Je eigen cloud: een alsmaar groeiend, onuitwisbaar dataspoor

Redacteur Technologie

Bam!

Met een welgemikte klap van de hamer boort de spijker zich door de magnetische platen van de harde schijf.

Zo doe je dat, als je niet wilt dat de gegevens van je computer in andermans handen terechtkomen. Eerst wissen, dan onbruikbaar maken. Knappe jongen die dan nog aan je data komt.

Maar harde schijven zijn old skool. Een erfenis uit het pc-tijdperk. In tijden van tablets en telefoons bewaren we onze gegevens liever op webservers, bij voorkeur die van Amerikaanse bedrijven. Makkelijk. Snel. En gratis.

De verontwaardiging over het massale afluisteren door de NSA heeft een keerzijde: het gemak waarmee we onze eigen gegevens uit handen geven aan Microsoft, Google, Apple, Facebook, Dropbox, noem maar op. Zo laten we een onuitwisbaar dataspoor achter in de cloud , de wolk van webservers.

Er is ruimte te over: Dropbox biedt 2 GB gratis aan en stimuleert je om zo veel mogelijk vrienden uit te nodigen voor nog meer opslag. Google geeft 15 GB weg. Flickr (van Yahoo) lokt gebruikers met een terabyte (duizend gigabyte) voor je foto’s en video’s. Concurrenten kunnen niet achterblijven en zullen hun opslagquota opnieuw uitbreiden: de cloud blijft uitdijen, net als het heelal.

Al synchroniserend en backuppend loopt de teller van je eigen cloud aardig op. Foto’s, video’s, mail, chatberichten, diensten die persoonlijke voorkeuren, bezochte locaties en aankoopgedrag bijhouden. Het wordt al snel een volledige kopie van je digitale bestaan.

Bij een persoonlijke inventarisatie komen we uit op ruim 100 GB aan online data, automatische reservekopieën van verschillende telefoons, een paar gedeelde projecten in Dropbox, Google Docs en Microsoft Skydrive. Daarbij komt nog Apples gesynchroniseerde fotodienst Photostream en 50 GB aan muziek in een digitale kluis.

Dankzij die term, ‘digitale kluis’, hebben de persoonlijke clouddiensten een veilig imago. Terecht, want ze zijn veel veiliger en efficiënter dan een harde schijf in je pc, zei Microsofts cloud-goeroe Erik Meijer onlangs: „De meeste mensen maken geen backup van hun pc. Als ze een backup maken laten ze die vaak in hetzelfde huis liggen. Dan ben je je bestanden alsnog kwijt na een brand.”

Bestanden bewaren is iets voor professionals, aldus Meijer, tevens cloudprofessor aan de TU Delft: „Je gaat toch niet zelf je kippen slachten? Die koop je in de supermarkt.”

Maar veiligheid gaat verder dan alleen data bewaren. Veiligheid suggereert dat je controle hebt over wie er toegang krijgt tot je gegevens. Dat er onderweg – door een tap op een internetrouter – geen ongeoorloofde kopieën van gemaakt worden.

Of dat de gekozen beveiligingsmethode (encryptie) niet bij voorbaat gedeeld wordt met veiligheidsdiensten. Dat laatste flikte Microsoft, volgens de PRISM-documenten, bij Outlook.com (voorheen Hotmail): de NSA zou toegang hebben gekregen tot onversleutelde mails en chatberichten.

Wie had gedacht dat techbedrijven, altijd predikend voor transparantie en open web, strijdend tegen censuur, onder één hoedje zouden spelen met veiligheidsdiensten?

Een betere vraag is: wie is er zo naïef om te denken dat ze dat niet doen? De infrastructuur van het web is grotendeels in Amerikaanse handen, de druk van de veiligheidsdiensten is groot. Onder de noemer ‘staatsgeheim’ hoeft geen enkele user iets te weten te komen van de interventie – totdat iemand het bewijsmateriaal laat lekken.

Drie jaar geleden speelde al een soortgelijke discussie, toen rondom een mogelijk BlackBerryverbod in het Midden-Oosten en India. Ook daar eisten veiligheidsdiensten toegang tot de onversleutelde data van BlackBerry, Google en Skype, om terroristische aanslagen te voorkomen. In feite eisten ze dezelfde toegangsrechten als de Amerikaanse veiligheidsdiensten.

Zelfs al zouden je bestanden in de Europese datacentra van Microsoft (Ierland) of Google (Groningen) staan, dan is dat geen garantie dat er geen Amerikaanse ogen naar kijken. Webverkeer kan altijd onderschept worden als het een Amerikaanse schakel passeert.

En dan blijft er die primaire basisbehoefte om data te vernietigen. ‘Weg is weg’ bestaat niet meer in de cloud. Elk digitaal bestand kan immers ongemerkt gekopieerd zijn.

„Soms is het beste gegevens te vernietigen. Het web heeft dringend een delete-knop nodig”, zei Eric Schmidt. De voormalige topman van Google weet het: die ouderwetse spijker door je harddisk was zo gek nog niet.