Zij begrijpen die maffe zwemmer

Voor oud-zwemmer Pieter van den Hoogenband was het EJOF het moment waarop hij voor de topsport koos Als toernooidirecteur geeft hij de jonge sporters advies over ‘sportief ondernemerschap’

Sportredacteur

Zodra Pieter van den Hoogenband over het begin van zijn zwemcarrière praat wordt hij mens. Dan borrelen warme gevoelens op. Dan spreekt hij recht uit zijn hart. Dan hangen jonge sporters aan zijn lippen, zoals bij de ploegoverdracht van de Nederlands deelnemers aan het Europees Jeugd Olympisch Festival (EJOF) in Utrecht. Dan is er het feest der herkenning.

Wat wil je met een drievoudige olympisch kampioen als toernooidirecteur. Daar kijkt een topsporter-in-de-knop tegenop. Zij inhaleren de woorden van die kekke 35-jarige oud-zwemmer, die twintig jaar na ‘zijn’ EJOF nog wordt geroerd door het moment waarop hij voor de topsport koos. Omdat Van den Hoogenband op de EJOF – destijds bij hem om de hoek in Valkenswaard – voor het eerst buitenlandse tegenstanders versloeg, maar vooral omdat hij gelijkgestemden trof. En niet, zoals tegenover zijn klasgenoten, hoefde uit te leggen wat hem als ‘maffe zwemmer’ dreef. Iedereen begreep hem.

Wil een jonge, talentvolle sporter succesvol zijn dan moet hij of zij volgens Van den Hoogenband harde keuzes maken en een prestatiegerichte biotoop creëren. Sportief ondernemerschap, noemt de meervoudige zwemkampioen dat. Hij refereert graag aan zijn beginperiode toen hij met trainer Jacco Verhaeren, en gebruikmakend van pa’s netwerk in en rondom Eindhoven, iets van een zwem-bv’tje oprichtte. Van den Hoogenband faciliteerde zichzelf en zwom na verloop van tijd de tegels uit de baden. Tot hij in 2000 op de Olympische Spelen in Sydney op zowel de 100 als 200 meter vrije slag goud won. Om daar vier jaar later in Athene een tweede gouden plak op de 100 meter aan toe te voegen. Een ster was geboren.

Over die Griekse Spelen vertelde hij zijn gretige gehoor een bijzonder verhaal. Om zijn naaste rivaal Roland Schoeman voor te blijven besloot Van den Hoogenband niet met zijn vlakke hand maar met zijn vingers aan te tikken. Hij deed het met zo veel kracht dat zijn middelvinger brak. No pain, no gain, wil hij maar zeggen.

Tijd voor een frisse wind

Van den Hoogenband houdt de jonge sporters bij de EJOF graag die spiegel voor. Nooit versagen, is zijn boodschap. Ook niet als sportkoepel NOC*NSF de geldkraan dichtdraait, zoals weggezonken sporten een half jaar terug overkwam. „Juist dan is ondernemerschap vereist”, spreekt hij tegen bijvoorbeeld gedupeerde atleten, badmintonners en basketballers. Om vervolgens weer zwemmen als referentiekader te nemen. „Twintig jaar terug lag die sport op z’n gat. Topzwemmer Marcel Wouda vluchtte naar de VS en de vrouwen klaagden vooral dat er op trainingskampen geen geld voor pannenkoeken was. Dat niveau, weet je. Er was geen visie, helemaal niets. Vind je het gek dat geen sponsor geïnteresseerd was? Op dat moment hebben Verhaeren en ik de handen ineengeslagen.”

Tegen sportbonden die na het wegvallen van de topsportbijdrage aan NOC*NSF-bashing doen, zegt hij: „Kijk in de spiegel. Er zijn bonden die te lang hun hand hebben opgehouden en niet hebben vernieuwd. Ik denk dat het tijd is voor een frisse wind onder sportbestuurders.”

Van den Hoogenband is milder over sporters. Velen weten niet beter of ze worden gepamperd. Om weer zijn eigen carrière als voorbeeld te nemen: „Jacco en ik zijn in eenvoud begonnen en een steeds hogere standaard gaan zoeken. Zwemmers die onderweg aanhaakten hadden die sobere weg niet afgelegd. Dan kun je ze ook niets kwalijk nemen. Het was aan ons hun duidelijk te maken dat ze in een bevoorrechte situatie verkeerden.”

Wringt die opvatting niet met zijn stokpaardje om bij de EJOF ‘de sporter centraal te stellen’? „Dat denk ik niet”, zegt de toernooidirecteur, die zich bijvoorbeeld met de keus voor handdoeken, de lengte van bedden en de inrichting van de ‘vreetschuur’ heeft bemoeid. „Ik ben geen Jan des Bouvrie, maar weet wel wat een sporter nodig heeft. Uiteindelijk haalt een gering aantal van de 2.300 deelnemers de Olympische Spelen. Voor velen is de EJOF hun hoogtepunt.”

Van den Hoogenbands rol is, zeker nu, grotendeels representatief. De EJOF steunt organisatorisch vooral op algemeen directeur Henny Smorenburg, die bij het EK voetbal in 2000 betrokken was. „Hij heeft mij bij de hand genomen”, zegt Van den Hoogenband. „Ik moest in mijn rol groeien en leren werken in teamverband; dat valt een individuele sporter zwaar.”

Adviesraad voor Eurlings

Mocht Van den Hoogenband zijn rol bij de EJOF al als opstapje voor een tweede olympische carrière hebben gezien, dan is die illusie hem recentelijk ontnomen met de kandidatuur van Camiel Eurlings als IOC-lid. Van den Hoogenbands naam gonsde rond; in pools werd hij zelfs het meest gewenste IOC-lid genoemd. „Ik voel me allerminst gepasseerd. Ik begrijp dat velen teleurgesteld zijn, omdat Eurlings een sportachtergrond mist, maar ik denk dat hij een voortreffelijk IOC-lid zal zijn. Ik reken er wel op dat hij naar de sporters zal luisteren. Daarom bepleit ik ter ondersteuning van Eurlings de instelling van een adviesraad voor de sport, waarin onder anderen Richard Krajicek en ik zitting kunnen nemen. Ik wil Eurlings dolgraag van adviezen voorzien.”