Vernieuwing komt van mannen met paardenstaarten

In een tv-serie van drie delen verkent Henk Steenhuis de toekomst van de journalistiek. Papier is dood, leve het web, luidt zijn opwekkende boodschap. „Journalisten moeten leren nederig te zijn.”

Grote Markt, Groningen. Sinds eind 2012 zijn in Noord-Nederland geen buitenlandse kranten meer te koop. Foto Kees van de Veen

Henk Steenhuis denkt dat de journalistiek een geweldige tijd tegemoet gaat. „Dit is een crisis om je vingers bij af te likken.” Gedwongen door dalende inkomsten – minder lezers, minder adverteerders – zijn kranten zichzelf opnieuw aan het uitvinden en dienen nieuwe vormen van journalistiek zich aan. De nood is hoog, dus alles gaat snel. „De afgelopen 36 maanden is er in de journalistiek meer geïnnoveerd dan in de 36 jaar daarvoor.” Het bruist van de plannen, vooral op internet. Steenhuis is over het ene initiatief nog enthousiaster dan het andere.

De stemming waarmee Steenhuis, oud-hoofdredacteur van HP/De Tijd, ruim een jaar geleden begon aan het drieluik Iedereen journalist was een andere. Hij had Page One gezien, de documentaire van Andrew Rossi over de financiële moeilijkheden en journalistieke dilemma’s van The New York Times. „Ik zag al die slimme mensen op de redactie, en hoe ze elke dag slimme dingen bedenken voor de krant. Maar elke dag zijn ze te laat, het web is altijd sneller.” Wereldwijd worstelen kranten met de overgang van papier naar digitaal. De vraag is niet óf ze moeten overstappen, maar hoe en wanneer.

Zonder ervaring als tv-maker stapte Steenhuis naar producent Albert Klein Haneveld van productiebedrijf Hollandse Helden, met het voorstel om de veranderingen in de journalistiek in kaart te brengen. Omroep NTR hapte toe. Steenhuis maakte een rondgang langs journalisten, ondernemers en media-experts. Elk op hun eigen manier komen ze allemaal met dezelfde analyse: krantenuitgevers hebben de eerste tien jaar van deze eeuw zitten pitten. Ze hebben internet volkomen verkeerd ingeschat, en er nog steeds geen adequaat antwoord op geformuleerd.

Is het echt zo erg? Zijn wij journalisten slome sukkels?

„Om de stilstand van de afgelopen periode te kunnen begrijpen moet je je realiseren dat er in de tweede helft van de 20ste eeuw ongelooflijk veel geld is verdiend met kranten uitgeven. In de eerste rijkenlijst van Quote, uit 1996, stonden alle krantenfamilies: Puijenbroek, Hazewinkel, Sijthoff. Er was geen prikkel om te vernieuwen, het geld stroomde binnen. Bovendien: journalisten hebben geen ondernemersgeest. Ze voelen zich de hoeders van de beschaving en de democratie, en bekijken de wereld met een zeker dedain. Dat helpt niet als je weer met iets vanaf nul moet beginnen, daar moet je een beetje nederig voor zijn.”

Kranten hebben internet omarmd en ontwikkelen in hoog tempo allerlei toepassingen voor tablet en smartphone.

„Zeker, maar dat omarmen heeft lang geduurd, jarenlang was er vooral angst voor concurrentie. En veel kranten weten nog steeds niet wat ze online moeten doen. Vaak is het een digitale kopie van de papieren pagina’s, zonder de meerwaarde die internet biedt. Iedereen erkent dat het een kolossale fout is geweest om nieuws online gratis aan te bieden. Mensen zijn bereid om te betalen voor kwaliteit. Waarom duurt het zo lang voordat die fout wordt hersteld? Waar blijven de slimme, op maat gemaakte betaalopties? Waarom kan ik nog steeds mijn favoriete stuk uit Het Parool, de column van Theodor Holman, gratis lezen op internet en moet ik er voor betalen in de kiosk?”

Ondanks de crisis in krantenland is de toon van het drieluik uiteindelijk optimistisch. Vanwaar uw vertrouwen dat het goed komt?

„Alle fouten die gemaakt konden worden zijn inmiddels gemaakt. Nog steeds zijn drie miljoen Nederlanders bereid om elke dag voor nieuws te betalen. Nu is het zaak om die mensen mee te nemen naar andere vormen van journalistiek. Toen de radio kwam begon het met voorlezen, toen de tv kwam begon het met toneelstukken. Pas in tweede instantie ontdekte men de specifieke mogelijkheden van het medium. De iPad begon met het kopiëren van papier, maar eigen vertelvormen komen er aan. Klassieke journalisten gaan samenwerken met jonge computernerds. De vernieuwing ontstaat bij kleine clubjes, bij mannen met paardenstaarten. Ik zie fusies ontstaan tussen de reputatie van oude titels en de denkkracht van die paardenstaarten. Er is een nieuwe betovering van de journalistiek op komst.”

Wat moeten kranten doen om te overleven?

„Ze moeten die nieuwe beeldtaal uitwerken. Verder moeten ze hun specialisten koesteren. Te midden van alle informatiestromen hecht de lezer aan betrouwbare auteurs. Als ik iets van NRC-redacteur Carolien Roelants over het Midden-Oosten lees, weet ik dat het klopt.”

Hoe verhoudt zich dat tot de titel van de serie? U lijkt enthousiast over de opkomst van de amateurjournalist.

„Dankzij het web gaan lezers terug praten. Hun inbreng kan heel waardevol zijn, sommigen weten heel veel over een onderwerp. Een mooi voorbeeld is Norbert ter Mors, die dankzij jarenlange ervaring in de vastgoedwereld een goed geïnformeerd blog schrijft. Het klassieke model ‘journalisten schrijven, lezers lezen’ voldoet niet meer. Joris Luyendijk begrijpt dat. Hij begon zijn blog in The Guardian over de Londense City met een oproep aan lezers: ik weet niets van de financiële wereld, help mij om het te begrijpen en anderen te informeren.”

Dat zijn chique voorbeelden, lezersparticipatie is ook schelden op Twitter en amateurkiekjes op nu.nl.

„De codes van de klassieke journalistiek zijn die van de burgerij, die gelden niet op internet. De nette journalisten hebben de aanpak van GeenStijl en PowNews laten liggen. Vaak is het banaal, maar het is ook energiek en het levert soms nieuws op. Klopt, er wordt gescholden, er worden namen van verdachten genoemd en de privacy wordt geschonden. Ik vind dat niet goed of slecht, maar in ieder geval een verrijking van de journalistiek. Het palet is veelkleuriger geworden.”

U bent zelf freelance journalist. Is het niet wrang om geld te verdienen met een serie over kommer en kwel in de journalistiek?

„Ik vind dat niet wrang, het is werk. Het is toevallig een onderwerp dat me na aan het hart ligt. De NTR heeft me gevraagd een vervolgserie te maken, over journalistiek in Europa. Dan gaan we bijvoorbeeld op bezoek bij Mediapart, de Franse nieuwssite die ministers laat vallen. En ik wil weten hoe The Guardian ondanks grote verliezen allerlei spraakmakende projecten kan blijven doen.”