Op zoek naar ijs voor in de pantykousjes

Als soigneur reist Ton de Vaan met zijn Belkin-ploeg mee in de Tour de France. Hij masseert, regelt hotels en zorgt dat er goed en voldoende eten en drinken is. „Hotel-ellende. Zoals wel vaker in Zuid-Frankrijk.”

Donderdag 4 juli

Bidons vullen, dat is iedere ochtend mijn eerste taak. Vandaag misschien wel tweehonderd. Daarna een stuk of 25 lunchpakketten klaarmaken voor de hele ploeg inclusief begeleiding, de volgauto’s vullen met bidons en eten voor de renners, de koffers van de renners ophalen en de vrachtwagens inpakken. Ons dagelijkse ritueel.

Ik vertrek samen met een andere verzorger een uur voordat de renners vertrekken. Wij doen de bevoorrading vandaag. Voor de start hebben we met de ploegleiding naar het parcours gekeken. We denken dat er veel wind in de rug zal staan bij de bevoorradingszone en dat door de snelheid weinig renners een etenszakje aan zullen pakken. De ploegleiding besluit dat wij achterin de zone moeten gaan staan. Zij krijgen gelijk, de renners schiet voorbij. Niemand pakt een zakje aan.

We gaan richting finish. Hier begint onze race: we moeten eerder dan de renners bij de finish zijn, maar mogen niet over het parcours rijden. We nemen het niet zo nauw met de verkeersregels. Bij de finish aangekomen worden we tegengehouden door de politie. Zij snappen niet dat wij ons werk moeten doen bij de renners. Als André Greipel de etappe wint, gaat de verzorger van zijn ploeg Lotto uit zijn dak. Meteen springen er zes agenten bovenop hem. Met zijn gezicht naar de grond en handen op de rug wordt hij in bedwang gehouden. Dat is niet voor het eerst. Van de week maar eens aan hem vragen hoe het gaat.

Vrijdag

Hotel-ellende. Zoals wel vaker in Zuid-Frankrijk. We hebben geen airco en met deze benauwde warmte is dat vreselijk. Ik heb net op Facebook gezet dat ik vannacht één van de twee hotelsterren van het dak ga schieten. De kamers zijn zo klein, dat we de bedden op elkaar moesten stapelen om ruimte te creëren voor de massagetafel.

Ik slaap in deze Tour op de kamer met Walter Boom. Hij is de vader van renner Lars en mecanicien bij de ploeg. Het is best gezellig met zijn tweeën, al slaap ik natuurlijk liever met mijn vrouw. Tijdens de drie weken Tour begrijp ik heel goed waar de uitdrukking oost west, thuis best vandaan komt. Ik heb iedere dag wel contact met het thuisfront, mijn oudste dochter is nu op vakantie. Even vragen hoe het gaat.

Morgen gaan we de bergen in dus ik hoop dat de jongens ondanks de warmte een beetje kunnen slapen.

Zaterdag

IJs, ijs en nog eens ijs. Ik ben vandaag de hele dag bezig met het regelen van ijs. Voor de renners vul ik pantykousjes met ijsblokjes. Dat helpt het beste ter verkoeling. Renners leggen die panty’s met ijs in hun nek. Voordeel van pantykousjes is dat het water er heel langzaam uitloopt. Nadeel is dat ik de hele dag op zoek ben naar ijsblokjes. Eerst uit onze eigen vriezer, daarna bij de start en vervolgens bij een tankstation. Zo kan ik tijdens de bevoorrading de auto’s van de ploegleiders met nieuw ijs aanvullen.

Ook zonnebrand en lipbalsem is niet aan te slepen. Ik ben niet naar de finish gegaan, maar ik kijk de finale in de bus die onderaan de berg was blijven staan. Mooi om te zien dat Bauke Mollema en Laurens ten Dam zo goed rijden.

Zondag

De laatste Pyreneeënrit en we staan er als ploeg goed bij. Dat verhoogt de sfeer binnen het team. Die is meestal goed, maar als we goed rijden zijn de mannen toch losser. Ook de aandacht van de media wordt steeds groter. Laurens moest net voor het masseren nog even snel live bij de NOS op de radio komen.

We hebben vandaag ook een lange verplaatsing van de Pyreneeën naar Bretagne gehad. Het grootste deel van de begeleiding doet de verplaatsing met de auto. Ik had het geluk dat ik samen met de renners, de ploegleider en de dokter met het vliegtuig mocht. Ik kijk de finale van de etappe vandaag in het hol van de leeuw, in het perscentrum. Normaal mogen wij als verzorgers daar niet komen, maar met de smoes dat ik de douches moet controleren die achter de persruimte zaten, kan ik doorlopen.

Maandag

Rustdag. Het is een cliché in het wielrennen, maar we hebben nooit rust op een rustdag. We maken de auto’s schoon en doen boodschappen. De voorraad moet weer worden aangevuld en we hebben nieuwe pantykousjes nodig. Daarna verzorgen we de renners, daar heb ik vandaag iets meer tijd voor dan op andere dagen. Die tijd neem ik dan ook.

Vanavond neemt de NOS De Avondetappe op vanuit ons hotel. Laurens en Bauke zitten aan tafel. Wij als personeel worden ingezet als decorstuk op de achtergrond.

Dinsdag

Ik heb een kamer met zeezicht, weer eens wat anders. Vanaf vandaag regel ik de hotels. Dat rouleren we altijd tussen de verzorgers. Nu stap ik na het ochtendwerk de vrachtwagen in en rijden we naar het volgende hotel. Daar inspecteer ik de kamers en regel de indeling van de kamers. Vaak, zoals vandaag, is het in orde. Soms moet ik wel van kamers wisselen. Want ja, ik kan het erg goed vinden met mijn kamergenoot Walter, maar ik ga niet met hem in een twijfelaar liggen.

Ook check ik of het eten is geregeld. Dat is niet het geval. Dit hotel heeft geen eigen restaurant dus laten ze het eten via een traiteur komen. Er is voor tien personen te weinig besteld. Dus krijgen de renners eten van onze eigen kok; eten voor het overige personeel van de ploeg wordt geregeld door de Tourorganisatie. Ons hotel is vlak bij de finish, dus ik zie de finale nog even. Iedereen van ons komt er goed doorheen. Nu even genieten van het uitzicht. De tijdrit is hier morgen ook, dus dan kan ik nóg een dag genieten van het uitzicht.

Woensdag 10 juli

Ik heb net twee keer gedoucht, maar nog steeds komt er zand uit alle hoeken en gaten. Het leek wel of we in Qatar zaten vandaag. De organisatie wil mooie plaatjes, dus lag de finish van de tijdrit bij Mont-Saint-Michel. Daar is geen ruimte voor de ploegen dus moesten wij de renners langs een zandpad verzorgen, waar de auto’s van de Tour constant langsrijden. Ik heb de hele dag in de stof gestaan.

Tijdritten zijn al niet mijn favoriete dagen. Ik sta dan de hele dag te wachten. Van tien tot zes in de brandende zon, volgens mij heb ik een lichte zonnesteek opgelopen. M’n armen doen zeer en mijn hoofd is rood. Het duurt zo lang, omdat de renners gespreid binnenkomen. We zoeken elkaar als verzorgers een beetje, om bij te praten. De verzorger van Lotto, die eerder deze week naar de grond was gewerkt, ook even gesproken. Hij was flink aangepakt zei hij, maar die agenten hadden al snel door dat ze fout zaten. Het hoort allemaal bij de Tour. Net zoals dat we vandaag dat zand staan te happen. De organisatie wil mooie plaatjes dus zijn de renners, de verzorgers en de begeleiding eigenlijk bijzaak.

Opgetekend door Matthijs Stapel