Zeer bijzondere scholen

Staatssecretaris Dekker (Onderwijs, VVD) stelt voor het heiligste huisje van het onderwijs te verbouwen: artikel 23 van de Grondwet. Het is gedateerd, vindt hij.

Daar is iets voor te zeggen. Artikel 23 garandeert sinds 1917 de positie van de bijzondere scholen. Die onderscheiden zich van de openbare scholen door hun onderwijs te grondvesten op erkende levensbeschouwelijke uitgangspunten. Ze worden betaald uit algemene middelen en zijn onderworpen aan de Onderwijsinspectie.

Nederland kent zo veel aparte scholen op levensbeschouwelijke grondslag dat tweederde van het totaal een bijzondere school is, tegen eenderde openbaar. Nu is de samenleving vergaand geseculariseerd. 42 procent van de Nederlandse burgers ziet zichzelf als onkerkelijk. De meerderheid beschouwt levensovertuiging als een persoonlijke aangelegenheid. De verzuiling, waar die aparte scholen een relict van zijn, brokkelt af.

„Scholen moeten een betere afspiegeling vormen van de maatschappij”, zei Dekker zaterdag in een gesprek met deze krant. Hij keert zich tegen „het automatisme waarmee in elke nieuwbouwwijk schoolbesturen van diverse denominaties hun plekje claimen”.

Hier lijkt afbouw van artikel 23 in de lijn te liggen, ten gunste van het openbaar onderwijs. Voorzichtig, want de beruchte schoolstrijd blijft vers in het geheugen. Maar in een brief aan de Tweede Kamer stelt Dekker juist voor om artikel 23 uit te bouwen. Dat wil hij doen door het begrip onderwijsfilosofie te verruimen. Hij geeft als voorbeelden een ict-school en een school die excellentie bevordert.

De staatssecretaris verwart onderwijsfilosofie met specialismen en modegrillen. Straks willen die ouders een muziekschool oprichten, een voetbalschool, een huishoudschool. Met versplintering van het schoolsysteem als gevolg.

Wat Dekker voorstelt is onnodig. Veel scholen bieden al specifieke cursussen aan. Waar nodig zijn er gespecialiseerde dagopleidingen: jong ballettalent ontplooit zich op aparte dansopleidingen, maar dan wel gecombineerd met regulier onderwijs.

Bijzondere scholen bestaan ook om ongewenste elementen buiten de eigen kring te houden, zowel wat betreft leerstof als leerlingen uit het ‘verkeerde nest’ en docenten met ongewenste ideeën.

Het is zorgwekkend dat een ict-school een leerling zal kunnen weigeren die ‘niet ict’ is. Nog minder dan nu zullen leerlingen leeftijdgenoten ontmoeten uit een ander milieu, met andere vaardigheden. De uitdaging om na te denken over iets wat niet vanzelfsprekend hun belangstelling heeft, zal verder worden gereduceerd.

Het is een onzalig voorstel dat vooral beperking in de hand werkt.