Zes Roemenen aangeklaagd in zaak-Kunsthalroof - werken nog spoorloos

Sporenonderzoek bij de Kunsthal na de roof afgelopen oktober. Foto ANP / Robin Utrecht

In Roemenië zijn zes mensen aangeklaagd in verband met de Rotterdamse Kunsthalroof, vorig jaar oktober. De officiële aanklacht komt na maandenlang onderzoek van de Roemeense opsporingsdienst voor misdaad en terrorisme Diicot.

De aanklacht betekent dat het proces tegen de verdachten, van wie er nog één voortvluchtig is, binnenkort kan beginnen. De Roemeense rechtbank moet nog een datum voor de start van het proces prikken. Nederland besloot in maart van dit jaar om niet om uitlevering te vragen van de verdachten.

Eén verdachte nog voortvluchtig

De Roemeense aanklagers spreken van een criminele organisatie die vorig jaar binnen twee minuten tijd zeven kunstwerken uit de Kunsthal ontvreemdde. Drie leden worden vervolgd voor de diefstal van de werken: Radu D., Eugen D. en Adrian P. De eerste twee zitten sinds eind januari in voorarrest, nadat ze in verband met een andere zaak in Boekarest werden opgepakt. Voor Adrian P. werd in maart van dit jaar een arrestatiebevel uitgevaardigd.

Een van de andere verdachten die in januari werden opgepakt, Mihai Alexandru B., wordt verdacht van het ondersteunen van een criminele organisatie en medeplichtigheid aan poging tot verkoop van de werken.

B. zou via de assistent van de Roemeense modeontwerper Catalin Botezatu twee van de gestolen kunstwerken hebben proberen te verkopen aan de miljonair. De assistent, Petre C., moet terechtstaan voor het achterhouden van informatie en is op dit moment op vrije voeten.

Geen duidelijkheid over mogelijke verbranding

De afgelopen maanden gonsde het via Roemeense media van geruchten over wat er gebeurd zou zijn met de schilderijen. Zo zou de moeder van hoofdverdachte Radu D. in paniek twee geroofde schilderijen hebben verbrand.

In de aanklacht tegen Olga D. wordt daar niet over gesproken. Wel zou ze hebben geholpen met het transporteren en het verborgen houden van de gestolen werken. Ze wordt door de Roemeense aanklagers beschuldigd van het ondersteunen van een criminele organisatie.

De plek in de Kunsthal waar de Matisse hing. Foto ANP / Robin Utrecht

Nederlands onderzoek loopt nog

Wat er wel met de schilderijen is gebeurd is nog steeds onduidelijk. Het onderzoek naar de diefstal is nu afgerond, maar een Nederlands onderzoek naar de werken loopt nog. Een woordvoerder van het OM in Rotterdam laat weten dat er daarvoor “constant informatie wordt uitgewisseld met de Roemeense collega’s”.

In het Nederlandse onderzoek is op dit moment één verdachte: Natasha T., de ex-vriendin van de hoofdverdachte. De 19-jarige Roemeense werd in maart in Rotterdam opgepakt op verdenking van heling van de gestolen kunstwerken. De schilderijen zouden na de roof, zo is het vermoeden, naar een woning zijn gebracht waar T. op dat moment bleef.

T. kwam dit voorjaar onder voorwaarden op vrije voeten en het OM in Rotterdam verwacht dat zij zich later dit jaar voor de rechter moet verantwoorden voor heling. Haar advocaat Martin Iwema liet eerder weten dat zijn cliënt niet op de hoogte was van de gestolen werken.

“Zij heeft de doeken niet gezien. Ook niet daarna en ook niet wetend dat haar vriend er iets mee te maken had. Dat soort dingen interesseert haar niks. Ze wist van niks totdat ze maanden later in Roemenië kwam en haar vriend al vastzat.”

Bij de roof op 16 oktober werden werken van Claude Monet, Pablo Picasso, Henri Matisse, Paul Gauguin, Meyer de Haan en Lucian Freud meegenomen. De gezamenlijke waarde van de zeven gestolen werken bedraagt ongeveer 18 miljoen euro.