'Onderwijsbestel heeft opfrisbeurt nodig'

De vrijheid van onderwijs is nog niet vrij genoeg, vindt Sander Dekker. Ook mensen voor wie religie niet leidend is bij hun schoolkeuze, moeten een school kunnen oprichten.

Nederland heeft een uniek onderwijsbestel. Naast openbare scholen, die door de overheid zijn opgezet, hebben ouders sinds 1917 het recht een school te stichten die past bij hun levensovertuiging en dienen zij daarvoor financiering te ontvangen. „Dat is een groot goed”, zegt staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD). „Maar het bestel heeft wel een opfrisbeurt nodig.”

Toen de vrijheid van onderwijs in artikel 23 van de Grondwet werd verankerd, vocht elke religieuze zuil voor zijn eigen plek. Nu het geloof in de samenleving niet meer zo’n belangrijke rol speelt, vindt Dekker dat de levensovertuiging van de ouders niet langer bepalend moet zijn bij de stichting van een nieuwe school.

Daarom wil hij de interpretatie van artikel 23 verruimen. „Wie een goed idee heeft om een school op te zetten aan de hand van een bepaalde onderwijsfilosofie – met extra aandacht voor excellentie of ict bijvoorbeeld – en genoeg ouders vindt die hun kinderen willen inschrijven, kan dat straks gaan doen.”

Is hieraan behoefte bij ouders? Er zijn toch al scholen die veel doen met ict?

„Wie wensen heeft op het gebied van onderwijs en didactiek, kan zich wenden tot de bestaande schoolbesturen. Maar als die niet thuis geven, sta je nu met lege handen. Daar wil ik wat aan doen.

„Waar ik ook vanaf wil, is het automatisme dat in elke nieuwbouwwijk schoolbesturen van diverse denominaties hun plekje claimen: iedere buurt krijgt naast zijn openbare school een katholieke en protestants-christelijke school. Ouders in zo’n wijk moeten de kans krijgen een school op te zetten die het beste past bij hun wensen, of die nu met religie te maken hebben, of meer onderwijsinhoudelijk van aard zijn.”

Krijgen ouders ook meer inspraak op reeds bestaande bijzondere scholen?

„Ja. Als er op de gevel van een school staat dat die rooms-katholiek is, terwijl bijna niemand zich meer met dat geloof identificeert, dan wil ik dat ouders dat kunnen aankaarten bij het schoolbestuur. Het moet mogelijk worden dat een school van denominatie verandert.”

Kunnen ouders op die manier een coup tegen het bestuur plegen?

„Nee. Als ouders geen gehoor vinden voor hun wensen, kunnen ze de zaak voorleggen aan een landelijke geschillencommissie. Die brengt een zwaarwegend advies uit. Maar het is uiteindelijk het bestuur dat beslist of een school van kleur verschiet.”

Als ouders dit op grote schaal gaan doen, verandert het Nederlandse onderwijs sterk van karakter.

„Ik denk dat dit een proces is waar vele jaren overheen zullen gaan. Maar als dit er uiteindelijk toe leidt dat het onderwijsaanbod beter aansluit op de wensen van de maatschappij, dan is dat geen slechte zaak.”

Daar denken gelovige Nederlanders wellicht anders over.

„Ik ontneem hun geen rechten. Zij mogen nog steeds scholen opzetten die passen bij hun levensovertuiging. Ik vind alleen dat ook mensen voor wie religie niet leidend is bij hun schoolkeuze, het recht hebben een school te beginnen die het beste past bij wat zij belangrijk vinden.”

U ontneemt religieuze ouders wel de mogelijkheid thuisonderwijs te geven.

„Het recht op thuisonderwijs bestaat niet in Nederland. Wel is het nu zo dat wie in de buurt geen school kan vinden die past bij zijn religieuze overtuiging, voor zijn kinderen vrijstelling van de leerplicht kan krijgen. Die kinderen verdwijnen dan helemaal van de radar. Het is onduidelijk wat voor onderwijs ze thuis krijgen. Deze groep is niet groot, het gaat om enkele honderden leerlingen, maar is in de afgelopen tien jaar wel sterk gegroeid. Daar wil ik een eind aan maken. Ieder kind heeft recht op goed onderwijs, op school. Samen met leeftijdsgenoten.”

Veel kinderen met een religieuze achtergrond gebruiken nu door de overheid bekostigd vervoer om naar de school van hun keuze te gaan. Van die vergoeding wilt u misschien af.

„Dat wil ik in de toekomst bekijken, als duidelijk is welke gevolgen de bevolkingskrimp heeft voor de samenstelling van het scholenbestand. Misschien besluiten we dat ouders meer van die kosten moeten dragen, misschien dat we de vergoeding juist ook gaan betalen aan kinderen die ver moeten reizen zonder dat dit met hun levensovertuiging te maken heeft. Dat is nog onduidelijk. En natuurlijk kunnen kinderen ook gewoon fietsen naar school. Dat is gezond, en je ziet aan Bauke Mollema tot wat voor moois dat allemaal nog kan leiden.”