Waardige zwanenzang van RKF

Het was een waardige zwanenzang: het laatste concert van de Radio Kamer Filharmonie. Met een gescandeerd applaus en een droeve polka.

De meeste musici leken de grootste woede en het scherpste verdriet voorbij. Drie jaar al wist de Radio Kamer Filharmonie dat dit weekend het doek zou vallen. Er volgde een slopend reorganisatietraject, dat musici lang in onzekerheid hield over hun toekomst. En er waren talrijke afscheidsconcerten van de vaste omroepseries en in het Holland Festival. Pas gisteren volgde in de serie Robeco SummerNights dan echt het allerlaatste samenzijn van de RKF, opgeheven door wat orkestmanager Kees Dijk tijdens een toespraak vooraf met ingehouden woede omschreef als „het beleid van het vorige kabinet, en ik gebruik hier bewust geen adjectief”.

De Radio Kamer Filharmonie ontstond in 2005 als feniks uit de neerslag van de vorige reorganisatie bij het Muziekcentrum van de Omroep (MCO). Het was het gelukkige product van ongelukkige omstandigheden. Velen waren vooraf sceptisch over de artistieke wenselijkheid van een orkest dat uit de musici van twee opgeheven omroepensembles (RSO en RKO) was geassembleerd. Maar ondanks alle verschillen in ‘muzikaal DNA’ ontwikkelden de musici zich in nieuw verband tot een uitstekend, veelzijdig kamerorkest – goed in oude en nieuwe muziek. Tot de volgende bezuiniging op het MCO, waarbij weliswaar de integrale opheffing nipt afketste, maar de RKF geslachtofferd werd.

En in plaats van rouwen of vooruit kijken moesten de musici gewoon nog drie jaar doorspelen – wat ze deden met bewonderenswaardige motivatie. Voor wie leeft voor muziek, is elk concert ook een kans om te zeggen: zie en hoor en voel wat hier onherstelbaar de nek wordt omgedraaid.

Strijdlust was er gisteren ook bij de Marseillaise die – op 14 juli dubbel toepasselijk revolutionair – als opmaat tot het verder heel gewone concertprogramma werd gespeeld. Een rode draad vormde het Luther-koraal Ein feste Burg ist unser Gott dat te horen was in Mendelssohns Vijfde symfonie en, voor de pauze, in Bachs gelijknamige cantate. De keuze die uit te voeren zonder koor bevreemdde, want ondanks vier prima solistische bijdragen bleef de overall-indruk bleek: als een hoofdschotel waarin je proevend het missend ingrediënt contempleert. Prachtig en memorabel was wel het door viool en althobo omkringelde duet van Olivia Vermeulen en Robert Getchell, met de tekst Es bleibet unbesiegt und kann die Feinde schlagen.

De Radio Kamer Filharmonie werd gedirigeerd door de vaste gastdirigent Frans Brüggen (78), die dit concert als adhesiebetuiging ondanks zijn zeer broze gezondheid per se wilde dirigeren. En Brüggen is taai: van breekbare muzikale visie was geen sprake. Hoewel hij zittend dirigeert en ondersteund het podium af moest, hoorde je die paar hoekige schouderwenken onmiddellijk vertaald in hups pastoraal elan bij de houtblazers. En Brüggens muzikale hoofdwapen, zijn ogen, zie je niet vanuit de zaal, maar je hoort dat die van onverzwakte slagkracht zijn.

Na een stevige, soms poëtische uitvoering van Mendelssohns Vijfde symfonie volgde als toegift Josef Strauss’ polkamazurka Die Libelle. Het klonk als een wiegenlied over vergankelijkheid – een thema waar al die ruim zeventig musici op het podium ruim over hebben kunnen nadenken. Sommigen moesten elkaar na afloop huilend ondersteunen. Het publiek klapte als eerbetoon ritmisch door tot alle musici in de coulissen waren verdwenen, en nog een beetje langer.

De 37 musici die niet full- of parttime herplaatst zijn in het Radio Filharmonisch Orkest, het enig nog resterend omroeporkest, vloeien alle kanten op. De één begint een broodjeskar, een ander een yoga- en healingcentrum in Peru. Enkele gelukkigen vonden een baan bij een van de andere orkesten.

Bekijk de NTR Documentaire ‘Het Slotakkoord’ via uitzendinggemist.nl. Het afscheidsconcert via radio4.nl