Eerst was er een boete, nu dreigt de cel

Armoede en onvermogen: steeds meer Nederlanders betalen hun boetes niet. De rechter zet steeds meer wanbetalers in de cel om betaling af te dwingen.

„Kafkaësk”, noemt Alice Anna Verheij het. En ook: „Het morele failliet van onze maatschappij.” De romanschrijfster: „Ik word gestraft voor het feit dat ik arm ben.”

Op 19 augustus moet Verheij (51) voor de rechter komen omdat zij haar brommer niet op tijd liet verzekeren. Drie boetes van samen 390 euro liepen in twee jaar tijd op tot 3.100 euro. Als Verheij niet kan aantonen dat zij over onvoldoende financiële middelen beschikt, kan de rechter gijzeling toepassen. Of, in gewone mensentaal: opsluiting in het huis van bewaring.

Verheij is niet de enige. Vorig jaar droeg het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) 57.765 gijzelingszaken over aan de politie vanwege niet-betaalde verkeersboetes. In 2008 waren dat er nog 47.699. Zo’n 60 procent ervan kwam voor de rechter. De rest betaalde op het allerlaatste moment alsnog.

„Wij zien een sterke toename van het aantal gijzelingszaken”, zegt Albert Ploeger, kantonrechter bij de rechtbank in Den Haag. Dat heeft volgens hem niet alleen met de crisis te maken. „Bij gijzelingszaken zie ik over het algemeen mensen die ongeacht de crisis met schulden kampen.”

Het CJIB beschouwt gijzeling als dwangmiddel om mensen tot betalen aan te zetten, naast het innemen van rijbewijzen en het buiten gebruik stellen van auto’s. „Het duurt veelal meer dan een jaar voordat namens de officier van justitie tot het inzetten van dwangmiddelen wordt overgegaan”, zegt een woordvoerder van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Als een boete niet betaald wordt, volgen eerst twee aanmaningen. Levert dat niets op, dan kan het CJIB nagaan of het openstaande bedrag van de bankrekening van de wanbetaler kan worden gehaald. Lukt dat niet, dan kan de deurwaarder worden ingeschakeld. Als die de vordering binnen zes maanden niet krijgt geïnd, dan mag het CJIB pas dwangmiddelen inzetten.

Ook bij Alice Anna Verheij vielen meerdere aanmaningen in de bus. „Maar als je arbeidsongeschikt bent en per maand 280 euro overhoudt, komen die boetes hard aan.” Verheij noemt het „onnadenkend” dat zij een brommer van 250 euro aanschafte, terwijl zij weinig geld heeft. „Maar ik had net een paar zware operaties achter de rug, waardoor ik 85 procent van mijn inkomen was verloren. Die brommer gaf mij een gevoel van vrijheid.”

Advocaat Vincent Besters uit Amsterdam herkent het verhaal van Verheij. Mensen bellen hem zó vaak met vragen over gijzeling, dat hij er op zijn websi te speciaal plek voor heeft ingeruimd. „In het gros van de gevallen gaat het om mensen in zeer moeilijke situaties, zoals daklozen en mensen die in de bijstand, schuldhulp of schuldsanering zitten. Ze willen wel betalen, maar kunnen het geld niet ophoesten. Vaak missen ze de oproep van de rechtbank, en schrikken zij zich dood als de politie voor de deur staat.”

Besters kan mensen in zo’n geval niet bijstaan, zegt hij. „Als de rechter eenmaal gijzeling heeft opgelegd, kun je daar niet tegen in beroep. Daarom staat er op onze website: zoek onmiddellijk contact als je met gijzeling wordt bedreigd. Want voor je het weet, is het te laat.”

Ook collega-advocaat Jehanne Hulsman uit Delft staat verschillende cliënten bij die gijzeling boven het hoofd hangt. „Het zijn meestal mensen met een gecombineerde problematiek: geen geld, geen baan, geen vast woonadres en verminderd geestelijk weerbaar.” En dat zijn er een hele hoop, zegt Hulsman. „Toen ik laatst zo’n cliënt bijstond, zaten er dertig, veertig anderen te wachten op de behandeling van hun gijzelingszaak.”

Hulsman en Besters kennen diverse mensen die vaker dan één keer zijn gegijzeld omdat hun financiële situatie na de eerste keer onveranderd was. Het totale aantal dagen dat iemand vastzit voor niet-betaalde verkeersboetes kan volgens hen oplopen tot dertig à veertig. Besters: „Als het OM zegt dat het ‘niet opportuun’ is meer dan één keer te gijzelen, dan doen zij niet hun best daarnaar te handelen.”

Dat betekent volgens kantonrechter Ploeger niet dat er lichtvaardig met gijzelingszaken wordt omgesprongen. Hij leest de stukken, stelt kritische vragen op de zitting. Hij weerspreekt dat gijzelingszaken als hamerstukken worden behandeld, zoals sommige advocaten concluderen.

Ploeger legt uit dat hij in principe alleen hoeft te beoordelen of de betaling mag worden afgedwongen met gijzeling. Daarin heeft hij geen bewegingsvrijheid. Maar de de meeste kantonrechters vragen zich wel degelijk af of de gijzeling een redelijk doel dient, zegt hij. „Als de samenleving iemand met woonbegeleiding, schuldhulp, bijstandsuitkeringen en woontoeslagen op het juiste spoor probeert te krijgen, is gijzeling weinig zinvol.”

Alice Anna Verheij is niet gerust op een goede afloop. De romanschrijfster heeft het gevoel dat zij „een fuik is in gejaagd” en dat de opgelopen boete „in geen verhouding staat tot het vergrijp”. „En toch laat ik de moed niet zakken”, zegt zij opgewekt. „Ik ben nogal een bohémienne en dus maak ik me niet zo druk om die cel. Zo lang ik maar papier en schrijfgerei mag meenemen. Want als het zo ver mocht komen, dan verwerk ik mijn ervaringen in een novelle.”