Pakistan en Jemen. Volgens voorzichtige schattingen zijn hierdoor sinds 2004 meer dan 3.000 mensen gedood, onder wie zo’n 450 burgers. De onlangs gekozen Pakistaanse premier Nawaz Shariff riep de Verenigde Staten in juni op te stoppen met de drones aanvallen boven zijn land.

In de discussie over het gebruik van de onbemande aanvalsvliegtuigen wordt de vraag opgeworpen of het niet in strijd is met het internationaal recht mensen zonder vorm van proces te doden. De Nederlandse volkenrechtcommissie, die bestaat uit deskundigen op het terrein van het internationaal recht, zegt in haar advies dat het voor het antwoord op deze vraag geen verschil maakt of er nu onbemande dan wel bemande vliegtuigen worden ingezet.

De commissie wijst erop dat het gericht doden van mensen als geen sprake is van een gewapend conflict, alleen is toegestaan in uitzonderlijke situaties en met een juridische basis in het nationaal recht. Over de ethische kant van het gebruik van drones laat de commissie zich niet uit omdat er nog onvoldoende wetenschappelijk onderzoek naar is verricht. Het gaat hierbij om, wat in de internationale discussie heet, het ‘playstation phenomenon’. Daardoor zou „psychologische vervlakking” optreden bij degenen die op verre afstand van het doel de drones besturen.

Ook kunnen de permanente dreiging en het gezoem van drones leiden tot maatschappelijke en psychologische gevolgen bij burgers, en ten koste gaan van de sympathie voor de strijd tegen het terrorisme.

De commissie vindt dat dit soort effecten „diepgaande reflecties” nodig maken. Zij gaf gheen advies over de toenemende inzet van drones die voorzien zijn van politiecamera’s.