Jonge moeders willen hun jeugd terug

In Bangladesh huwen meisjes vanouds heel jong. Het besef groeit dat dit slecht is voor de meisjes én het land. „Ik had liever doorgeleerd.”

Tania was een jaar of twaalf, toen haar moeder op een dag tegen haar zei dat ze snel haar netste kleren moest aandoen. Er was een man aan de deur die wilde zien of ze een geschikte bruid voor zijn zoon was.

Het verlegen boerenmeisje met haar vriendelijke gezicht beviel de man, maar Tania’s ouders hielden de boot nog even af. Toen de andere familie bleef aandringen, gingen ze ruim een jaar later alsnog akkoord.

„Blij was ik niet, ik had liever doorgeleerd op school”, zegt de nu 18-jarige Tania in het dorpje waar ze nu woont, ten noorden van de hoofdstad Dhaka. Ze zit in de schaduw van bomen vol zware jackfruits, enigszins beschut tegen de hitte. Op haar schoot houdt ze haar zoontje van anderhalf, geboren na een eerdere miskaam die haar bijna het leven kostte. Haar schoonmoeder en uit lemen huisjes toegesnelde buurvrouwen luisteren nieuwsgierig mee. Maar Tania wil er niet meer over kwijt en laat haar schoonmoeder verder het woord doen.

Individuele voorkeuren, zeker van meisjes, tellen op het arme Bengaalse platteland niet mee. Beslissingen over belangrijke familiekwesties als huwelijken worden daar door de ouders en de grootouders genomen. En die huwen hun dochters en kleindochters vanouds jong uit. Zo hopen ze te voorkomen dat die al dan niet vrijwillig in seksuele avontuurtjes verwikkeld raken, die de reputatie van de familie ernstig kunnen schaden. Een ‘geschonden’ meisje kan naar een goede partner fluiten.

Volgens een onderzoek vorig jaar van Unicef, de kinderorganisatie van de Verenigde Naties, is 66 procent van de vrouwen in Bangladesh al voor hun achttiende gehuwd en ongeveer een derde zelfs voor hun vijftiende. Nergens in Azië, alleen in sommige Afrikaanse landen worden zulke cijfers overtroffen.

„Kinderhuwelijken vormen een grote hinderpaal voor de ontwikkeling van een land”, zegt Mingming Remata-Evora, de Filippijnse directeur van de tak van hulporganisatie Plan International in Bangladesh. „Het is niet alleen ongezond voor meisjes jong te huwen omdat hun lichaam vaak nog niet klaar is voor het krijgen van kinderen, het vermindert ook hun zelfrespect. Ze stoppen met hun schoolopleiding en ontwikkelen zich niet verder. Kinderhuwelijken houden een cyclus van armoede in stand. Arme meisjes die vroeg trouwen krijgen weer dochters die ook vroeg trouwen.”

Wettelijk zijn kinderhuwelijken in Bangladesh al lang verboden. Voor meisjes geldt een minimumleeftijd van achttien jaar, voor jongens zelfs van 21 jaar. Maar het is niet moeilijk onder deze regels uit te komen. Voor een geringe financiële vergoeding zijn ambtenaren meestal graag bereid de leeftijd van de bruid en de bruidegom naar believen aan te passen.

Toch tekent zich een kentering af. Hulporganisaties voeren al enkele jaren campagne tegen kinderhuwelijken. Ook internationaal is er twee jaar geleden een campagne op gang gekomen, ‘Girls not Brides’. In Bangladesh wordt die geleid door Plan, een tak van het vroegere Foster Parents Plan, en de nog veel grotere Bengaalse hulporganisatie BRAC.

Een bescheiden mijlpaal werd begin dit jaar bereikt toen het district Mawma, dat tot de gemeente Sreepur behoort, zich als eerste in Bangladesh uitriep tot regio waar geen kinderhuwelijken worden gesloten. Dat betekent niet dat alle bewoners de praktijk in één keer hebben afgezworen, wel dat het dorp er alerter op is. Vooral een forum van lokale kinderen is actief.

Zodra er berichten circuleren over een aanstaande kinderbruiloft, krijgen de ouders bezoek van kinderen van het forum die hun dat uit het hoofd proberen te praten. Als dat niet lukt, komt de voorzitter van de districtsraad, Fazlul Haque, in actie. Twee keer is zijn hulp dit jaar ingeroepen, vertelt hij bij thee en koekjes in het dorpshuis aan een modderig pleintje. „Alleen al als ik bij zulke ouders op bezoek ga, zet dat hen psychologisch onder druk. En toen ik wees op de risico’s voor de gezondheid van hun dochters bij zo’n vroeg huwelijk, sloegen ze meteen om.”

De nieuwe trend wordt belichaamd door Shorna Akhter, een strijdbaar meisje van 17 jaar dat voorzitter is van het jeugdforum. „Op mijn vijftiende wilde mijn vader me uithuwelijken”, vertelt ze in het lemen huisje van haar vader, terwijl er net een moessonbui op het golfplaten dak roffelt. „Er was geen geld om onderwijs langer te betalen, zei hij. Maar ik zei: ‘nee, ik trouw nu niet, ik wil doorleren en ik betaal het zelf wel uit geld dat ik verdien met bijles aan jongere kinderen’.”

Aarzelend ging haar vader, die op de achtergrond in het halfdonker vanaf een bed meeluistert, akkoord. Nu heeft ze net haar eindexamen van de middelbare school achter de rug. Verder studeren zit er waarschijnlijk niet in. Daarvoor ontbreekt het geld, maar Shorna is er de persoon niet naar zich al te laten duwen in een dwangbuis van huwelijk, kinderen en werk op het land en in het huis.

Zelf probeert ze ook uit alle macht kinderhuwelijken tegen te gaan. Twee heeft ze er samen met andere kinderen weten te voorkomen, in twee andere gevallen faalden ze. „Ik ben trots als het ons lukt de ouders te overtuigen”, zegt Shorna, „en ik huil als het mis gaat. We houden ouders ook voor dat hun dochter een betere partner kan krijgen als ze wat doorleert.”

Ook in de sloppenwijken in Dhaka verzetten meisjes zich vaker tegen vroege huwelijken. „Zodra een van ons onder druk komt van haar ouders om te trouwen, komen we allemaal helpen om hen op andere gedachten te brengen”, zegt de 18-jarige Farida, die met enkele andere tienermeisjes een goed heenkomen voor de geselende Bengaalse zomer heeft gezocht in de gang van een huisje aan een van de vele onverharde weggetjes in de arme wijk Khejurbag, vlakbij de zwaar vervuilde Buriganga-rivier.

Al vijf jaar weten zij en tien vriendinnen, begeleid door een vrouwelijke hulpverlener van de Church of Bangladesh, de Bengaalse tak van de Anglicaanse Kerk, zo tijd te winnen. Intussen proberen ze – soms met een kleine lening van hulporganisaties – door te leren of een eigen zaakje op te zetten.

Farida verdient geld als naaister met een naaimachine die ze met een lening heeft gekocht. De machine is inmiddels voor de helft afbetaald. Een paar vriendinnen hebben ‘beauty parlours’ opgezet, want ook in de sloppenwijken houden jonge vrouwen ervan om er goed uit te zien. De meisjes beseffen dat financiële zelfstandigheid hun positie versterkt.

Zelfs de schoonmoeder van Tania geeft toe dat haar schoondochter achteraf bezien beter later had kunnen trouwen. „Het heeft ons handenvol geld gekost aan de ziekenhuizen, waar ze moest worden opgenomen wegens de complicaties bij de bevallingen. En Tania zelf was er heel slecht aan toe. Als Tania een dochtertje krijgt, zullen we diezelfde fout niet opnieuw maken.”

De buurvrouwen, velen met jonge kinderen op de arm, knikken instemmend. Tania zelf hoort de woorden van haar schoonmoeder glimlachend aan, maar voor haar komen de goede bedoelingen te laat.