Vernieuwing en vervoering

Klinkende namen en ijzersterke nieuwkomers: North Sea Jazz was in topvorm. En verandert. Een jongere generatie stelt de jazz open voor andere genres.

Foto’s Andreas Terlaak

Muziek beleven blijft voor ieder anders op North Sea Jazz. Zittend in de zon bij het buitenpodium. Gretig op de eerste rij, de baslegende op de vingers kijkend. Of liggend op de vloer, met de ogen gesloten – weg van tijd en plaats. Op de 38e editie van North Sea Jazz waaierden de concerten bijzonder breed uit, met één overeenkomst: vervoering en emotie. Het zinderende spel van trompettist Ibrahim Malouf was op dat punt de jazzopenbaring van het weekend. En ook de E.S.T. Symfony, een eerbetoon aan de verongelukte Zweedse pianist Esbjörn Svensson, kon met Malouf, saxofonist Yuri Honing en het symfonieorkest van het Haags Conservatorium na een aarzelend begin meevoeren.

Het afzeggen van grote namen Sonny Rollins en McCoy Tyner was een groot verlies, Maar het bevestigde eens te meer hoe de jazz verandert en wordt voorgezet door een jongere generatie. Die stelt de jazz open voor andere genres en experimenteert veel meer in vorm. North Sea Jazz dook diep in de nieuwetijdse creatieve jazz. In het Urban Jazz-programma toonde de Next Collective zich een mooi verbond van jonge jazzgeesten. De band vol veelbelovende namen, onder wie trompettist Christian Scott en pianist Gerald Clayton, bracht popnummers van Bon Iver en D’Angelo tot beeldende jazz waarin tijd geen plek had. Mooi om de opwinding op de gezichten te zien gedurende de kookpunten: samen de diepte in, zoeken naar de vonk.

Hoewel geplaagd door niet-gearriveerde bagage kwamen ook Chris Dave and the Drumhedz soepel voor de dag. Dave is een meesterdrummer met duizelingwekkende roffels. Dave en bassist Pino Palladino hadden goede stop en go’s. Vuurwerk? Nee. Te veel fusion zonder vonken. Maar een best lekkere opening.

Robert Glasper Experiment beloofde ‘coole shit’, maar was in eerste instantie vooral in de weer met de vocoder waardoor metalig vervorming ontstaat. Enerverend werd het echter pas toen zanger Gregory Porter, eerder gloriërend met het Metropole orkest, zich als verrassing aandiende, met Daft Punks Get Lucky.

Mooi te zien op hoeveel manier de muziek wordt doorgegeven. Er waren veel voorbeelden te zien van mentor en leerling: Terence Blanchard, Marcus Miller en ook pianist Chick Corea met een jonge dynamische sextet dat terugblikte op zijn vroegere jazzrockgroep Return to Forever. Het speelplezier droop eraf.

Er waren veel doorleefde vertellers in de soulroute, met als hoogtepunten de intense en persoonlijke Cody Chesnutt, de wederopstanding van legende Bobby Womack en het bezielde optreden van grande dame Bettye Lavette. Die laatste vertelde aan een volgepakte Congo-tent dat ze tegen de 70 is en het haar niets meer uitmaakt wat het publiek van haar denkt – „Ik zing wat ik wil zingen.” Dat deed ze met een rafelstem waar heel haar leven in door klonk en die ze huiveringwekkend kon laten schamperen, huilen en knauwen. Ze trok het steeds enthousiaster wordende publiek haar muziek in met enerzijds geraffineerde ironie en anderzijds rauwe emotie.

Ook veteraan Charlie Wilson bespeelde het publiek vakkundig en wist de vaak wat sfeerloze, immense Nile-zaal op te zwepen met een klassiek dik aangezette r&b-show zoals die nog maar zelden te zien is. Hij gaf een flitsende feestfunkrevue, inclusief choreografie van mannen in lichtgevende, pastelkleurige kostuums en liefdesjams die soepel de hal in gleden. En wanneer hij zong over engelen, dan waren er ook engelen, in de vorm van danseressen die met doorzichtige witte capes zwierende vleugels nabootsten.

Het lukte de moderne r&b-zanger Miguel minder goed de half gevulde Maas-zaal op te zwepen. Aan vuur geen gebrek bij de sensuele, funky zanger; hij kronkelde op de grond, greep in zijn kruis, leek haast een orgasme te simuleren en bewoog zo enthousiast dat hij zelfs een keer hard onderuitging op het podium. Waar collega John Legend zaterdag nog de romantische charmeur achter de vleugel was, toonde Miguel zich een opzwepend rockende, op seks beluste soulrebel. Dat sloeg in de matte zaal, op dit jazzfestival, wat dood.

Op een weekend waar zoveel indrukwekkende namen uit met name de zwarte muziek bijeen zijn, is het altijd hopen op artiesten die spontaan bij elkaar op het podium springen voor een uniek samenspel. Vrijdag dook als verrassing zelfs heel even Prince op, haast onherkenbaar met afro en zonnebril, nota bene als achtergrondgitarist bij funkbassist Larry Graham. Ook Carlos Santana en Level 42-voorman Mark King lieten zich bij het optreden van Graham zien. Hiphopband The Roots speelde zaterdag mee met John Legend, met wie ze in 2010 een album uitbrachten vol covers uit de soulgeschiedenis.

Bij afsluitende headliner Sting kwam jazzsaxofonist Branford Marsalis langs. Samen brachten ze hun ‘Englishman in New York’. Sting slaagde erin zijn overbekende werk frisse energie te geven en leunde nergens op routine. Zelfs een in het collectief geheugen gebeitelde hit als ‘Roxanne’ zong hij vol overtuiging, met die sfeerbepalende stemkleur, en een losjes jazzy intermezzo. Het leidde tot een opvallend warme, intieme afsluiter van een sterke editie van North Sea Jazz.