Steun Defensie toch zoals Denemarken dat altijd doet

De krijgsmacht heeft geen achterban zoals Landbouw dat heeft. Nederlanders willen dus steeds minder Defensie, volgens Kees Homan.

Is de Nederlandse krijgsmacht populair? De recente Veteranendag, met een overvol Malieveld, doet vermoeden van wel. Maar het vertrouwen van de Nederlandse bevolking in de krijgsmacht mag dan groot zijn, er is weinig geld voor Defensie en weinig steun voor militaire missies.

Volgens de Pruisische generaal en militair theoreticus Claus von Clausewitz dient de drie-eenheid politiek, krijgsmacht en bevolking onlosmakelijk met elkaar verbonden te zijn. Maar vooral de pijler bevolking is aan erosie onderhevig.

Op een seminar in Den Haag spraken deskundigen uit Canada, Denemarken, Duitsland en Nederland onlangs over de publieke steun voor de strijdkrachten in hun land. In Canada, Duitsland en Nederland bleek de bevolking terughoudend over gevechtsoperaties. In Denemarken niet, betoogde Peter Viggo Jakobsen. De vooronderstelling dat Nederland en Denemarken eenzelfde strategische cultuur kennen, is dus onjuist.

In Denemarken heerst de overtuiging dat Deense strijdkrachten, door deel te nemen aan internationale operaties, Deens grondgebied verdedigen. De meerderheid beschouwt geweld als legitiem gereedschap van staatsmanschap. Wel zijn er voorwaarden: een VN/NAVO mandaat, uitvoering met belangrijke bondgenoten, brede parlementaire steun, een civiel-militaire strategie tot duurzame vrede en geen schending van het internationaal recht.

Defensie in Denemarken geniet steun van alle potentiële regeringspartijen, alle grote nieuwsmedia, van vrijwel alle buitenland- en veiligheidsexperts en van de soldaten en hun verwanten. En dat terwijl, gemeten naar bevolkingsomvang, in Afghanistan de meeste slachtoffers onder Deense militairen vielen. Jakobsen meent dat de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk gevechtssteun aan Denemarken zullen blijven vragen, sinds weinig andere landen hiertoe bereid zijn.

In Nederland liggen de opvattingen anders, aldus hoogleraar militair maatschappelijke studies Jan van der Meulen. In het laatste onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau staan militaire missies aan de top van bezuinigingen. Van de deelnemers aan het onderzoek wil 59 procent minder geld besteden aan militaire missies; vindt 30 procent dat het gelijk moet blijven en wil slechts 5 procent meer geld aan Defensie besteden. De deelnemers vinden wel dat er (veel) meer geld moet gaan naar banen (87 procent), onderwijs (75 procent) en zorg (70 procent).

Volgens een onderzoek van de Atlantische Commissie is de steun voor het lidmaatschap van de NAVO sinds 2011 gedaald. Verontrustend. En hoewel 51 procent van de Nederlanders de indruk heeft dat de strijdkrachten door de bezuinigingen zijn verzwakt, maakt het volgens 35 procent niets uit.

Inmiddels heeft - na 1 miljard aan bezuinigingen onder het vorige kabinet – minister Hennis (VVD) in haar Hoofdlijnennotitie nieuwe kortingen van 300 miljoen euro aangekondigd. Eerder meldde de Internationale Veiligheidsstrategie van Nederland nog ambitieus dat de Nederlandse krijgsmacht ook in de toekomst aan ‘verschillende soorten interventies’ moet kunnen bijdragen.

De krijgsmacht beschikt niet over een eigen achterban, zoals Economische Zaken en Landbouw. Kamerleden staan niet te dringen om een Defensieportefeuille.

Zichtbaarheid in nationale taken is een nieuwe aanbeveling. Toenmalig minister Hillen durfde vorig jaar in Nieuwspoort zelfs te zeggen dat we maar met meer troepen door de Nederlandse straten moeten paraderen. Maar door de nadruk op nationale taken te leggen, dreigt de kerntaak van de krijgsmacht, het uitoefenen van gecontroleerd geweld, te verwateren. Ook moeten risicovolle missies niet worden voorzien van politiek acceptabele etiketten als ‘wederopbouwmissie’ of ‘civiele missie’.

Kortom, het Eindrapport Verkenningen (2010), dat in een bureaula belandde, is nog steeds actueel. Al slaagt Defensie er onvoldoende in het belang van de krijgsmacht voor het voetlicht te brengen. „De Nederlandse defensie-inspanning lijkt hierdoor in de ogen van velen meer een kwestie van willekeurige keuze dan van noodzaak”. Het is aan de politiek om deze vicieuze cirkel eindelijk eens te doorbreken.

Generaal-majoor der mariniers b.d. Kees Homan is verbonden aan het Instituut Clingendael