Trompettist Vloeimans stunt met groot orkest

North Sea Jazz begon vrijdagavond met veel trompet. De trompet bewees weer hoe veelzijdig hij kan klinken, zeker aan de mond van Terence Blanchard.

Schel met branie, breekbaar maar scherp afgezet tegen strijkers, of licht melancholische lange, met veel lucht geblazen zijdenoten. Tal van soorten jazztrompetten waren gisteravond leidend op de eerste uitverkochte avond (25.000 bezoekers) van North Sea Jazz 2013, voor de achtste keer in de Rotterdamse Ahoy. En het was bij allemaal dringen,vertrouwd in lange rijen, alsof er helemaal geen jaar is verstreken sinds de vorige editie.

De eerste avond van de 38ste editie van het driedaagse festival waar jazz, soul en pop gemoedelijk elkaars hand vasthouden, bood weer jonge opkomende artiesten naast musici die hun sporen lang en breed hebben verdiend. Er zijn bands die hun jazz mengen met rock en soul in nieuwe hedendaagse stromingen, teruggrijpend op wat allemaal al in de jaren zeventig is geëxperimenteerd. En er zijn oude rotten, als het hammondtrio Martin, Medeski & Wood, die al jaren expert zijn in de combinatie grooves en jams met experimentele jazz. De concerten werden gegeven op dertien verschillende podia, verdeeld over drie verdiepingen in Ahoy en buiten in tenten.

De eerste belangrijke trompetspeler was de Amerikaanse trompettist Terence Blanchard uit New Orleans, die al op zijn eenentwintigste als ‘jonge jazzleeuw’ een plek in de Art Blakey Jazz Messengers verwierf. Hij is intussen een grote gevestigde naam, die naast zijn solocarrière steeds vaker filmopdrachten kreeg als huiscomponist van regisseur Spike Lee en uitgroeide tot de belangrijkste Afro-Amerikaanse componist van filmmuziek met een onnoemlijk aantal soundtracks op zijn naam. Daarnaast schreef hij een opera Champion, An Opera in Jazz, over het leven van een topbokser.

Net als op zijn nieuwe cd Magnetic speelde hij nu met jonge jazzmusici. Zijn bassist is nog maar 21 en komt vers van de opleiding gerold. Blanchards mentorrol had als nadeel dat de meester vaker toezag op het spel van zijn talenten dan dat hij zich zelf liet horen. Maar als hij speelde was het wel vurig en uitdagend naar zijn medespeler. Noten als gloeiende kooltjes wierp hij zijn saxofonist Brice Winston toe – haast niet te vangen.

Op hele andere wijze ging het er aan toe bij trompettist Eric Vloeimans. Hij realiseerde eerder dit jaar zijn wensdroom om een orkestrale cd op te nemen en kon dit op North Sea Jazz onder brede belangstelling nog eens laten horen. Ondersteund door het Limburgs Symfonie orkest, dat maar net op het op grote podium van de chique Amazon-zaal paste, en hulp van arrangeur/pianist Martin Fondse, al vaker een metgezel in het creëren van avontuurlijk buitelende muziek buiten alle kaders, kwam het tot een verrassend concert.

Jazz? Ach, ik improviseer toch, zei Vloeimans laconiek tegen zijn toehoorders over zijn dubbelzinnige avontuur. Zoals in zijn vierdelige Evensong, een volumineus en betoverend meesterwerk dat breed uitwaaiert van klassiek naar jazzdelen met spanning. Your Majesty, geschreven voor de film Majesteit, trok op heel andere wijze de aandacht. Even liet het orkest de instrumenten liggen en zong veelstemmig. Dat die gedragen sfeer misleidend was, bleek toen Vloeimans met zijn jazz aan de bal kwam, fel improviserend met een venijnige scherp jazztrompetje in een jazzkwartet met accenten van het orkest. „Als rechtgeaarde componist moet je voor drie mensen in je leven iets schrijven: voor je geliefde, je moeder en de koningin.”

De Amerikaanse saxofonist Steve Coleman liet als curator horen met wie hij muzikale verwantschap voelt zoals zijn mentor, de zingende drummer Doug Hammond, en van de nieuwe garde de jonge trompettist Jonathan Finlayson, die boeide met zijn stuiterende improvisaties.

De Noorse Mathias Eick had dan weer een heel andere sound. Zat je bij Finlayson wat ongemakkelijk te draaien op de rand van je stoel, Eick brengt jazz gemengd met klassieke invloeden en Noorse folkklanken. Mooi wijds improviserend kreeg hij de benauwde lage zaal Yenisei in vervoering. Echt wat je zoekt op North Sea Jazz: soms loeihard met een scherp randje in met avontuurlijke ritmestructuren, dan weer zacht in wolkige partijen, optillend en verlichtend.