Fashion Week: melig én eigenzinnig

Zowel Hollandse zomerbuien als Brigitte Bardot bleken inspiratie tijdens de opening van de Amsterdam Fashion Week afgelopen weekend.

Hotpants en lieslaarzen van MaryMe-JimmyPaul. Foto’s Peter Stigter

In Parijs, Milaan en New York beginnen de modeweken gewoon met een, ja, modeshow. Zo niet in Amsterdam. Amsterdam Fashion Week start elke editie met een feestelijke openingsavond.

Niet alle Nederlandse ontwerpers willen daarom tijdens de opening te showen; de druk is te groot. Een tegenvallende show is niet allen een tegenvallende show, het is meteen een tegenvallende opening.

Meestal pakt de openingsavond desondanks aardig uit, maar de negentiende editie van de modeweek, die vrijdagavond begon op het Westergasterrein, had een weinig overtuigende start.

De avond begon met de presentatie van de voorjaarscollectie voor voorjaar 2014 van Sis, de tweede en betaalbaardere lijn van de Truus en Riet Spijkers. Er zaten veel prettige, draagbare kleren in de op Brigitte Bardot geïnspireerde show (BB-ruitjes, wijde rokken tot de knie, zonne- en doorknoopjurkjes, een enkel pak) maar lang niet alle van de bijna vijftig outfits waren bijzonder genoeg om op de catwalk te boeien. Toen aan het eind van de show dan eindelijk wat uitgesprokener dingen kwamen –feestelijke, transparante jurken en rokken met een geruit babydollbroekje eronder – was het eigenlijk al te laat.

Hoofdact was het duo MaryMe-Jimmy Paul. Samen met sponsor Vodafone hadden de ontwerpers een app ontwikkeld voor hun ‘Wet ‘n’ wild’-show. Bij elke outfit (bolle rokjes van veren, veren jassen met een regenboogdessin, hoog opgesneden hotpants, felgekleurde printstoffen en gedecoreerde lieslaarzen) kon worden aangegeven of het een geval van ‘love it’ of ‘hate it’ was, de score werd op de campy achtergrond bijgehouden.

Na afloop van de show kwamen in plaats van de ontwerpers twee bodybuildsters op. De eerste vijf minuten was het allemaal reuze geestig, maar daarna werd de lach-of-ik-schietshow nogal plat en melig, en op den duur zelfs een tikje saai.

Beter ging het op de tweede dag van de modeweek. Bij Claes Iversen kwamen na effen broekpakken en jurken en broeken met zeer wijde pijpen afgewisseld met gelaagde, asymmetrische tops en jurken waarin verschillende materialen, waaronder veel franjes, waren verwerkt. De bruid had een sluier van met kraaltjes bezette franje voor haar gezicht hangen.

De franjes verbeeldden zomerbuien – de show, die opende met een elegante variatie op de bekende gele rubber regenjas – had het Nederlandse weer als uitgangspunt. In getailleerde jurken en jasjes kwam de vorm van een paraplu terug. Hoe experimenteel de kleren soms ook waren, ze bleven verfijnd; Iversen heeft een keurig handschrift.

Fred Farrow en Britt Avelon Tan, twee Nederlandse ontwerpers die in Parijs wonen, borduurden in hun derde show op de modeweek voort op hun heel eigen, gezellige rommelige stijl. „Alles wat je nodig hebt is een schone witte onderbroek en een handdoek”, was de titel van hun kleine, aanstekelijke show.

Het witte ondergoed was gemaakt van een zelfgemaakte broderie Anglaise, de handdoeken waren verwerkt tot jassen, een rokje en top en jumpsuit.

De collectie had een interessante mix van nonchalance en verfijning.

Het hoogtepunt van het weekend was de show van Marga Weimans, ook voor de derde keer aanwezig op de Amsterdamse modeweek. Alledrie de collecties die ze liet zien zijn gemaakt rond het thema ‘modehuis’.

Eerder had ze een installatie gebouwd die haar eigen modehuis verbeeldde. De perspex dozen die gedragen werden in haar vorige, zeer conceptuele show, vorig jaar, verbeeldden het DNA van een modehuis. Voor de collectie die ze zaterdagavond liet zien had ze zich de vragen gesteld: „Hoe komen modehuizen erachter wat er speelt en wat hun kleren willen hebben?”, en dat resulteerde in Weimans’ eerste draagbare collectie.

De meestal ruimvallende jassen en jurken en een pak waren bedrukt met prachtige prints van woonkamers, gebouwen, luchtfoto’s van steden – het perspectief werd gaandeweg de show steeds weidser – speciaal voor haar ontwikkeld door Jeroen en Barend Koolhaas, neven van de architect, en Aura Luz Melis.

Weimans maakte het soort mode waarvoor je naar de Nederlandse modeweek komt: eigenzinnig en verrassend. Haar collectie stond als een huis.