Wellness/Nietes

Een mens kan op veel manieren nat worden en weer opdrogen, zegt Ivo Weyel in deel 2 van een serie over hoteltrends.

Mandalay Hill Resort

Vroeger had een hotel genoeg aan een zwembad. Nu kan een hotel niet meer zonder een spa. De wellnesstrend is overweldigend. Eerst waren hotels nog argwanend (zullen we wel of zullen we niet, want is het wel lonend zoveel geld uit te geven aan de aanleg van een spa?), maar door de almaar groeiende cijfers van de overkoepelende Global Spa & Wellness Summit (vorig jaar was het wellnesstoerisme goed voor 107 miljard dollar omzet), zijn ze massaal overstag gegaan. Hoewel er ook zijn die een graantje proberen mee te pikken door niet meer dan een jacuzzi in de tuin te zetten en deze als spa te afficheren.

Het is opmerkelijk te zien op hoeveel manieren een mens nat kan worden en op evenzoveel manieren kan opdrogen. Dat laatste gebeurt niet zelden verpakt in hooi en zilverfolie, in luxueuze recoverkamers, onder het toeziend oog van Boeddha met plingplong- dan wel dolfijngeluiden op de achtergrond. Dat geeft rust, want de moderne mens is gestrest, dus er moet onthaast en ontslakt. Menukaarten geven de verschillende bereidingswijzen aan, van blancheren in natte stoom of langzaam garen in gortdroge zweetkamers tot ijskoude martelpraktijken (sub zero onderkoeling), waarna vertroosting en heling worden gegeven middels oliën waarin altijd iets uit de Himalaya of de binnenlanden van een onherbergzaam gebied zit verwerkt (een bes, mos, houtsoort, modder dan wel inheemse zoutkorrel).

Dat kost allemaal een vermogen. Geen wonder dat op menig hotelkamer de spafolder pontificaal aanwezig is om aan te sporen tot een rap bezoek aan de hotelspa. De speciale spasloffen en badjas liggen klaar om aan te schieten. Vervolgens afdalen in de speciale spalift (opdat argeloze gasten niet geconfronteerd worden met puffende en stoom afblazende spabezoekers) en men is in no time een paar honderd euro armer. Maar wel in het bezit van de meest wijd openstaande en diepst gereinigde poriën.