Symptomen van naderende dood zijn goed te bestrijden

Medisch redacteur

De zorg bij het sterven kan nog een stuk verbeteren. Veel ouderen hebben in de maanden voor hun dood veel last van klachten die het leven onaangenaam maken, maar waar met goede zorg best iets tegen te doen is. Dat rolt uit Amerikaans onderzoek onder ruim 750 (gemiddeld) 85-jarigen die vlak voor het jaar 2000 mee gingen doen aan een langdurig onderzoek. Toen het onderzoek halverwege 2011 werd afgesloten, waren bijna 500 van hen overleden. Op hun gegevens is de publicatie in JAMA Internal Medicine gebaseerd.

Moe, duizelig, benauwd en kortademig, misselijk, angstig, pijn lijdend, verzwakt: in de laatste vijf levensmaanden krijgen ouderen steeds meer van deze klachten die het dagelijks leven bemoeilijken. In de laatste maand voor de dood heeft meer dan de helft van de ouderen er last van. Maar het leven in die laatste maanden valt nog best te verlichten, ook al heeft iedereen dan meestal één of zelfs meer chronische of dodelijke ziekten. Sterven zonder eerst last te hebben gehad van maandenlange, hinderlijke ziektesymptomen is een ‘een belangrijk kenmerk van de goede dood’, schrijven de onderzoekers.

De palliatieve zorg kan beter, schrijft geriater Christine Ritchie van de University of California in San Francisco in een begeleidend commentaar. Dat is niet makkelijk, geeft ze meteen toe. Bij pijnbestrijding bijvoorbeeld – het enige symptoom dat wel veel medische belangstelling trekt – worden medicijnen gebruikt die de bloeddruk verhogen en nier- en hartfalen verergeren. Daar schieten hoogbejaarden weinig mee op. Probleem is, vindt Ritchie, dat medicijnen niet specifiek voor hen worden ontwikkeld, terwijl ze wel de grootgebruikers zijn.