Geheime staatsmacht

Als we Hollywood toch niet hadden. „Al sinds de jaren veertig ligt de regering in bed met de complete telecommunicatiesector”, zegt Gene Hackman als gepensioneerde agent van de NSA in de film Enemy of the State. „Ze kunnen je bankafschriften bekijken, computerbestanden, e-mail, en naar je telefoongesprekken luisteren”.

De film is van 1998. Nog maar weinig mensen hadden toen van de NSA gehoord, hoogstens wist men dat het de geheimzinnigste Amerikaanse inlichtingendienst is, die iets doet met afluisteren.

De speelfilm baarde de toenmalige directeur van de NSA grote zorgen. Het gordijn waarachter hij en zijn mensen opereerden was opeens weggetrokken. Om het imago van zijn dienst te redden besloot hij tot een pr-offensief, een grote stap voor een organisatie die uit principe liefst onzichtbaar is.

Vijftien jaar later kun je zeggen dat de film de NSA waarschijnlijk alleen maar heeft geholpen. Doordat toen een tipje van de sluier werd opgelicht, en doordat onderzoeksjournalisten steeds meer over de NSA onthulden, reageren veel mensen nu wat vermoeid op de onthullingen van Edward Snowden over het massale verzamelen van telefoon- en internetgegevens. Dat wisten we toch al lang? Wat dacht je dan? ‘You have zero privacy anyway. Get over it’, zei een van de oprichters van computerbedrijf Sun Microsystems, Scott McNealy, al in 1999.

Ook met andere argumenten wordt de opwinding over het schandaal weggewuifd. Andere landen doen het ook! Ongetwijfeld, maar is het daarom geen probleem? En dan is er het Facebook-argument: we kiezen er tegenwoordig toch allemaal voor om onze privacy op te geven, op Facebook, Twitter en met alle foefjes op onze telefoons? Dus waar zeur je nog over? We zijn zelf aan de massale uitverkoop van onze privégegevens medeplichtig! Niet iedereen doet daaraan mee, zou ik zeggen, maar inderdaad wel veel mensen. Qua bevolking zou Facebook nu het op twee na grootste land ter wereld zijn. En niemand hoeft er verbaasd over te zijn dat de man die bij Facebook verantwoordelijk was voor de beveiliging van persoonsgegevens is overgestapt naar de NSA. Een volstrekt logische carrièrestap.

Maar moet je daarom ook maar je schouders ophalen als blijkt dat de Amerikaanse overheid, met behulp van machtige bedrijven als Microsoft, in het geheim is overgegaan tot het massaal in kaart brengen van al onze digitale sporen?

En het is niet alleen de privacy in Amerika, en de rest van de wereld, die in het geding is. Het gaat ook om de geloofwaardigheid van de Amerikaanse democratie. Een dag na zijn inauguratie in 2009 beloofde Obama in een speciaal memorandum dat zijn regering „een niet eerder vertoonde mate van openheid” zou betrachten. Want „openheid versterkt onze democratie”.

Inmiddels weten we dat de speciale rechtbank die toestemming moet verlenen voor het verzamelen van al dit soort data, nooit moeilijk doet. Niet één verzoek is geweigerd. De rechters horen altijd maar één kant van het verhaal – die van de regering. De vonnissen en dus de argumenten blijven vrijwel altijd geheim. Maar de invloed van deze rechtbank en zijn uitspraken is de afgelopen jaren enorm gegroeid, „stilletjes is het bijna een parallel Hooggerechtshof geworden”, aldus The New York Times. Maar dan wel één die ondergronds opereert – een geheime tak van de staat.

De afgelopen jaren is het besef gegroeid dat de macht van landen in de wereld sterk samenhangt met moeilijk grijpbare zaken als cultuur, idealen en het vermogen de harten van mensen te winnen – de veel bezongen ‘soft power’. De recente onthullingen hebben in de VS en de meeste andere meeste landen niet tot brede verontwaardiging geleid. Maar ze hebben het aanzien van Amerika, en daarmee zijn soft power, wel ernstig geschaad.

Juurd Eijsvoogel