Vakantie in de krant: waar is de legionella?

Al op vakantie? Heeft u de douchekop in uw appartement goed laten doorspoelen? Je weet nooit, met die legionella.

De krant bracht vorige week zaterdag een groot stuk over het ‘legionella-gevaar’, met een kaart van Europa met rode stippen voor risicozones (De hotelgast weet van niks, 6 juli). Verslaggevers Joep Dohmen en Arlen Poort hadden een lijst opgesteld van 753 vakantieverblijven die in de loop der jaren (van de jaren tachtig tot 2011) meermalen in verband zijn gebracht met legionella. Het ging om „honderden hotels en campings”.

Goed om te weten! Alleen, de namen van de betrokken accommodaties publiceerde de krant niet.

Lezers vroegen me waarom niet, want nu wist de hotelgast nog bijna niks. Was dat stuk niet onvolledig?

Ja, daar was op de krant ook over gepraat – iets te lang, zelfs.

Het stuk stond gepland voor een week eerder, de eerste zaterdag van de vakantie-uittocht. Maar kort voor publicatie rezen bedenkingen bij de hoofdredactie: was het publiceren van die namen journalistiek en juridisch wel verantwoord?

Hier is enige uitleg nodig.

Het Europese Centrum voor infectieziektebestrijding (ECDC) houdt op een ‘grote lijst’ bij welke onderkomens ten minste één keer in verband zijn gebracht met een geval van besmetting. Die gegevens worden, vertrouwelijk, gedeeld met de lidstaten. Komt een accommodatie in de loop der jaren vaker voor – wat het waarschijnlijker maakt dat de besmetting dáár is opgelopen – dan komt die op een ‘clusterlijst’.

Die eerste lijst van alle legionella-meldingen bevat namen én nummers van de vakantieverblijven, maar is geheim. De ‘clusters’ staan in openbare rapporten, maar geanonimiseerd: alleen nummers.

Doordat de verslaggevers de ‘grote lijst’ hadden gevonden – die stond open en bloot op de site van de Bulgaarse gezondheidsdienst – konden ze de gegevens koppelen en namen achterhalen van 753 ‘clusters’, tot 2011 (daarna zijn ook de nummers niet meer gepubliceerd). Het RIVM bevestigde dat het ging om de authentieke lijst van het ECDC.

Maar, vroeg dienstdoend adjunct-hoofdredacteur Marike Stellinga zich af, konden er fouten zijn gemaakt bij het koppelen van namen aan nummers, of was er na 2011 misschien van alles veranderd? Het was ook niet bewezen dat de hotels zelf de bron van de legionella waren (en niet de sauna om de hoek). En hoe zat het met wederhoor? De jurist van de krant zag grote risico’s, omdat de krant aansprakelijk zou zijn voor de gevolgen van publicatie.

Ja maar, vonden de verslaggevers, die nuanceringen – dat het gaat om historische gegevens, en om waarschijnlijkheid – kun je duidelijk aanbrengen bij het stuk en de kaart. Dat gebeurde ook in 2001, toen NRC Handelsblad eerder namen van ‘legionella-hotels’ op de site publiceerde, dankzij een Nederlandse bron. Dat was toen wel een simpeler lijst, die niet ontcijferd hoefde te worden.

Er rolde een compromis uit de bus, dat ook volgens de jurist veel minder riskant was: niet die namen zelf publiceren, maar wél op de site van de krant linken naar de Bulgaarse overheidssite. Dan kon de lezer daar, met enige puzzelwerk en een dosis Excel-kennis, zelf uitvogelen om welke hotels het gaat.

Alleen, dat ging dus mis. Want ondanks pleidooien om het stuk zo snel mogelijk af te drukken, kwam het pas de volgende zaterdag, ook een vakantieweekend, in de krant. En die vrijdag gebeurde waar de verslaggevers voor vreesden: de gealarmeerde Bulgaarse autoriteiten haalden de lijst van hun site af. Niks meer te linken, en ook niet te puzzelen voor de lezer.

Gemiste kans, dus.

Nu moet zo’n gevoelig onderzoek, met mogelijke schade voor de krant, uiteraard zorgvuldig worden afgewogen, juridisch én journalistiek. Hoofdredacties zijn er niet om alleen maar we stand by our story te zeggen. Maar ook de adjunct-hoofdredacteur zegt nu dat het beter was geweest om het stuk eerder, door de week, te brengen, mét die link. Ja, dat lijkt mij ook. Er is immers ook nog die andere slagzin: de krant brengt all the news that’s fit to print. Is het stuk klaar? De krant in ermee.

Bovendien, op maandag maakte de krant zich in het commentaar (Levensbelang voor toerist, 8 juli) juist sterk voor openbaarheid van deze informatie „die van levensbelang kan zijn”. De krant steunt het voorstel van het RIVM voor „een website waarop iedereen kan zien of er in zijn of haar onderkomen meerdere besmettingen zijn geweest”. Ja, de krant had de burger daar dus zelf ook een handje bij kunnen helpen.

Zou het verantwoord zijn geweest verder te gaan dan linken en die namen zelf op de kaart te zetten?

Het gaat om officiële EU-gegevens waarvan ook het RIVM vindt dat die openbaar moeten zijn. Ik ben geen jurist, maar het lijkt me geen uitgemaakte zaak dat de krant hiermee het schip in was gegaan , nu die data bij een EU-lidstaat al maanden op een openbare site stonden. Maar volgens de advocaat zou de krant ook dan aansprakelijk kunnen zijn.

Hoe dan ook, hoe eerder je overeenstemming bereikt over zo’n stuk, hoe beter. Wat is het journalistieke doel: Europese regels tegen het licht houden? Consumenten waarschuwen? Voor het eerste heb je zo’n kaart helemaal niet nodig, voor het tweede moet je de lezer ook namen en rugnummers geven. Nu plaatste die ene stip op Texel álle onderkomens daar in een dubieus daglicht.

Minder schroom toonde de krant diezelfde zaterdag trouwens met een stuk over vakantiekosten in Europa. Zweden kwam als duurste uit de bus – en niet zo’n beetje. Wervende kop: Mooi niet naar Zweden dit jaar..

Waar was dat op gebaseerd? Op een lijstje uitgaven (ontbijt, biertje), waarbij Zweden scoorde met een „3 gangenmenu met fles huiswijn” van 173,86 euro. Zou dat een doorsnee toeristenmenu zijn in Stockholm?

Nu moet je zo’n stuk natuurlijk met een korreltje zout nemen (en een slok huiswijn), maar toch. Zou ik er op afgaan? Mooi niet.