Vijftien jaar en te oud voor een vakantiebaantje

De helft van de jongeren zoekt tevergeefs naar een vakantiebaantje. De concurrentie komt van alle kanten. Een 15-jarige is – voor 2,56 euro bruto per uur – soms al te duur.

Anderhalve maand geleden begon Milan Meinema (17) uit Nijmegen een vakantiebaantje te zoeken. Ruim op tijd, dacht hij. Maar tientallen ingevulde sollicitatieformulieren later is het nog niet gelukt. „Ik ben in Nijmegen bijna elke winkel binnengegaan. Bij Albert Heijn heb ik zelfs drie keer gesolliciteerd en nooit wat gehoord.”

Inmiddels is hij ontmoedigd. „Zodra ik hoor dat ik een formulier moet invullen, weet ik al hoe het gaat. Geen reactie, en over een paar weken is de vakantie zowat al over. Nooit gedacht dat je voor een vakantiebaan zoveel moeite moest doen.”

Van de anderhalf miljoen schoolgaande jongeren wil minimaal 57 procent in de vakantie werken, blijkt uit onderzoeken van FNV Jong. Dat is hetzelfde percentage dat vorig jaar ook een vakantiebaantje had. Maar meer dan de helft van die groep, 59 procent, kan geen vakantiebaantje vinden.

Dat komt doordat die baantjes schaarser worden, blijkt uit onderzoek van uitzendbureau Start People. „De traditionele vakantiebaan bestaat niet meer”, zegt woordvoerder Jos Frijters. De vraag naar vakantiekrachten zou sinds 2009 „structureel dalend” zijn. Deels komt dat doordat ongeschoold werk – zoals enveloppen vouwen – verdwijnt door automatisering en digitalisering. Maar werkgevers hebben ook steeds minder behoefte aan extra hulp in vakantieperiodes, omdat ze sowieso al veel gebruikmaken van ‘vaste flexwerkers’.

Ook de vergrijzing is een oorzaak, zegt Frijters. „Oudere werknemers die geen rekening hoeven te houden met schoolvakanties werken gewoon door in de zomer.”

Ook uitzendbureau Randstad merkt dat er minder vakantiebanen beschikbaar zijn, zegt woordvoerder Joost Heeroma. „Dat komt ook door het slechte weer. Veel vakantiewerk is in de horeca, daar zijn nu geen extra mensen nodig.”

Kortom, een vakantiebaantje vinden is vrij lastig deze zomer. Ja, is het antwoord van arbeidspsycholoog Mimi ter Haar op de vraag of dat erg is. In haar coachingspraktijk begeleidt Ter Haar jongeren van 15 tot 25 jaar bij hun profiel- en studiekeuze. Ze merkt een duidelijk verschil tussen jongeren met en zonder baantje. „Ze leren vaardigheden die ze op school niet opdoen. Doelen stellen, in een team werken, verantwoordelijkheid dragen. En dan niet over hun eigen huiswerk, maar echt taken die hun zijn toevertrouwd door hun baas.”

Pubers zitten nog in de ‘ontdekkingsfase’, zegt Ter Haar. „Wie ben ik, wat kan ik en wat wil ik? Een baantje verbreedt hun referentiekader enorm. Alleen al het werken met collega’s zorgt dat ze kennismaken met een veel bredere groep mensen met levenservaring dan alleen de vrienden en klasgenoten.”

En dan nog de kick van je eigen geld verdienen. „Dat zorgt voor een positief zelfbeeld. Ze merken dat iets lukt, ze krijgen iets voor elkaar en als beloning verdienen ze er geld mee. Dat geeft enorm veel zelfvertrouwen.”

Officieel mogen pubers vanaf dertien jaar een baantje hebben, al is er tot hun vijftiende geen wettelijk verplicht minimumloon vastgesteld.

Ellen de Lange (15) uit Rijswijk merkt dat het heel moeilijk is om aan werk te komen: „De eerste vraag bij sollicitaties is hoe oud ik ben. Dan is het gesprek al gelijk over en vragen ze niet eens naar mijn cv. Terwijl ik dacht dat ze me lekker goedkoop zouden vinden omdat ze weinig kwijt zijn aan loonkosten.”

Nu heeft ze een baantje bij Domino’s Pizza gevonden, als pizzabakker. Ze is twee weken op proef. Een officiële vakantiebaan is het nog niet, want het rooster voor de zomer is nog niet bekend. „Ik hoop maar dat ik veel kan werken.”

Het percentage werklozen onder jongeren tussen 15 en 25 jaar ligt op dit moment op 15,7 procent, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. „Veel afgestudeerde studenten houden noodgedwongen hun bijbaan na de studie aan als fulltimebaan”, zegt Robbert Coenmans, voorzitter van vakbond FNV Jong: „Voor bedrijven is dat lekker, ze hebben dan een afgestudeerde student in plaats van een scholier van 16 jaar. Maar die houden de plekken bezet van jongere scholieren, die geen werkvaardigheden kunnen opdoen. Dat wordt een probleem.”

Dat studenten blijven hangen in hun bijbaantjes beaamt oud-CDA-Kamerlid Mirjam Sterk, ‘ambassadeur aanpak jeugdwerkloosheid’. „Wij stimuleren dat in principe ook”, zegt ze. „Afgestudeerden moeten actief blijven op de arbeidsmarkt, dus desnoods in het baantje dat ze al hadden.” Ze adviseert daarom scholieren die geen baan kunnen vinden om vrijwilligerswerk te doen. „Dan krijg je niet betaald, maar je doet wel werkervaring op.”

De rol van de ouders bij het vinden van een baantje is van belang, zegt arbeidspsycholoog Ter Haar. „Hoe er thuis over werk gesproken wordt, is bepalend. Stimuleren de ouders het? Dan zijn de kinderen waarschijnlijk al vanaf hun dertiende aan het werk. Ik krijg vaak ouders die klagen dat hun kinderen de hele dag in badjas rondhangen in de vakantie. Die ruimte geven ze dan blijkbaar.”

De meeste jongeren vinden werk via internet, daarnaast zoeken ze via vrienden, blijkt uit het onderzoek van FNV jong. Moeder Yvette Gumbs (40) heeft voor haar zeventienjarige zoon Milan een oproep op haar Facebookpagina gepost. „Ik heb een veel groter netwerk, hij heeft alleen zijn vrienden, die zelf ook werk zoeken.” Hij mag nu komen proefdraaien in een restaurant. Gumbs zag haar zoon opbloeien tijdens een eerder bijbaantje in een café, vertelt ze. „Werken maakt van hem een ander mens. Hij kreeg meer zelfvertrouwen en at bijvoorbeeld ook nieuwe dingen. Ging hij opeens zalm halen. Dat lustte hij vroeger niet.”

Uit het onderzoek van FNV blijkt dat bijna tweederde van de jongeren tevreden is met het salaris dat ze verdienen, zonder dat ze daarover hebben onderhandeld. Ellen krijgt als vijftienjarige rond de 2,56 euro bruto per uur. Dat spaart ze nu al op om later haar studie van te betalen. De negentienjarige Rick Verheul uit Amsterdam werkt deze zomer in een hostel, hij verzorgt het ontbijt. Rick verdient „ongeveer 6 euro per uur”. Of dat netto of bruto is, weet hij niet. „Wel wit. En voldoende om met Kerst van te gaan reizen.”