Zeven gewonden bij rellen Belfast - versterking van duizend agenten

Een man gooit een meubelstuk tijdens een confrontatie tussen demonstranten en oproerpolitie in het noorden van Belfast, Noord-Ierland. Foto AFP / Peter Muhly

Bij rellen tussen protestantse jongeren en de politie in Belfast, vannacht, zijn zeven politiemensen gewond geraakt. Dat heeft de politie bekendgemaakt. De dag daarvoor raakten 32 politiemensen en politici gewond.

De agenten werden aangevallen met stenen, flessen, meubels en andere projectielen. De aanvallers droegen veelal capuchons of hadden hun gezicht verborgen achter Britse vlaggen. De politie zette waterkanonnen in en schoot met rubber kogels om de aanvallers te verdrijven.

Meer dan zeshonderd agenten waren uit voorzorg al vanuit Engeland in de Noord-Ierse stad gestationeerd, omdat 12 juli, Oranjedag, meestal gepaard gaat met rellen. Op Oranjedag vieren de protestanten de zege van koning William of Orange (stadhouder Willem III) op zijn rooms-katholieke rivaal en schoonvader James II. De onlusten begonnen nadat het protestanten verboden was een zogenoemde Oranjemars te houden door een katholieke wijk in Belfast. Daarop kwamen er gisteren nog eens vierhonderd extra agenten bij uit Wales, Engeland en Schotland.

Het is volgens persdienst Novum nog nooit eerder gebeurd dat duizend agenten de politie in Belfast kwamen versterken. Zelfs niet onder de ‘Troubles’; de periode van voortdurende strijd tussen protestanten en katholieken in Noord-Ierland tussen eind jaren zestig en het vredesakkoord van Pasen 1998. Daarbij vonden 3500 mensen de dood. Sinds het vredesverdrag is getekend deleen katholieken en protestanten de macht, maar sporadisch komt geweld nog steeds voor.