Brieven & Tweets

Kolenakkoord

Pikant: het gesloten energieakkoord, bedoeld voor meer duurzame energie, bevordert het verbruik van kolen. Grilligheid kenmerkt het energiebeleid, waaraan ook Greenpeace nu gretig meepoldert. De pas ingevoerde kolenheffing mag weer weg, zoals ook eerder de vliegtax een kort leven kende. Bijstook en geen kolenheffing maakt het nieuwe kolenverbruik, mede door de lage kolenprijs, nog aantrekkelijker. Het zeer lage grootverbruikerstarief en de minimale CO2-prijs, die het akkoord ongemoeid laat, vraagt om meer kolenverbruik. De milieubeweging wordt gepaaid met vage toezeggingen over meer windmolens, die gelet op eerdere ervaringen van weinig betekenis lijken. Meespelen telt blijkbaar zwaarder dan de knikkers.

Roland Haffmans

Amsterdam

Sommetje Energieakkoord onjuist

Even de feiten achter de hoofdlijnen van het Energieakkoord: het totale energieverbruik in Nederland is 3281 PJ. Hiervan gaat 976 PJ naar het genereren van elektriciteit en dat produceert uiteindelijk 584 PJ. Het rendement van onze elektriciteitproductie is dus 60 procent. Hans Alders van Energie Nederland stelt dat als we 45 procent van de elektriciteit hernieuwbaar produceren, dat zou betekenen dat we de EU-doelstelling van 20 procent van ons energieverbruik duurzaam te produceren gaan halen. Dat is uiteraard pertinente onzin: aangezien het maximaal 35 procent van de tijd voldoende waait en er gemiddeld 30 procent van de tijd genoeg zonlicht is om zonnecellen stroom te laten produceren, moeten we wonderen verrichten om 45 procent te halen.

Als we heel Nederland en de Noordzee volzetten met windmolens en alle daken en grasvelden met zonnepanelen bedekken, komen we nooit verder dan 10 procent van ons energieverbruik. Als we het probleem serieus nemen, moeten we fundamentele innovaties ontwikkelen op het gebied van energieverbruik voor verwarming en koeling, gebruik in de industrie en transport. Zolang onze beleidsmakers de eenvoudigste sommetjes niet kunnen maken, is er weinig hoop.

Kees IJzerman

Roosendaal

Vertel ons niet wat God bedoeld heeft

„God heeft nooit bedoeld dat deze kinderen zo lijden.” Met deze woorden probeerde Mark Rutte ouders in de bijbelgordel te overtuigen hun kroost te vaccineren tegen kinderziektes. Ik vind het onacceptabel voor een liberale minister-president om burgers met theologische standpunten te beïnvloeden. Een liberaal hoort, zoals de filosoof John Rawls stelde, een overheid na te streven die ethische standpunten schuwt waarover burgers redelijkerwijs van mening verschillen, aangezien daarmee wordt gesuggereerd dat een deel van de bevolking onder valse voorwendselen leeft. Dat Rutte aangaf als gelovige te spreken doet daar niets aan af – een regeringsleider van een pluriforme samenleving als de Nederlandse dient alle schijn te voorkomen dat de overheid een specifieke levensbeschouwing aanhangt.

Daarmee is overigens niet gezegd dat inenting tegen kinderziektes niet moet worden verplicht. Het feit dat de overheid haar beleid in neutrale termen dient te verdedigen, betekent niet dat dat beleid ook neutraal moet zijn.

Bouke de Vries

St. Andrews

Bible belt moet consequent zijn

Ik ken drie gevallen waarin het onthouden van vaccinaties aan kinderen door ouders op grond van hun geloofsovertuiging geleid heeft tot levenslange ernstige invaliditeit. Een bevindelijk gereformeerde huisarts vond de vaccinatieweigering logisch: „Deze mensen vertrouwen op God, niet op mensen.” Als deze mensen consequent zouden zijn, zouden zij voor hun persoonlijke gezondheid ook op God moeten vertrouwen en behandeling door artsen weigeren. Maar nee hoor! Eén ouder heeft na een hartinfarct een pacemaker geaccepteerd, een ander spuit insuline na constatering van diabetes, en de derde ondergaat nu een chemokuur na een kankeroperatie.

God moet blijkbaar voor de kinderen zorgen, maar voor de eigen gezondheid vertrouwt men toch liever op mensen. Inenting van je kinderen weigeren is zo bezien je reinste hypocrisie.

Hans van den Berge

Knegsel

Nieuwe werkelijkheid wetenschapsbedrijf

Collega Piet Borst schreef een column over de affaire Souvenaid (het voedingssupplement dat door Nutricia is aangeprezen als geneesmiddel tegen Alzheimer) en veroordeelde de betrokken onderzoekers scherp. Hij verwijt de onderzoeksleider 245.000 patiënten te hebben misleid. Borst gaat echter voorbij aan het feit dat deugdzame onderzoekers tegenwoordig van mening verschillen over wat fatsoenlijk is in de samenwerking met commerciële partijen en de communicatie daarover aan de maatschappij.

De overheid, het bedrijfsleven en de wetenschap hebben de afgelopen decennia het onderzoek in een nieuwe positie gebracht, zonder te bedenken welke gedaanteverandering ‘de wetenschap’ daarbij zou ondergaan. Het beeld van de pure, onafhankelijke wetenschap is obsoleet. Een nieuwe werkelijkheid waarin veel (life science) onderzoekers met private partijen samenwerken is daarvoor in de plaats gekomen. Deze ontwikkeling wordt gestimuleerd door het beleid van de ministeries, NWO en ZonMW, actief uitgedragen door KNAW, VSNU en NFU. Het onderzoek aan Souvenaid is daar een regulier voorbeeld van.

Onder druk van deze institutionele lobby zoekt de onderzoeker aansluiting bij vragen die de Alzheimer, MS, ALS of kankerpatiënt van belang vindt. Dat is niet pervers, integendeel, daar is wetenschap voor bedoeld, maar ‘overselling’ ligt hier wel op de loer.

In plaats van klagen over de teloorgang van pure wetenschap en de steeds minder zuivere koffie die in het lab wordt geschonken doen we er beter aan het publiek in te lichten over de nieuwe werkelijkheid van het wetenschapsbedrijf en de consequenties daarvan.

Frank Miedema

Hoogleraar immunologie, decaan en vice-voorzitter van de Raad van Bestuur UMC Utrecht

Kinderoncologisch centrum niet nodig

De afgelopen maanden is volop actie gevoerd om de nieuwbouw van een nationaal kinderoncologisch centrum mogelijk te maken. Jaarlijks wordt bij ongeveer 600 kinderen in Nederland de diagnose kanker gesteld. Deze kinderen worden thans behandeld in vier centra in Nederland: Amsterdam, Groningen, Nijmegen en Rotterdam. Enkele kinderen met zeldzame tumoren worden naar één centrum verwezen. Behandeling vindt in alle vier centra plaats volgens dezelfde landelijke protocollen. De laboratorium diagnostiek is geconcentreerd in een landelijk bureau. De resultaten verschillen niet per centrum en komen overeen met die van topcentra elders in de wereld.

Geen enkele studie heeft aangetoond dat concentratie van deze kinderen in één ziekenhuis het resultaat gaat verbeteren. Een ziekenhuis in de USA heeft 600 bedden voor kinderen met kanker. De resultaten in dit ziekenhuis verschillen in geen enkel opzicht met de uitkomsten uit de vier Nederlandse centra. Daarentegen brengt concentratieconcentreren in één centrum grote nadelen voor kind en ouders met zich mee.

De zorg in de huidige behandelcentra kan worden verbeterd en er kan meer (inter)nationaal worden samengewerkt in onderzoek. Kortom, stop geld in zorg en onderzoek, maar niet in de stenen van een nationaal kinderkanker centrum.

Pieter J.J. Sauer

Em. hoogleraar kindergeneeskunde Beatrix Kinderziekenhuis, UMC Groningen

Henk K.A. Visser

Em. hoogleraar kindergeneeskunde, Sophia Kinderziekenhuis, Erasmus MC Rotterdam

Ronald de Groot

Em. hoogleraar Kindergeneeskunde, UMC St Radboud

Indiërs leven in India

Het was interessant om op de cover van de NRC te lezen dat een zaak uit het verleden is afgestoft met betrekking tot de koloniale behandeling van Indiërs in Indonesië. Is het u bekend dat Indiërs in India leven? Nogal een flater om ze in Indonesië te laten leven, welks inwoners Indonesiërs heten en heetten.

Robert Egeter van Kuyk

Voorburg

Rijk Rotterdam

Het hoofdcommentaar ‘Rotterdamse risico’s’ slaat de plank behoorlijk mis met met de kwalificatie ‘het armlastige Rotterdam’. Volgens het artikel ‘Grote gemeenten in de mangel’ (2 maart jl.) heeft de gemeente Rotterdam in 2013 veruit de grootste reserves van de 20 grootste gemeenten in Nederland: 595 miljoen, gevolgd door Amsterdam met 325 miljoen. Den Haag en Utrecht scoren 129 respectievelijk 50 miljoen. Ook in verhouding tot de uitstaande risico’s doet de gemeente Rotterdam het zeer goed: haar reserves zijn 1,6 maal zo groot als de risico’s. Amsterdam en Den Haag scoren hier een 1,0 en Utrecht een 0,96.

Fred Maessen

Rotterdam

Musea mogen verrasssen

De kritiek op de presentatie van de collectie in het Rijksmuseum van Julian Spalding kan ook gelden voor het Stedelijk. Bij een bezoek aan een collectietentoonstelling in Kunsthalle Kie vroeg ik mij af waarom het Stedelijk de bezoeker niet uitdaagt na te denken over de inhoudelijke relatie van kunstwerken uit verschillende genres en tijden. In Kiel worden werken van Stephan Balkenhol (hedendaagse beeldhouwer) geconfronteerd met Heinrich Füger (18e eeuwse schilder). Daar kunnen Amsterdamse musea van leren.

Yara Cavalcanti Araujo

Bestuurslid Amsterdamse Kunstraad, Diemen