Rouwkoets was doodnormaal

De Achterpagina gaat deze zomer op zoek naar bijzondere musea over de hele wereld. In deze aflevering een Spaans rouwkoetsenmuseum.

Jordi Valmaña hoort zijn museum liever niet ‘vreemd’ genoemd worden. ‘Uniek’, vindt hij een beter woord voor de verzameling rouwkoetsen van de gemeentelijke begrafenisdienst van Barcelona. „Wij zijn het enige dat helemaal om koetsen draait”, vertelt de directeur staand tussen de glimmende koetsen.

Voor de koets bij de ingang zijn vier levensgrote, zwarte, plastieken paarden gespannen, die lijken te lopen. Een koetsier ontbreekt echter, wat onbedoeld een lugubere sfeer oproept. Alsof de paarden door de dode gemend worden.

Valmaña vindt de collectie niet vreemd, omdat het vervoeren van doden per koets lang doodnormaal was. Het gebruik ontstond in de eerste helft van de 19de eeuw, toen steden begonnen te groeien en kerkhoven buiten de stadskern werden aangelegd. Met de komst van de auto raakte de koets tweede helft vorige eeuw in onbruik.

Een werknemer van de gemeentelijke begrafenisdienst trok zich het lot van de koetsen aan. Hij sloeg ze op in een dependance in het centrum van de stad. Ze waren lang alleen te bezichtigen op afspraak. Begin dit jaar verhuisden ze, gerenoveerd, naar een eigen expositieruimte aan de rand van het Montjuïc-kerkhof.

De uitgestrekte begraafplaats, gelegen op de gelijknamige heuvel aan de zuidrand van Barcelona, is de belangrijkste van Catalonië. Het groene park toont even prachtige als pompeuze graven. Neoromantische familietombes waarop marmeren engelen rusten. Minikapelletjes in de stijl van Gaudí. Met mozaïekwerk ingelegde bankjes waar men onder een bloeiende paarse regen kan uitrusten van de steile klim.

De begraafplaats trekt jaarlijks circa 4.000 toeristen. In het koetsenmuseum komen gemiddeld 150 bezoekers. Valmaña hoopt dit aantal op te voeren. De les die het museum leert is namelijk universeel: ook als mensen al dood zijn, geven ze nog om aanzien. Hoe rijker bij leven, hoe pompeuzer de uitvaart moet zijn. Twee, vier, zes of zelfs acht paarden voor een begrafeniskoets gaven vroeger de status van de overledene aan. De kleur van de koets en de uniformen van de entourage vertelden wat voor persoon erin lag. Een kind of ongetrouwde vrouw werd uitgeleid in het wit. Een volwassene of getrouwd persoon in het zwart.

De koetsen zeggen ook iets over de verschillen tussen Catalonië en Madrid. Catalanen zien zichzelf graag als de protestanten van Zuid-Europa: hardwerkend, serieus, spaarzaam (arrogant en gierig, vindt de rest van Spanje). De bourgeoisie van Barcelona gaf dan ook de voorkeur aan enigszins ingetogen koetsen, vertelt Valdemaña. Pracht en praal was meer iets voor de adel en aristocratie uit hofstad Madrid.

De meest uitbundige koets in de collectie, de Imperial, is uitgerust met bijna elk doodsymbool dat er maar bestaat. Zandlopers met vleugels. Opiumbloemen. Zwarte uilen. Alfa en Omega. Het tableau van deze keizerskoets in renaissancestijl is opgebouwd uit vier pilaren waaruit gouden vlammen slaan. Ook toont hij een gouden lauwerkrans.

De Imperial werd voor het laatst gebruikt bij de uitvaart van de Madrileense burgemeester Enrique Tierno Galván, waarvoor hij speciaal werd overgebracht naar de hoofdstad. „Daar houden ze wel van dat overdrevene”, zegt Catalaan Valmaña met lichte spot in zijn stem.

‘Colección Carrozas Fúnebres’ is te bezoeken van woensdag tot zondag. www.cbsa.cat/colleccio