Lachen, als je een jaar of acht bent

Voor de vakantiekoffer maakt Thomas de Veen een keuze uit het aanbod van kinder- en jeugdboeken. Vier boeken voor de jonge lezer.

Maria van Eeden en diverse illustratoren: Lemniscaat Speelprentenboek. Lemniscaat, 80 blz, 12,50 euro, 4 jaar en ouder

Het heeft iets weg van een reclamefolder, maar dan wel een voortreffelijk uitgevoerde variant daarop. De jubilerende uitgeverij Lemniscaat viert haar vijftigste verjaardag met een boek waarin alle illustratoren uit het fonds in het zonnetje worden gezet. Maria van Eeden zette iedereen aan om een paginavullende illustratie te maken, zodat het een mooie reeks zoekplaten werd. Vind bijvoorbeeld in de tekening van Ingrid en Dieter Schubert de vijftien dieren en dingen die beginnen met een w. Overigens, net zo mooi is Het Gottmer prenten(doe)boek, waarin samenstellers Joukje Akveld en Annemarie Terhell vorig jaar ongeveer hetzelfde deden met bijvoorbeeld Rupsje Nooitgenoeg.

Andy Griffiths en Terry Denton: De waanzinnige boomhut van 13 verdiepingen. Vert. Edward van de Vendel. Lannoo, 245 blz, 9,99 euro, 7+

Voor de jongens die behalve het nieuwe Leven van een loser-deel een boek met meer van datzelfde zoeken: de Australiërs Andy Griffiths en Terry Denton maakten een boek met veel strips en veel melige kinderhumor, over een schrijver en een illustrator die in een boomhut van 13 verdiepingen wonen en in sneltreinvaart een nieuw boek moeten maken. Dat wil nog niet zo vlotten: liever verspillen ze een half uur aan ‘de domste hond van de wereld in de domste tv-serie van de wereld’. Waarna in 48 stripjes de synopsis van de (inderdaad vrij domme) serie gegeven wordt. Er volgen nog verwikkelingen met een ‘monstermeermin’, de avonturen van ‘Supervinger’ en een invasie van vliegende katten. Lachen, als je een jaar of acht bent.

Anna Woltz: Mijn bijzonder rare week met Tess. Querido, 167 blz, 13,95 euro, 9+

Of toch op zoek naar iets meer inhoud? Dé tip voor deze zomer is het nieuwste (en beste) kinderboek van Anna Woltz, over de Texelse vakantie van Samuel en Tess. De onbezorgde zomer van Samuel dreigt even in het water te vallen als zijn broer een been breekt, maar terwijl die met zijn vader naar het ziekenhuis op het vasteland is, ontmoet Samuel Tess, een eigenwijs meisje met een maffe missie. Haar vader heeft zij nooit gekend (haar moeder zette hem aan de kant voor hij wist dat ze samen een kind zouden krijgen), maar nu heeft ze zijn identiteit achterhaald en lokt ze hem onder valse voorwendselen naar het eiland. Ze wil hem toch eens een weekje uitproberen. Woltz maakte er een onstuimig en vrolijk (vakantie)boek van, terwijl het ondertussen ook over serieuze onderwerpen als familiebanden en sterfelijkheid gaat. Mijn bijzonder rare week met Tess is uiteindelijk een even indringend als gelukkigmakend boek.

John Green: Het Grote Misschien. Lemniscaat, 250 blz, 17,95 euro, 13+

Wie een puber aan het lezen wil houden (of krijgen), doet er goed aan om een boek van John Green in de vakantiekoffer te stoppen. Dat mag Een weeffout in onze sterren zijn (Lemniscaat, 264 blz. € 16,50), het boek waarmee hij dit voorjaar de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs kreeg en al een jaarlang hoog in de New York Times-bestsellerlijst prijkt. Bij ons is zijn even geestige als intelligente als ontroerende boek over twee jongeren met kanker nog nauwelijks doorgedrongen.

Of kies voor Greens debuut, de moderne kostschoolroman Het Grote Misschien, waarin de zestienjarige Miles kennismaakt met het knappe, enigmatische meisje Alaska – en daarmee met het ‘ware leven’. Op de campus volgen nachtelijke gesprekken bij gesmokkelde sigaretten, over seks én over sterfelijkheid, over het ‘grand peut-être’ waar de dichter Rabelais op zijn sterfbed over sprak. Green gebruikte de vaste stramienen en clichés van het kostschoolgenre om toch een volstrekt eigen en onvergetelijk verhaal te vertellen: aantrekkelijk én verrijkend, zoals ideale puberliteratuur zou moeten zijn.