Leef ’t leven nu, straks bestaat niet

In de rubriek ‘Het nabestaan’ praten mensen over verlies, rouw en hoe het leven verder gaat.Daaronder staat een necrologie van een niet per se bekende persoon.

Boven: „Michael, helemaal bovenaan, en de cast van de eerste productie van OpusOne, in 1988. Ik sta midden voor.” Rechts: „Michael enkele maanden voor zijn dood in New York. We zouden er aan zijn familie vertellen dat hij een dodelijke ziekte had. Uiteindelijk heeft hij dat niet gedurfd.” Links: „Michael en ik in 1985.”

„Mijn zakenpartner Maarten zag het twee jaar geleden op z’n Facebook-pagina: Paul de Leeuw was dolenthousiast over het toneelstuk The Normal Heart dat hij in New York had gezien. Het gaat over een hechte vriendengroep, zo’n vijfentwintig jaar geleden, in de eerste jaren van de aidsepidemie. Ze voeren een harde strijd tegen artsen en politici die proberen te verdoezelen dat een nieuwe, dodelijke ziekte is uitgebroken in de homoscene.

„Drie dagen later zaten we in New York in het theater. Toen wisten we het helemaal zeker: dit stuk gaan we naar Nederland brengen.

„Ik was heftig aangeslagen toen ik het stuk had gezien. Het gaat ook over mij, over Amsterdam in de tweede helft van de jaren tachtig. In 1985 had ik een relatie gekregen met Michael. Hij had naam gemaakt als danser in New York en werkte bij een gezelschap in Zürich. Hans van Manen was er bezig een ballet te zetten, zoals wij dansers dat noemen. Michael had last van een rugblessure en Hans zei: ‘Ga naar Amsterdam, daar ken ik een geweldige fysiotherapeut’.

„Zo heb ik Michael leren kennen, in het Amsterdamse danswereldje. Al snel trok hij bij mij in. We leefden voor de dans, allebei. Michael had al een carrière als danser achter zich, ik was volop bezig met de weg omhoog. Michael stimuleerde mij enorm: eindeloos veel plannen had hij – voor dansvoorstellingen, voor mij.

„In de loop van 1986 vermagerde hij sterk. Steeds vaker had hij keelontsteking, of darmproblemen of zo. Na een paar maanden kwam de diagnose: aids. We hadden ervan gehoord, natuurlijk, maar eigenlijk wisten we niks over die ziekte. Ja, het had met seks te maken, er gingen mannen aan dood. Het drong in het begin allemaal nauwelijks tot ons door.

„Michael wilde absoluut niet dat zijn ziekte bekend werd. Hij schaamde zich diep. Hij ging dikke jassen dragen, met grote sjaals om z’n nek. Hij was een grote, stevige, mooie man. Hij verborg zijn lichaam, dat steeds verder aftakelde.

„In zijn laatste maanden, die verschrikkelijk zijn geweest, heb ik wel tegen hem gezegd: ‘Je mag het leven loslaten, je hoeft niet meer te vechten’. Maar ja, we waren 28, 29 jaar – niet echt een leeftijd waarop je al wilt nadenken over de dood. Michael heeft tot z’n laatste snik voor z’n leven geknokt.

„Het is nu precies 25 jaar geleden dat Michael stierf. Mijn leven is in een sneltreinvaart doorgegaan. Ik speelde prachtige rollen, in musicals als Cats, Jungle Book, Alleen op de Wereld. We waren volop bezig ons eigen productiebedrijf op te bouwen.

„Nieuwe liefdes heb ik jarenlang afgehouden. Als ik mezelf daarvoor al tijd gunde, dan was er steeds het verdriet om Michael. Ik leefde voor m’n gevoel ook met een tijdbom in me: Michael had aids, dus zou ik het ook wel krijgen ...

„Tien jaar lang heeft de GG&GD m’n bloed extra in de gaten gehouden. Ze vonden me wel een interessant geval. Meestal kwamen ze toen pas met aidspatiënten in contact als die al ziek waren. Bij mij zouden ze misschien kunnen zien hoe de ziekte zich ontwikkelde in de allereerste fase – dat was de verwachting.

„Geremd heeft dit me wel, maar verlamd, nee, zeker niet. Ik heb een karakter dat zegt: ‘Wat je wilt, moet je doen’, en: ‘Je leeft om te leven’. Ik ben een boerenzoon uit Brabant. Dat heeft me gevormd. Toen ik negen jaar was, is mijn beste vriendje uit het dorp geschept door een auto. Dood. Toen ik achttien was, heb ik mijn oudere broer zien sterven, na een ongeluk bij het koppelen van een aanhanger aan een vrachtwagen.

„Ik was in die tijd net naar Amsterdam vertrokken. Mijn broer zou de boerderij overgenomen hebben. Ik zei: ‘Ik gooi m’n dansschoenen uit, ik doe m’n klompen weer aan’. Maar mijn vader zei, hoe kapot hij ook was: ‘Nee, je moet doen wat je hart je ingeeft. Ik kan niet langer geloven dat er een God is die een plan met ons heeft. Ieder mens moet z’n eigen weg kiezen’.

„Het is bijzonder dat we nu, precies vijfentwintig jaar na Michaels dood, het stuk The Normal Heart kunnen brengen. Het is geen kwestie van planning geweest, het komt zo uit. Dit stuk heeft ons uitgekozen, zo voel ik dat.

„Het heeft me zeer aangegrepen met deze productie bezig te zijn. Opeens kreeg ik last van vreselijke dromen, paniekaanvallen, die ik eerder niet heb gehad. De huisarts heeft me naar een psychiater gestuurd. Zijn diagnose was: ‘multiple loss syndrome’.

„Een stuk of tien gesprekken met de psychiater hebben me geholpen een laatje in m’n binnenste op te ruimen dat ik tot dan toe angstvallig gesloten had gehouden. Dat was nodig, dat is nuttig geweest. Waardoor ik nóg sterker voel: nú moet je het leven leven, want straks bestaat niet.”

Tekst

Reacties: via nrc.nl/hetnabestaan Twitter: #nrc #hetnabestaan

‘The Normal Heart’ van Larry Kramer is tussen 30 juli en 11 augustus te zien in het DeLaMar Theater, Amsterdam. Met: Frederik Brom, Henriëtte Tol, Freek Bartels, Thijs Römer, e.a. Regie: Job Gosschalk.Vertaling: Coot van Doesburgh