Heaven Can Wait

Fatima de Lima wordt uitgescholden door drie jonge mannen die naast ons eten. Restaurant Op de Haven – het kijkt uit over het haventje van Culemborg.„Arrogant wijf ben jij zeg. Jééj-zus. Donder op mens.”

Ze dragen kleurige poloshirts en spreken dat schelle, wat bestudeerde ABN dat je hoort in telefoniewinkels en in reclamespotjes op Radio 1.

„Ik ben de havenmeester”, zegt Fatima de Lima. Zestig jaar oud, in witte bermuda, bloesje en zonneklep.

„Havenmeesterés, havenmeesterés”, jengelen de mannen nu.

„De muziek op jullie speedboot stond te hard, de mensen kwamen klágen.”

„Ro-de Khmér, hé! Rode Khmer!”

„Dus als ik jullie vraag zachter aan te doen, dan moeten jullie gewoon luisteren.”

„Trut.”

Dan loopt zij weg. De eigenaar van het restaurant grijnst de mannen hun triomf toe. Ja jééj-zus, nou zeg, zeggen zij. Ze zitten hier toch geld uit te geven? Dat is góéd voor de haven. Of niet soms?

En de eigenaar lacht. Nog iets te drinken, heren?

Later vind ik Fatima op een steiger, waar oudere mensen tomatensoep eten op geboende motorbootjes met namen als ‘Heaven Can Wait’. „Ik hou me in”, mompelt ze. „Ik douw de boot van die jongens zó de Lek in als het moet. Ik heb de bevóégdheid, weet je.” Na het eten varen de mannen pesterig hard de haven uit.

De volgende ochtend zit Fatima alweer fris en vrolijk in haar kantoortje: korte spijkerbroek, houten rozenkrans bevallig om een bruine bovenarm gewikkeld.

Ze vertelt dat ze uit Brazilië komt: ze was daar onderwijzeres, vertrok 38 jaar geleden naar Nederland voor een man: vier kinderen, gescheiden, en toen werd ze parkeercontroleur. Haar accent is nooit gesleten. Maar ze kreeg een cursus ‘omgaan met agressie’.

Ze werkt nu zestien jaar in de haven. Bij onderling gedoe, zegt ze, redeneert de Nederlander zo: daar is Fatima voor. „Achteraf komt iedereen zeggen hoe erg het was. Maar als puntje bij paaltje komt, rennen ze weg.” Nederlanders!, roept ze uit: „Bang, bang, bang!”

Zij lacht naar iedereen en iedereen lacht terug: „Háááii, Fatima.” En als jullie straks opeens weer boos op iemand zijn, zegt Fatima, dan komen jullie mij halen en ben ik jullie moeder. Deze ochtend nog: was er een hond onder een steiger vast komen zitten. Stond wéér iedereen te kijken en op Fatima te wachten. Kon zij naar haar boormachine hollen om een stuk steiger los te schroeven.

Ze heeft al jaren een Braziliaans en een Nederlands paspoort. In de zomer werkt ze lange dagen, in de winter gaat ze naar Brazilië.

En na haar pensionering, zegt Fatima, dan komt ze niet meer terug.

Margriet Oostveen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Arjen van Veelen