Indiëveteraan niet vervolgd, misschien claim tegen staat

Harrie Nouwen, de Indiëveteraan die afgelopen weekend in deze krant bekende betrokken te zijn geweest bij oorlogsmisdaden in het Indonesische dorpje Gedong Tataan, Zuid-Sumatra, hoeft zich geen zorgen te maken dat hij daarvoor vervolgd wordt. Hoewel misdaden tegen de menselijkheid niet verjaren, is voor de misdragingen tijdens de Indonesische oorlog een uitzondering gemaakt. Wel bestaat de mogelijkheid dat nabestaanden een claim kunnen indienen tegen de staat.

Nouwen (87) herkende zichzelf op een foto van een standrechtelijke executie die vorig jaar opdook. Hij zegt de executie niet te hebben uitgevoerd, maar vuurde tijdens een represailleactie wel mortieren af op het dorp. Daarbij vielen volgens hem ook slachtoffers.

Advocate Liesbeth Zegveld erkent dat de zaak verjaard is. „Alleen onze eigen misdrijven in Indonesië hebben we uitgesloten van de opheffing van de verjaringstermijn”, zegt ze. Zij probeerde eerder een strafrechtelijk onderzoek te laten instellen naar het bloedbad in het Javaanse dorp Rawagede. Het Openbaar Ministerie weigerde dat omdat de mogelijke misdrijven van Nederlandse militairen daar een verjaringstermijn van 24 jaar hebben. Die vallen niet onder het oorlogsstrafrecht, maar onder het militair recht, aldus het OM.

Zegveld was succesvol in een claim tegen de staat in de zaak Rawagede. Nabestaanden van de slachtoffers kregen schadevergoeding. Jeffry Pondaag, van het Comité Nederlandse Ereschulden, wil de gebeurtenissen in Gedong Tataan onderzoeken en kijken of een claim mogelijk is.

Volgens historicus en jurist Cees Fasseur, zou daarvoor meer nodig moeten zijn dan alleen de bekentenis van Nouwen. „Het lijkt me een hachelijke onderneming om op basis van één getuigenis van gebeurtenissen van 64 jaar geleden een zaak te beginnen.” Ook zou heel duidelijk moeten zijn wie de slachtoffers waren en welke directe nabestaanden aanspraak kunnen maken.