Help mee in de strijd tegen foute woorden

Het interactieve project Unspeak legt bloot wat schuil gaat achter ideologisch geladen taalgebruik. En het enge is: die ‘unspeak’ sluipt heel makkelijk binnen.

Voorbeelden van termen die milieurampen bagatelliseren of politieke programma’s persoonlijk maken.

In de Amerikaanse film A Girl Most Likely, vanaf donderdag te zien in de Nederlandse bioscoop, heet het alleen nog maar ‘hm’. Hoofdpersoon Imogene Duncan, die een ietserig baantje heeft op een uitgeverij, zit bij haar chef op kantoor en ze hebben zo’n typisch Amerikaans babbelgesprekje over niets en kansen en in het verleden gewonnen prijzen en dan krijgt ze dus opeens ‘hm’ te horen. ‘Hm’ is waarschijnlijk het nieuwste eufemisme voor wat een tijd lang ook al zo mooi verhullend ‘laten gaan’ heette. Want die aan het Amerikaanse ‘letting go’ ontleende term is sinds de crisis ook in Nederland gemeengoed geworden. En dat wat wij de crisis noemen is trouwens ook iets heel anders.

Dat blijkt wel uit het interactieve, Engelstalige documentaireproject Unspeak, dat sinds vorige week te zien is op Submarine Channel en dergelijk taalgebruik onder de loep neemt. We noemen het ‘framing’, of ‘spin’, of maskerend, of schijnheilig, al naar gelang de omstandigheden. En soms durven we het ook gewoon weer als ‘newspeak’ te omschrijven, naar het taaltje dat George Orwell voor zijn dystopische roman 1984 bedacht en dat ten doel had om alle nuances uit de taal en het denken te doen verdwijnen.

De Britse journalist Steven Poole muntte er in 2006 in zijn boek Unspeak. Words are Weapons de term ‘unspeak’ voor. Een goeie Nederlandse term zal er niet snel voor gevonden worden. Net zoals de poging van Orwell-vertalers om het woord ‘dunkspraak’ te introduceren spaak liep, zullen we met ‘onspraak’ ook wel niet ver komen. Dat heeft in de wereld van de ‘unspeak’ nog een extra voordeel: voor ons klinkt alles in het Engels een stuk indrukwekkender.

Wellicht is dat de reden is dat er in de bibliotheek van Unspeak vooralsnog maar twee Nederlandse woorden – ‘kopvoddentaks’ en ‘ruimen’ – zijn opgenomen. Een gemiste kans, want Nederland is met z’n populistische Wilderstaal kampioen ‘onspraak’ (zoals bleek uit diverse publicaties van onder andere Jan Kuitenbrouwer en Rob Wijnberg) maar Wilders past er wel voor om zijn ‘haatpaleizen’ en ‘heimweeschotels’ vertaalbaar te maken. Dus moeten we het in de zes op een internationaal publiek gerichte korte documentaires en bijbehorende bibliotheek met datavisualisaties vooral doen met concepten als ‘big data (die van informatie opeens iets groots en engs maken), de ‘double dip’ (die een tweede economische recessie doet klinken als iets uit een pornofilm of een ijssalon of allebei) en de ‘vind-ik-leuk-knop’ op Facebook (die elke mogelijke reactie reduceert tot iets positiefs).

De filmpjes zijn van onder andere Rob Schröder, die vorig jaar succes had met Ouwehoeren, Jennifer Abbott, co-regisseur van The Corporation, een kritische kijk op mondiale corporaties, en Tommy Pallotta, bekend van zijn werk met speelfilmregisseur Richard Linklater en transmediaproject Collapsus over een toekomstige energiecrisis. Ondanks die verschillende stemmen volgen de gemiddeld vijf minuten durende filmpjes allemaal hetzelfde stramien: een montere voice-over vertelt in satirische voorlichtingsfilmstijl iets over economie, of milieu, of hackers terwijl een collage van film- en journaalbeelden voorbij raast.

Het ligt voor de hand om een verschijnsel als ‘unspeak’ satirisch aan te pakken, en nog lachwekkender te willen zijn dan de idiotie van termen als ‘oil spill’ (die van een milieuramp een olievlekje maakt), ‘Romnesia’ (alsof een politicus die het al dan niet bewust even niet weet meteen een psychische aandoening heeft) en ‘waterboarding’ (waardoor martelen als een watersport klinkt) op zich al is. Je ziet het bijvoorbeeld ook bij Nederlandse politici die hun taalgebruik aan dat van Wilders hebben aangepast om zo kordater en bijdehanter uit de hoek te komen. In Unspeak sluit het aan bij de toon van Poole’s boek en de spelbeleving die interactieve of transmediale documentaire projecten bijna altijd hebben.

Maar Unspeak heeft een serieus doel. Het hele project wil niet alleen laten zien hoe ons taalgebruik onze omgang met de wereld verandert, maar wil ons door die kennis ook een kans geven om ‘terug te vechten’. Over ‘unspeak’ gesproken. Maar het enge is: we spreken inmiddels allemaal al ‘unspeak’. De data-analyses op de site maken aanschouwelijk hoe het gebruik van de ruim honderd woorden in de database gemeengoed is in onze kranten en sociale media-uitingen.

En denk maar aan je eigen alledaagse gesproken taalgebruik: eerst gebruik je een woord nog met een knipoog of een bepaalde intonatie en voor je het weet schrijf je het op, en ontbreekt die relativering. Hierin schuilt vooral het interactieve deel: gebruikers kunnen hun eigen voorbeelden toevoegen, en als het goed is ontstaat zo een wonderlijk taalmonster, dat misschien wel eens het geheime wapen zal kunnen zijn dat Poole voor ogen had. Taal om taal te verslaan. En op een, ondanks de kracht van het beeld, heel ouderwetse manier. Door heel lang naar woorden en hun betekenis te kijken. Vroeger heette dat lezen. Het scherpt het denken. Hm.

Website: http://unspeak.submarinechannel.com