Berging van gezonken autocarrier kost staat miljoenen

De berging van de vorig jaar op de Noordzee gezonken autocarrier Baltic Ace gaat de Nederlandse staat miljoenen euro’s kosten, omdat de eigenaar afstand heeft gedaan van het schip.

Rijkswaterstaat gaat de berging van de gezonken autocarrier binnenkort aanbesteden. Het wrak ligt buiten de Nederlandse territoriale wateren in een drukbevaren route richting de Rotterdamse haven en vormt een gevaar voor de scheepvaart en het milieu. Om die reden is besloten het schip in zijn geheel te bergen. Begin volgend jaar wordt met de gecompliceerde berging begonnen, in 2015 wordt die afgerond.

De eigenaar, Baltic Highway

Limited gevestigd op het Britse eiland Man, heeft afstand gedaan van de Baltic Ace en daarom komen de kosten voor rekening van de staat. Minister Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur, VVD) pleitte vorige week voor een aanpassing van internationale verdragen om de kosten op de eigenaar te kunnen verhalen. „Degene die het schip laat zinken, door schuld of niet, is ook verantwoordelijk voor het opruimen daarvan”, zei de minister bij RTL Nieuws. Vanwege internationale verdragen kan Nederland slechts een klein deel van de kosten verhalen op de eigenaren.

Het schip zonk binnen een kwartier op sinterklaasavond 2012 op 65 kilometer uit de Zeeuwse kust bijslecht weer na een aanvaring met een containerschip. Van de 24 bemanningsleden overleefden 13 het ongeluk. De Baltic Ace voer onder de vlag van de Bahama’s en zonk bij Noordhinder, een ‘verkeersplein’ waar noord-zuid-verkeer samenkomt met routes van en naar Rotterdam. Het is een van de drukste scheepvaartgebieden ter wereld. Het bijna 150 meter lange schip was geladen met ruim 1.400 auto’s van Zeebrugge op weg naar Kotka in Finland.

Rijkswaterstaat heeft de afgelopen maanden onderzoek gedaan naar de verschillende mogelijkheden voor de berging van het schip en de lading. Onderdeel hiervan is het bergen van ongeveer 540.000 liter olie die aan boord is. Het schip ligt in relatief ondiep water, 25 meter, en wegens de hoge risico’s voor het milieu en het scheepvaartverkeer is besloten dat het schip in zijn geheel geborgen moet worden.