Strijd op het fietspad tussen langzaam en snel

Het wordt steeds drukker op de fietspaden. Verschil in snelheid is gevaarlijk. Dit weekend gebeurden er 2 dodelijke ongevallen met wielrenners.

Racefietsers passeren kinderen op de Utrechtse Heuvelrug. Foto Maarten Hartman

Het is een zonnig weekend. Perfect voor een tochtje met de elektrische fiets, dachten Peter en Sonja Pronk (beiden 62). Hij heeft een getrimd grijs baardje en draagt een beige jas. Zij draagt een groen fleecevest en een zonnebril met bruine glazen. Samen fietsen ze door de bossen bij Doorn.

De wielrenners die hier continu voorbij zoeven, zijn „vervelend volk”, zegt Peter terwijl ze even langs de weg stilstaan. Terwijl hij dat zegt, worden op de weg net drie recreatieve fietsers ingehaald door een groepje wielrenners. De manoeuvre wordt voorafgegaan door een schreeuw: „Binnen!” „Ze denken dat ze de weg voor zichzelf hebben”, zegt Sonja.

Het wordt steeds drukker op de Nederlandse fietspaden. Dat leidt tot spanningen. En zelfs tot ongelukken. Dit weekend gebeurden twee dodelijke ongelukken met wielrenners. Gisteren kwam in Putten een 68-jarige vrouw om het leven na een aanrijding met een wielrenner. In het Brabantse Hoogeloon overleed zaterdag een 17-jarige wielrenner. Hij werd bij het oversteken aangereden door een automobilist.

Het aantal doden onder fietsers neemt niet structureel toe, in 2011 waren het er 200. Maar het aantal verkeersongevallen waar fietsers bij betrokken zijn, stijgt wel al vijf jaar gestaag, blijkt uit cijfers van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV). Onderzoeker Divera Twisk zegt dat het vooral gaat om ongelukken waar alleen fietsers bij betrokken zijn. „Het beleid om het aantal ongelukken tussen auto’s en fietsen te verminderen is redelijk succesvol.”

Het gevaar lijkt zich dus te verplaatsen naar het fietspad. Binnen de bebouwde kom zijn er veel ergernissen tussen fietsers. Bakfietsers blokkeren de weg, scooters scheuren razendsnel voorbij en in grote steden ontstaan geregeld ‘fietsfiles’. Maar de meeste spanningen zijn er in natuurgebieden, zegt de Fietsersbond. Tussen de snelle en langzame fietsers.

Het probleem is niet nieuw. Al jaren zijn er irritaties tussen recreatieve fietsers en wielrenners, die vaak gebruikmaken van dezelfde fietspaden. Na een ongeluk laait er vaak een discussie op, wordt erover geschreven en gepraat, en vervolgens verstomt de discussie weer. Heel af en toe worden er maatregelen genomen. In de duinen tussen Scheveningen en Wassenaar liggen drempels om racefietsers af te remmen.

In 2010 vroegen de Fietsersbond en de Nederlandse Toer Fiets Unie (NTFU) – tevergeefs – aan toenmalig minister Eurlings (Verkeer, CDA) om pelotons wielrenners toe te laten op de rijbaan, om zo het fietspad wat rustiger te maken. Daar fietsen ook steeds vaker ouderen, die door elektrische fietsen langer door kunnen gaan met fietsen.

Door de Doornse bossen rijden dit weekend ook de wielrenners van de Veluwse Wielervereniging (VWV), een toertocht van 150 kilometer. Tien kilometer vóór de bossen, op het terras van een restaurant net onder Amersfoort, pauzeren ze.

Aan de ronde tafeltjes op het terras zitten tientallen mensen – vooral mannen – in wielrennertenue. Aan een van de tafels zitten acht mannen met dezelfde blauw-geel-witte wielertrui van VWV. Ze ergeren zich regelmatig aan „die langzame fietsers”. Eén van hen, Marco van Olst, vertelt hoe ze laatst in volle vaart van een heuvel afreden. „Beneden stond een groepje mensen op het fietspad. Ze zagen ons aankomen, maar gingen niet aan de kant.” Toen de fietsers voorbijraasden, werd er gescholden. Maar ja, als ze midden op het fietspad blijven staan is dat „vragen om ongelukken”, zegt Van Olst.

Voor zowel de wielrenners als de recreanten is het inhalen een grote bron van ergernis. Sommige wielrenners gebruiken een fietsbel, maar vaak hebben ze geen bel, en schreeuwen ze om te laten horen dat ze eraan komen. „Voor!”, roepen ze dan. Of: „Pas op!” Of: „Binnen!” Veel fietsers vinden dat agressief klinken.

Wielrenners vinden het juist vervelend hoe sommige oudere fietsers op hun waarschuwing reageren: terwijl ze door blijven fietsen, kijken ze achterom, over hun linkerschouder. Daardoor wijkt hun fiets uit naar links, waardoor het hele peloton in de remmen moet.

Er zijn praktische oplossingen te bedenken. Twee verschillende rijbanen op het fietspad bijvoorbeeld, zegt een woordvoerder van de Fietsersbond. Eén voor de snelle en één de langzame fietsers.

De NTFU heeft een gedragscode opgesteld voor lokale toerfietsorganisaties. Ook is er een veiligheidshandboek opgesteld. Daar staat bijvoorbeeld in dat wielrenners de laatste twintig kilometer vaak minder geconcentreerd zijn. En ook dat kruispunten binnen de bebouwde kom een groot risico vormen. „Dan kun je er als organisatie voor zorgen dat de route in de laatste twintig kilometer niet meer langs een kruispunt binnen de bebouwde kom gaat.”

Maar zelfs dan is het niet uitgesloten dat er ongelukken ontstaan. Dus, zegt zowel de Fietsersbond als de NTFU, moeten de fietsers wat meer begrip voor elkaar hebben.

Dat vinden de wielrenners van VWV ook. „En vooral de recreanten moeten wat beter opletten.” Recreanten Peter en Sonja vinden dat „bij wielrenners een mentaliteitsverandering nodig is”.