denken@nrc.nl

Honderdvijftig typemachines, die de schrijver W.F. Hermans (1921-1995) had verzameld, verdwijnen uit een Nederlands museum. Een boekhandel in Gent mag dit cultuurgoed voor 7.500 euro overnemen. ‘Schande!’, betoogden Toef Jaeger en Roderick Nieuwenhuis, medewerkers van de NRC-boekenredactie, vorige week donderdag in nrc.next. Twee reacties.

Parlementaire enquête naar het vertrek van Hermans’ typemachines

vindt Nico Bennemeer uit Oostzaan

Ik ben verbijsterd. Wat is Nederland toch een hypocriet land! Eerst alles wat van waarde is vernietigen: orkesten afschaffen, kunstenaars korten, exposities minimaliseren, musea opdoeken, de kunst als exploitabel fenomeen propageren – en ga zo maar door. En nu janken, omdat er door eigen falen 150 schrijfmachines binnen ons taalgebied gaan naar een oord waar W.F. Hermans absoluut positief over was geweest.

Ik heb een oplossing: de voorzitter van de Tweede Kamer bestelt bij Boekhandel Limerick te Gent 150 exemplaren van Hermans’ Boze brieven van Bijkaart. Als alle volksvertegenwoordigers dit boek hebben gelezen, komt er een parlementaire enquête over deze kwestie – en liefst over alle kwesties die nog gaan komen.

150 typemachines? Soit!

reageert Tirza van der Graaf, student Nederlandse taal & cultuur, Amsterdam

Binnen de neerlandistiek is al jaren een discussie gaande over de benadering van teksten. Men kan de zogenoemde tekstinterne benadering kiezen, of een tekst-externe. Het verschil tussen deze twee is dat men in de eerste alléén naar de tekst zelf kijkt; zaken eromheen, zoals de schrijver en de maatschappelijke werkelijkheid waarbinnen de tekst is ontstaan, doen er niet toe. De kwestie van de 150 typemachines van W.F. Hermans deden me hieraan denken. Ik zou hier willen pleiten voor de tekstinterne benadering. Naar mijn mening zijn de teksten van Hermans zélf het allerwaardevolst en moeten we er alles aan doen om die te behouden. Zijn handgeschreven teksten bijvoorbeeld, díe moeten gekoesterd worden. Maar 150 typemachines? Eerlijk gezegd is dat voor mij niet van het grootste belang. Als het er nu één was geweest, soit. Laten we ons dus blijven richten op de teksten van Hermans zélf. Die mogen nooit verstoffen, zoals op den duur met de typemachines in Gent zal gebeuren.