Accountant dient verkeerde

De accountant hoort voor de aandeelhouder en de commissaris te werken en niet alleen voor de Raad van Bestuur, vindt Sandra Phlippen

Accountants en commissarissen – de externe en interne controleurs van veel grote organisaties – handelen niet genoeg in het belang van de aandeelhouder. De aandeelhouder heeft geen belang bij fraude en andere wantoestanden die controleurs dienen te signaleren, want die zijn slecht voor de waarde van het aandeel.

Aandeelhoudersvertegenwoordiger Jan Maarten Slagter had in deze krant kritiek op de falende controle van accountant en commissaris: „De accountant is een professionele partij, die gewoon betaald krijgt. (...) Hij werkt niet voor een bedrijf, hij werkt eigenlijk voor ons, de aandeelhouders.” Dat woordje ‘eigenlijk’ zegt al dat het mis is. De firma zelf huurt de accountant in en tijdens de langdurige relatie die de accountant met het bedrijf heeft, kan controleren veranderen in een beetje meedenken.

Er ontstaan sociale bindingen tussen partijen, zodat de onderlinge belangen zwaarder gaan tellen dan de belangen van anderen. De Nederlandse beroepsvereniging voor accountants (NBA) gaat nu het uitwisselen van giften en sponsoring tussen accountant en klant aan banden leggen, aldus de NBA vorige week in het Financieele Dagblad. Maar daarmee is de verkeerde belangenafweging nog niet verholpen. Wanneer partijen herhaaldelijk transacties met elkaar aangaan, ontstaan sociale bindingen die een groepsband doen ontstaan. Zo blijkt bijvoorbeeld uit onderzoek van Malmendier en Schmitt dat zelfs de wetenschap dat het handelen in het belang van de eigen referentiegroep lijnrecht ingaat tegen de belangen van de partij die ze vertegenwoordigen, niet afdoet aan dit verschijnsel.

Na jarenlang boeken controleren is voor de accountants de eigen referentiegroep het bestuur van de onderneming geworden – en dus is het niet zo gek dat de aandeelhouders het nakijken hebben en pas via de krant over misstanden horen. De economische standaardoplossing is dan dat de prikkels van de accountant meer in lijn worden gebracht met de belangen van de aandeelhouder. Nu kan de aandeelhouder de raad van commissarissen (die hem vertegenwoordigt) met een zak geld naar de accountant sturen opdat deze mogelijke misstanden tijdig signaleert. Maar waarom niet gebruikmaken van dezelfde mechanismen die het probleem veroorzaken? Laat de accountant kennismaken met de commissarissen. En niet via zo’n schriftelijke uitleg bij de jaarrekening of eens per jaar een kwartiertje mondeling, maar oog in oog. Met vragen en discussies. De accountant ziet dan de informatiebehoefte van de commissarissen en de commissarissen kunnen vragen naar niet-cijfermatige zaken zoals risicomanagement en naleving van de corporategovernance-code. Gaandeweg gaat de raad van commissarissen dan net als het bestuur tot de eigen referentiegroep van de accountants behoren.

Maar de commissarissen vertegenwoordigen de aandeelhoudersbelangen ook niet altijd adequaat, aldus Slagter. Dit komt met name doordat zij vaak de kennis missen om jaarrekeningen te lezen. Zij durven dit niet toe te geven en het zich te laten uitleggen. Ik begrijp dat het nogal intimiderend kan zijn als ineens een paar snelle jongens over derivaten pochen, terwijl voorheen gewoon over sociale huurwoningen en wijkprojecten werd gesproken. Maar wat is de waarde van een toezichthouder die dat niet aandurft?

David Yermack wees in zijn Erasmus Management-lezing ook op dit probleem. Hij noemde ook de verstrengeling van bestuur en toezichthouder door wederkerigheid bij benoemingen. Ook hier zien we weer de eigen groep als probleem: benoemingen als giften en vergaderingen die sociale banden smeden.

Bijkomend probleem is dat branchekennis – nodig voor het begrijpen van de jaarrekening en de business – zo schaars is dat er al snel iemand wordt benoemd die te nabij in het netwerk circuleert. Dat zou een argument kunnen zijn voor ervaringsdiversiteit in raden van toezicht.

Of commissarissen nou ervaren vakgenoten of onafhankelijke buitenstaanders zijn, laat ze in ieder geval kennismaken met de belanghebbenden in wier dienst ze zijn.

Sandra Phlippen is hoofdredacteur van Economisch Statistische Berichten.