Wat een democratie is, ontgaat de meeste Egyptenaren

Onder de meeste Egyptenaren is geen besef van wat een democratie echt inhoudt. Morsi heeft nog veel steun en het leger zal de herwonnen macht niet afstaan, vindt Jan Just Witkam.

Het huwelijk tussen Egypte en de democratie is al na een jaar gestrand. Het waren ook onwaarschijnlijke partners. Wat democratie werkelijk is, ontgaat de meeste Egyptenaren. Als ik er in mijn directe kennissenkring in Caïro naar vroeg, kwam daar nooit een zinnig antwoord op. Dat het democratische gehalte van een samenleving blijkt uit het vermogen van het parlement om de regering naar huis te sturen, was opmerkelijk nieuws. Dat het Europese parlement de Commissie niet weg kan sturen, is in dit verband overigens ook veelzeggend.

De behandeling van minderheden is nog zo’n politieke lakmoestest. Het antwoord dat ik van mijn Egyptische vrienden kreeg op mijn vraag naar het wezen van de democratie was, kort samengevat, dat men onder een democratisch bewind krijgt wat men hebben wil. En krijgt men dat niet, dan is de de zittende partij ondemocratisch, en daarom vogelvrij.

In iets meer dan een half jaar is Egypte nu toe aan zijn derde grondwet, en de vierde is in zicht. Na de revolutie van 25 januari 2011 kondigde de Opperste Raad van de Krijgsmacht (SCAF) een constitutie af, een lijst met grondrechten en politieke spelregels van 63 artikelen. Eind december 2012 werd de nieuwe, democratisch vastgestelde, grondwet van de Moslimbroederregering van kracht, 236 artikelen lang. Op 6 juli 2013 kwam de door Egyptische legerleiding geïnstalleerde interim-president met een nieuwe lijst constitutionele regels, nu slechts 33 artikelen.

Het eerste artikel van deze drie constituties zegt dat Egypte een democratie is, overigens zonder dat de term ‘democratie’ nader wordt gepreciseerd. Het woord democratie in de grondwet bepaalt niet automatisch het democratische gehalte van een staat – de Nederlandse grondwet bevat het woord niet eens. De laatste drie Egyptische grondwetten erkennen dat de islamitische wet, de in Nederland veel verguisde sharia, de materiële bron is van de nationale wetgeving. Alleen de grondwet van de moslimbroeders, die vorige week door het leger buiten werking is gesteld, kende ook nog een artikel waarbij Egyptische christenen en joden het recht hadden hun persoonlijk statuut naar eigen wetgeving te regelen. De Egyptische joden zijn bijna allemaal geëmigreerd, niet naar Israël, maar naar aangenamer streken, zoals Libanon, Frankrijk en Noord-Amerika. De miljoenen christenen in Egypte worden met of zonder grondwet toch wel veracht. Egyptische moslims spreken gewoonlijk niet van een ‘Kopt’, maar van een ‘vuile Kopt’. De echte haat in Egypte geldt echter niet joden en christenen, maar de shi’a, een wat omvang betreft volstrekt onbetekenende groepering, die in de populaire verbeelding diabolische proporties heeft aangenomen. ‘Zij breken de lijn’, zo is de uitdrukking, waarmee wordt bedoeld de lijn van de gelovigen tijdens het gebed in de moskee.

Een andere constante in de drie constituties van het laatste jaar is dat het volk soeverein is. Ook de betekenis daarvan ontgaat de meeste Egyptenaren. Toegepast op het dagelijks leven betekent dit dat lawaaierige groeperingen pleinen vullen, de zogenaamde milyoniyya’s, een nieuw woord. De uitzinnige menigte op het Tahrir-plein die op de dag van de gevangenneming van president Morsi zijn politieke zelfmoord vierde met ketelmuziek, vuurwerk en laserlicht is er een voorbeeld van. De aantallen zijn dan de boodschap pro of contra het regime.

Het burgerinitiatief Tamarod, rebellie, dat met een petitie tegen president Morsi kwam, had vijftien miljoen ondertekenaars. Op straathoeken en bij stoplichten stonden de ophalers van de handtekeningen, maar er was geen enkele garantie dat er niet dubbel of nog vaker getekend werd. Het getal van vijftien miljoen betekent dus niets en iedereen weet het.

De roadmap van de militairen zegt: binnen vier maanden zal een referendum over een nieuwe, vierde, grondwet gehouden worden, twee weken later zijn er nieuwe parlementsverkiezingen en in de eerste zittingsweek van dat parlement worden nieuwe presidentsverkiezingen uitgeschreven. Met een beetje doorwerken is het voor het einde van 2013 allemaal rond. En inderdaad, alleen nieuwe verkiezingen kunnen de Egyptische democratie herstellen. Maar het spel om de macht is nu al begonnen en dat gaat nog niet eenvoudig.

De Moslimbroederschap is te groot om buiten spel te worden gezet. De gedachte dat salafisten en liberalen, allebei minderheden in het Egyptische politieke leven, nu samen een nieuw Egypte kunnen bouwen, is een illusie. Hun standpunten liggen te ver uiteen en het wederzijdse wantrouwen is te groot. Hun haat tegen de broederschap hebben zij gemeen, maar die is gebaseerd op elkaar uitsluitende argumenten.

De tweede illusie van de militairen is dat de moslimbroeders hun democratisch gekozen president zullen afvallen en nu zomaar aan het nieuwe politieke proces zullen deelnemen. Dat zal zeker niet gebeuren na de jacht op hun kopstukken, de sluiting van hun tv-stations en de bloedbaden die het leger de afgelopen dagen onder hen heeft aangericht.

Men hoeft geen profeet te zijn om een langdurige directe betrokkenheid van het leger te voorzien in het Egyptische politieke leven, al was het maar om de enorme zakelijke belangen die het leger gedurende zestig jaar van dictatuur heeft opgebouwd te beschermen. Alleen de vormen die deze militaire betrokkenheid zal krijgen, kunnen nog verbazing wekken. Voorlopig heeft de legerleiding het echter te druk met alle burgerpolitici die om baantjes in het nieuwe bestel komen bedelen.

Jan Just Witkam is emeritus hoogleraar ‘Handschriftenkunde van de islamitische wereld’.