Nu te koop: Van Goghs die in 3D zijn geprint

Het Van Gogh Museum brengt samen met Fuji 3D-reproducties op de markt. Voor 25.000 euro kun je de verf ook voelen.

Het voelt als heiligschennis, om met je vingertoppen langs Vincent van Goghs Zonnebloemen te strelen. Om het reliëf van de bloemblaadjes op zijn Amandelbloesem te voelen, of met je nagel te blijven steken in een craqueléscheurtje op zijn Korenveld onder onweerslucht.

In het kantoor van Axel Rüger, directeur van het Van Gogh Museum, staan de doeken op ezels, alsof het om echte schilderijen gaat. In werkelijkheid zijn het reproducties – heel goede reproducties. Ze zijn afgedrukt op ware grootte, in 3D en met hoogwaardige kleuren. „De kwaliteit is baanbrekend”, zegt Rüger. „Dit is echt een nieuwe generatie van replica’s. Een wereldprimeur.”

Maandag zal het museum in Hongkong met vijf gereproduceerde Van Goghs een presentatie houden in het winkelcentrum Harbour City. Het museum hoopt in Azië kopers te vinden voor de replica’s. Met de opbrengst wil hij onder meer de nieuwe entree aan de Museumplein-zijde financieren. Voor die verbouwing, die eind dit jaar moet beginnen, is 15 miljoen euro nodig. Tweederde van dat bedrag is inmiddels binnen.

„Je moet het zien als een nieuwe vorm van cultureel ondernemerschap”, aldus Rüger. „We verwachten dat er op de Aziatische markt onder welgestelde particulieren veel belangstelling is voor dit product. En misschien hebben ook hotels wel interesse in meerdere exemplaren. ”

Het Van Gogh Museum is voor het project een exclusieve overeenkomst aangegaan met het Japanse bedrijf Fuji. Dat heeft een nieuwe technologie ontwikkeld, de zogenaamde reliefografie, waarbij de schilderijen eerst gescand worden met een laser. Daarna wordt een mal gemaakt van het schilderij. De hoge resolutie kleurenprint wordt vervolgens over de reliëflaag heen geprint. Het eindproduct wordt een Relievo genoemd. Het initiatief voor de samenwerking kwam van Fuji, vertelt Rüger. „Juist Van Gogh is voor deze nieuwe techniek van Fuji interessant, omdat hij zo pasteus heeft geschilderd.”

Op het eerste gezicht zijn de werken niet van echt te onderscheiden. De prints zijn gedrukt op schildersdoek, waardoor ze volgens Rüger „de feel” hebben van een schilderij. „Je hebt echt een vergrootglas nodig om te zien dat het niet echt is.” De replica’s zijn bovendien gevat in perfect nagemaakte lijsten, en ook aan de achterkant is veel aandacht besteed. Bij Korenveld onder onweerslucht pronken daar de vergeelde stempels van de musea waar het originele werk in de loop der jaren getoond is, in het New Yorkse MoMA bijvoorbeeld, of het Montreal Museum. Ook bevindt zich aan de achterzijde een onverwijderbaar zegel van Fuji. Rüger: „Dat zegel maakt duidelijk dat het geen echte Van Gogh is, maar ook dat het wél een echte Relievo is.” Elk werk is genummerd en geaccordeerd door een conservator van het museum.

Rüger benadrukt dat je de replica’s absoluut niet moet zien als ‘nepschilderijen’. „Dit is de nieuwste ontwikkeling in reproductietechniek van kunstwerken, die ooit begon met lithografie en zwart-witfotografie en via kleurenfotografie en digitale fotografie nu tot 3D-printen heeft geleid. In dat opzicht ligt de Relievo in het verlengde van de ansichtkaart.” En nee, het is dus nadrukkelijk géén vervalsing. „Deze werken zijn gedrukt. Een vervalsing zou door een andere schilder zijn nagemaakt. Dit is een mechanisch procedé.”

De replica’s moeten 25.000 euro per stuk gaan kosten. In totaal worden honderd exemplaren geprint, twintig per schilderij. Maar Rüger sluit niet uit dat bij succes hogere oplages zullen volgen. „Het is in de eerste plaats een commercieel product. Maar we willen dergelijke reproducties ook gaan gebruiken voor educatieve doeleinden. In onze huidige tentoonstelling Van Gogh aan het werk hangt bijvoorbeeld een fragment van een Relievo dat mensen mogen aanraken, om zo de kwaststreken te kunnen voelen. Wie weet, kunnen we ze in de toekomst wel inzetten om blinden en slechtzienden een betere beleving te bieden.”