‘We repeteren nooit voor zo’n optreden’

Pianist Michiel Borstlap (46) gaat met zijn trio ‘lekker improviseren’.

Vrijdag 12 juli, in de Hudson, 19.45 uur

‘Er is een vast patroon in het laatste uur voor zo’n festivaloptreden met mijn trio. We zitten in de kleedkamer, ouwehoeren wat, dan gaan we naar de backstage en horen we de aankondiging op het podium. Tijdens die aankondiging vraagt Erik of Boudewijn ‘Zeg Michiel, waar beginnen we eigenlijk mee?’ Het is een geintje, ze weten dat er geen antwoord komt, want we spreken nooit iets af. We laten ons leiden door de atmosfeer en de zaal, de ene noot leidt tot de andere.

„De laatste tijd ben ik veel bezig geweest met mijn soloproject, maar op het festival gaan we gewoon met z’n drieën keiharde jazz spelen. Ik speel al sinds 1990 met Boudewijn Lucas op bas en al tien jaar met Erik Kooger op drums. Iemand hoeft maar een wenkbrauw op te trekken en de anderen weten waar we heen gaan. We kunnen ontzettend snel schakelen.

„We repeteren eigenlijk nooit voor zo’n optreden. We komen vooraf wel een middagje bij elkaar, puur voor de gezelligheid. Dat gebeurt dan in het kleine zaaltje dat ik aan huis heb. Een zaal met achttien oude bioscoopstoelen, een vleugel en ruimte voor een drumstel. Na een paar rondjes koffie gaan we nog wel even spelen. Misschien komt er nog een nieuwe compositie aan de orde.

„We zullen op het festival veel werk spelen van ons meest recente album 88. We houden allemaal van vrijheid, dus er zal veel ruimte zijn voor solo’s, maar niet in de gangbare thema-solo-thema-structuur. Hoewel iedereen technisch ontzettend goed is, gaan we niet voor de best ingestudeerde solo, we ruiken en voelen wat op dat moment werkt.

„Er is best kans dat er ook nog wat van mijn soloproject in het concert terugkomt. Ik zit 25 jaar in het vak en dit najaar begin ik met een solotheatertour. Ik ben er de afgelopen maanden zo intens mee bezig geweest op een fantastische Steinway-vleugel in een Amsterdamse studio. Dat ding heeft mijn liefde voor de vleugel alleen nog maar intenser gemaakt. Ik weet dat als ik daarop speel die ene noot precies goed gaat zijn. Dan denk ik, weet je wat, ik speel hem ook gewoon. En dan werkt het, terwijl het op een andere vleugel niet werkt.

„Op North Sea heb ik natuurlijk niet die vleugel, maar dan spelen we versterkt en dat geeft het geluid weer een soort grootsheid. Dan neem ik die andere onvolkomenheden graag voor lief.”