Draaiboek voor gestrande walvissen

Eindelijk is het er: het protocol voor de stranding van levende walvisachtigen. Na de lijdensweg van bultrug Johanna in december drongen de PVV en de Partij voor de Dieren er bij minister Kamp op aan zo’n protocol op te stellen. Het heeft ruim een half jaar geduurd, maar het document stelt niet teleur. Minutieus wordt erin uitgelegd welke procedures gevolgd moeten worden; een heuse ‘beslisboom’ maakt het visueel inzichtelijk. De uitvoering ligt bij de Kustwacht, Rijkswaterstaat, het Nationaal Crisis Centrum, het ‘Deskundigenteam levende, grote walvisachtigen’ en een ‘strandingscoördinator’ van het ministerie van Economische Zaken.

Het strandingsprotocol, dat overigens pas na behandeling in de Kamer in december definitief wordt, heeft een lange geschiedenis. Al in 2004 werd gewerkt aan zo’n draaiboek, na een uit de hand gelopen situatie met een aangespoelde bultrug op de Wadden. Texel en Vlieland kregen ruzie over het skelet dat het ene eiland zich had toegeëigend; de ruzie werd pas bijgelegd toen het andere eiland een dode potvis kreeg. Van dit protocol hoorden we daarna niets meer, totdat Johanna aanspoelde.

Het is ook niet de eerste keer dat de politiek zich bezighoudt met crisismanagement omtrent dieren. In 2007 stelde de Partij voor de Dieren Kamervragen naar aanleiding van de agressieve aap Bokito: Kamerlid Esther Ouwehand vroeg de minister een onderzoek in te stellen naar de veiligheid in dierentuinen. Een paar jaar later stelde PVV-Kamerlid Dion Graus een soortgelijke Kamervraag over de in een greppel gevallen dierentuinolifant Radza. En de afgelopen maand werd in de Kamer hevig gedebatteerd over de te treffen maatregelen voor of tegen wolven, na de vondst van een doodgereden wolf bij Luttelgeest.

De haastige reactie van de politiek op dit soort incidenten wordt de ‘risico-regelreflex’ genoemd. De Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid bracht twee jaar geleden een rapport hierover uit waarin stond dat politici, bestuurders en ambtenaren ‘de morele en mentale druk voelen om na een incident maatregelen te nemen die soortgelijke incidenten in de toekomst moeten voorkomen’. Tegelijkertijd waarschuwde het Wetenschappelijk Instituut van het CDA voor deze reflex: ‘Om de kans op overhaaste besluitvorming te verminderen zou na incidenten een afkoelingsperiode moeten volgen van een half jaar, zodat de emotie van het moment kan afkoelen.’ Er is nu een half jaar verstreken sinds ‘de bultrug’. In die periode is men niet afgekoeld, maar heeft men een protocol opgesteld.

Ik snap het ook wel. Nu een steeds groter deel van de besluitvorming wordt overgeheveld naar Brussel, koestert de politiek de bevoegdheden die ze nog heeft. Nog even en we mogen dit soort protocollen niet meer zelf opstellen. Dan beslist Brussel of we een zeezoogdier moeten opblazen of reanimeren. Laten we dus maar genieten van dit vertoon van nationale soevereiniteit. Leve het strandingsprotocol!

Floor Rusman is redacteur van nrc.next. Elke maandag schrijft ze op deze plek over de actualiteit.