Advocaten bezorgd over gijzelingen voor verkeersboetes

Trajectcontrole op de A2 tussen Utrecht en Amsterdam. Rechtbanken zien steeds meer gijzelingen wegens niet betaalde verkeersboetes. Foto ANP / Robin Utrecht

Advocaten maken zich zorgen over het sterk gestegen aantal gijzelingszaken. Steeds meer mensen hangt opsluiting boven het hoofd vanwege niet betaalde verkeersboetes.
Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB).

In 2008 droeg het CJIB 47.699 gijzelingszaken over aan de politie, in 2012 waren dat er 57.765. Een toename van ruim 21 procent. De politie kan wanbetalers gericht aanhouden of bij een verkeerscontrole.

In ongeveer 60 procent van de gevallen kwam het tot een zaak bij de kantonrechter. In de overige gevallen werd alsnog betaald. Albert Ploeger, kantonrechter in Den Haag zegt:

“Wij zien een sterke toename van het aantal gijzelingszaken. Het is te simpel om de crisis als oorzaak aan te wijzen, want bij gijzelingszaken zie ik over het algemeen mensen die ongeacht de crisis schulden hebben.”

Doordat Justitie geen cijfers bijhoudt, is niet bekend hoeveel mensen daadwerkelijk worden opgesloten vanwege een niet betaalde verkeersboete. Maar advocaten zien een duidelijke trend.

Boete blijft na gijzeling openstaan

Jehanne Hulsman uit Delft en Vincent Besters uit Amsterdam kennen meerdere mensen die meermaals zijn gegijzeld omdat er na de eerdere gijzeling niets was veranderd in hun financiële situatie; de boete blijft na een gijzeling gewoon openstaan. Het totale aantal dagen dat iemand vastzit, kan volgens hen oplopen tot veertig.

Het Europese Hof oordeelde in 1995 dat de staat niet tot gijzeling mag overgaan als is aangetoond dat iemand een boete niet kan betalen. Hulsman:

“Rechters moeten de draagkracht van wanbetalers in hun oordeel meewegen. Maar wat gebeurt er als iemand niet op de zitting verschijnt omdat hij geen vast woonadres heeft? De ervaring leert dat gijzeling dan meestal wordt toegewezen. Dat is in strijd met de uitspraak van het Europese Hof.”

Wanbetalers kunnen niet in beroep tegen de uitspraak.