Ruw ontwaakt uit 'Chinese Droom' die in nachtmerrie kan eindigen

De Chinese economie groeide in het tweede kwartaal met 7,5 procent. Maar Chinezen weten al lang dat het slecht gaat met de economie. Achter de vaak opgepoetste groeicijfers gaat een rauwe werkelijkheid schuil van een dreigende financiële crisis en overcapaciteit. De turbogroei is voorbij.

De duizenden arbeiders van Rongsheng Heavy Industries, de grootste en modernste scheepsbouwer van China, zijn ruw wakker geschud uit hun ‘Chinese Droom’. Sinds zondag zijn Chen Tongkao, zijn broer Wu en 5000 collega’s op vakantie gestuurd omdat er geen werk meer is en de laatste mega-tankers bijna vaarklaar zijn.

In het dorp voor de gesloten poorten van het enorme Rongsheng-complex aan de Yangzerivier vertellen de broers zich behoorlijk ,,cao’’, kloterig, te voelen, want hun overigens al vier maanden niet uitgekeerde lonen zijn onmiddellijk gehalveerd.

,,Zij hebben ons verteld dat als de overheid Rongsheng niet helpt wij na de vakantie niet meer hoeven terug te komen’’, vertellen de gebroeders Chen in een majong-café. ,,We hebben gedaan wat we konden’’, vertelt Tongkao over de dagenlange demonstraties voor de poort en de knokpartijen met de politie. ,,Het gaat slecht met de economie, dat weten wij al een hele tijd’’.

,,Slecht’’ klinkt voor Europeanen overtrokken want de economie groeide het tweede kwartaal met 7,5 procent. Maar achter het officiële, vaak opgepoetste groeicijfer gaat een rauwe werkelijkheid schuil. Het tijdperk van turbogroei loopt af. De tweede economie van de wereld zakt in na jaren met meer dan tien procent groei (2011) door dalende export naar VS en EU en structurele oorzaken: overcapaciteit, hogere yuan en een dreigende financiële crisis.

Bij Rongsheng (30.000 werknemers) en honderden andere bedrijven in de zware industrie wordt duidelijk voor welke harde economische en politieke keuzes de nieuwe regering van econoom Li Keqiang staat. Is de werf ,,too big to fail’’? En wordt het beursgenoteerde Rongsheng dat een schuld heeft van 4,1 miljard dollar met nieuwe kredieten overeind gehouden, ook om potentieel riskante sociale onrust te vermijden. Of laat Li , die de economie wil herstructureren, bedrijf en arbeiders uit hervormingsnoodzaak ,,bitterheid eten”.

Van de Chinese maakindustrie komen pessimistische verhalen over afnemende orderportefeuilles, flinterdunne marges, verliezen en ontslagen. Grote zonnepanelenbouwers zijn failliet , automakers zien verkopen dalen, de bouw stagneert, blijkt uit de cijfers over dalend elektriciteit- en cementverbruik.

Om groeidoelen te halen, pompten de Chinese autoriteiten de afgelopen jaren duizenden miljarden dollars in de economie. China stimuleerde zich uit de crisis van 2008 door op ongekende schaal te investeren in nieuwe steden, wegen, hsl-netten, vliegvelden en havens. Steeds duidelijk is dat de schuldenberg reusachtige proporties heeft aangenomen. Met name lokale overheden, staatsbedrijven en vastgoedbedrijven kampen met grote schulden die zij niet kunnen afbetalen aan de staatsbanken. Hoe omvangrijk het probleem van slechte leningen is, weet niemand precies, maar er circuleren schattingen van 15.000 miljard dollar, bijna drie maal de economie.

,,Wil China een financiële crisis voorkomen dan moet er nu wat gedaan worden aan de schuldenberg . Het probleem moet opgelost voor er een Chinees Lehman-moment ontstaat’’, aldus Zhang Zhiwei van Nomura Securities in een e-mail. ,,Bedrijven als Rongsheng gaan zware tijden tegemoet, want er moet een einde komen aan de haast onbeperkte kredietverlening. Er zal eerst pijn geleden moeten worden om de economie op een houdbare wijze in een normaal tempo te laten groeien.’’

Alles wijst erop dat Li maatregelen voorbereidt om een einde te maken aan de kredietverlening en tegelijk de financiële sector te liberaliseren. Hij wil ook de staatsinvloed op de economie verkleinen, monopolies van staatsbedrijven verder afbreken en de ruimte voor particuliere ondernemingen vergroten. Of hij daar in de Communistische Partij van China de ruimte voor krijgt, is de belangrijkste politieke vraag. Partij, staat en economie zijn nauw vervlochten. Saneren van industrieën en hervormen van een op export drijvende economie is een complexe operatie, zeker als lokale overheden, belangengroepen en de machtige families van de rode prinsen zich heftig verzetten.

De onuitgesproken afspraak dat de partij voor welvaart zorgt en de burgers de eenpartijstaat aanvaarden kan onder druk komen. Economen beweren al jaren dat bij een groei onder 8 procent onvoldoende banen worden gecreëerd om de 20 miljoen boeren die jaarlijks het platteland verlaten en de 7 miljoen afgestudeerden aan werk te helpen.

Feit is dat conflicten over lonen, fabriekssluitingen, landonteigeningen en milieukwesties de laatste jaren lijken toe te nemen. De tijd dat de massa’s de leiders gehoorzaam volgden is ook voorbij, de middenklasse roert zich als hun belangen in het geding zijn. Vandaar dat president Xi Jinping de CPC met Mao-achtige campagnes stormrijp maakt en de groeivertraging presenteert als een onvermijdelijk, rationeel verklaarbaar verschijnsel in een overgangsfase naar nieuwe ,,gouden en glorieuze tijden’’. Volgens politicoloog Minxin Pei hoeft echter weinig mis te gaan of de ,,Chinese Droom’’ mondt uit in ,,een nachtmerrie’’.

In het dorp van de broers Chen vertellen gesloten winkels en restaurants en verlaten huizen hoe snel het tij kan keren. In een restaurant hangen nog posters met foto’s van de feestelijke opening. Dat was in 2005.