Een rasecht speurdersverhaal

Het was gewoon een goed geschreven detective van een debutant. Maar nu blijkt dat J.K. Rowling de auteur is, wordt het een wereldwijde bestseller.

J.K. Rowling/Robert Galbraith Foto Hollandse Hoogte

Achteraf zeg je: natuurlijk. Het thrillerdebuut The Cuckoo’s Calling van Robert Galbraith bleek uitgegeven onder een pseudoniem, waarachter niemand minder schuilging dan J.K. Rowling. De eerste recensies, voor de ontmaskering, waren al lovend. En geholpen door de kennis van nu kunnen we zeggen: het is een echte Rowling. Een strakke plot, de uitbundige, bloemrijke stijl van een echte verhalenverteller, bonte maar waarachtige personages, een pakkend verhaal.

Je herkent nu ook de hints. „Ongelukkig is hij wiens roem zijn tegenslagen beroemd maakt”, luidt het Romeinse motto waarmee het boek begint. En aan het einde wordt Alfred Lord Tennysons gedicht Ulysses geciteerd: „Ik ben een naam geworden.” Beide uitspraken zouden kunnen verwijzen naar J.K. Rowling – die het „fantastisch” vond om nu geruisloos nieuw werk te publiceren, zonder dat er critici klaarstonden met emmers zuur, omdat het de hype vast wel weer niet waard zou zijn.

Inmiddels is er alsnog een run ontstaan op het boek van ‘Galbraith’: de bescheiden eerste oplage (1.500 exemplaren, waarvan er nog geen 500 verkocht waren) was meteen na de onthulling uitverkocht, het e-book staat bovenaan de verkooplijsten. Voor het einde van de week worden er nog 300.000 boeken bijgedrukt, zo meldt de uitgever vandaag.

Het boek is de hype in elk geval waard: The Cuckoo’s Calling is een klassiek aandoende thriller die uitstekend in elkaar zit, geen moment verveelt en een groot publiek zal aanspreken. Het is hoogstens wat gewoontjes – zoals een Britse uitgeefster die het manuscript onder pseudoniem afwees gisteren al zei in een Britse krant. Het leek haar een prima boek, goed geschreven, maar ze kocht het niet omdat het niet boven het maaiveld uitstak. In het hedendaagse boekenklimaat leek haar dat onvoldoende, voor een debutant.

Ze heeft een punt: de opzet doet bekend aan. The Cuckoo’s Calling gaat over privédetective Cormoran Strike, die ingeschakeld wordt om de dood van een topmodel te onderzoeken. Hij is een ex-militair met een geamputeerd been, een getroebleerd (liefdes)verleden en een onstuitbare speurderszin. Het topmodel Lula Landry kwam om het leven na een val van een Londens balkon – zelfmoord, zegt de politie, want de roem maakte haar doodongelukkig. Moord, zegt haar broer, die Strike inschakelt, want depressief was ze volgens hem niet.

We volgen Strike in een rasecht speurdersverhaal, waarin we van de ene ondervraging doorgaan naar de volgende, en steeds komen er informatiebrokjes bij, steeds komen we dichter bij de ontknoping. Dan blijkt de gehele puzzel in elkaar te passen: vakwerk. Het is allemaal uitstekend getimed, terwijl Galbraith/Rowling ook de ruimte neemt om uit te weiden over de achtergronden van de personages. „Moorden zijn meer dan puzzels die moeten worden opgelost”, zegt Strike op een gegeven moment: het gaat ook om mensen.

Dat een ‘gewoon’ speurdersverhaal je toch zo meesleept komt door die voelbare aandacht voor de personages, die meer zijn dan marionetten in dienst van de plot. Dat geldt in elk geval voor de hoofdpersonen Cormoran en zijn secretaresse Robin, die de spil van het verhaal zijn.

Daarmee is The Cuckoo’s Calling ook geslaagder dan Een goede raad, Rowlings eerste roman voor volwassenen, waarin ze de verhalen van vele verschillende personages aan elkaar reeg. Ook liet ze de teugels van de plot toen vaak vieren, waardoor het langdradig werd. Nu is er wel weer een dwingende verhaallijn en de ambachtelijke plottenbouwer van de Harry Potter-serie bewijst daarmee dat ze in het thrillergenre als een vis in het water is.

Rowling is Zweinstein ontgroeid en dat past haar goed. Haar personages zijn kleurrijke mensen zonder dat het al te bont wordt, en we reizen met detective Strike mee door Londen, van de mode en glamour naar de daklozenopvang. Haar grimmige maatschappelijke ondertoon klinkt oprecht, wanneer ze kritische noten kraakt over het privacyloze leven van hedendaagse beroemdheden. Cormoran en Robin zijn personages over wie je nog wel meer wilt lezen.

Bovenal is met The Cuckoo’s Calling een schrijver die „een naam is geworden” weer een schrijver geworden, met een onstuitbare zin om verhalen te vertellen. Die Galbraith zou nog wel eens een grote kunnen worden.

Robert Galbraith ‘The Cuckoo’s Calling’ (Uitg. Little, Brown, 464 blz, prijs ca. € 19). De Nederlandse vertaling verschijnt eind dit jaar.