Kater na energieakkoord - wat is afgesproken?

Moeizaam kwam een energieakkoord tot stand. Nu al is er onenigheid over de afspraken met minister Henk Kamp.

Renée Postma

Ineens was er toch iets van een kater. Het ene moment leek het feest in Den Haag. Op hoofdlijnen hadden werkgevers, werknemers, milieubeweging en overheid „overeenstemming” over een duurzame energietoekomst. Een stralende minister Kamp (Economische Zaken, VVD) sprak vrijdag van een „verheugend” en „belangrijk” resultaat.”

Maar de partijen die zeven maanden onder leiding van de Sociaal-Economische Raad (SER) hadden onderhandeld waren nauwelijks uit elkaar, en deels op vakantie vertrokken, of er drong zich een ongemakkelijke vraag op: wat is er eigenlijk afgesproken?

Concrete stukken over de overeenkomst ontbreken. Men was het mondeling eens geworden. De details zouden later deze zomer worden uitgewerkt. Maar de versies van wat was afgesproken begonnen al snel uiteen te lopen. De brief die Kamp vrijdagnaar de Kamer had gestuurd was bij nadere lezing vager dan wat partijen dachten te hebben afgesproken.

In plaats van klare taal over het sluiten van drie oudere kolencentrales in 2015 en nog eens twee in 2017, schrijft Kamp: „Indien aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, zullen energiebedrijven oude kolencentrales sluiten.” Over een beperking op het bijstoken van biomassa door kolencentrales is hij nog vager. Door centrales te sluiten „worden de mogelijkheden om hernieuwbare energie op te wekken door bijstook van biomassa de facto beperkt”.

„Niks de facto”, reageert een betrokkene. „We hebben harde afspraken gemaakt. Kamp speelt een spelletje.” Natuur&Milieu zette gisteren een verklaring op de site die weinig aan duidelijkheid te wensen overlaat: het afschaffen van de kolenbelasting en sluiten van kolencentrales móéten samengaan met een beperking van de biomassa-bijstook.

In de versie van Kamp zouden nieuwere kolencentrales mogelijk tot in lengte van dagen biomassa kunnen bijstoken en gebruik kunnen blijven maken van goedkope steenkool. De milieubeweging eist om die reden juist een limiet op bijstook. Sterker, dit punt was cruciaal voor de milieubeweging om akkoord te gaan met 14 procent duurzame energie in 2020 in plaats van de eerder afgesproken 16 procent.

Ook hier geeft Natuur&Milieu de harde cijfers die binnen het SER-beraad zouden zijn afgesproken. In 2023 moet er op zee 4.500 megawatt aan windturbines staan. Dat betekent tien nieuwe windparken ter grootte van het Amalia Windmolenpark voor de kust van Noord-Holland, ofwel drie nieuwe windparken per jaar. De consequenties van het akkoord raken elk huishouden en elk bedrijf, onduidelijk is nog hoe precies. Er gaan berichten rond dat het akkoord een gemiddeld huishouden jaarlijks 1.000 à 1.200 euro gaat kosten. De druk is groot op de SER alsnog met een gedetailleerd verslag naar buiten te komen. Maar SER-voorzitter Draijer liet gisteren weten dat er pas een document komt als alle details in de tweede helft van augustus zijn doorgerekend.