Column

Krasse knar

Dus mijn generatie bestaat uit probleemdrinkers. Dat stond gisteren in de krant. Vooral de vutters onder ons. Verpletterd door te veel geld en tijd hangen ze lallend over hun bridgetafels, staan ze zwaaiend te putten op de golfbaan of staren ze apelazarus naar het scherm van hun laptop. Daar hebben ze last van twitterdiarree en kwaken ze dag en nacht hun meninkjes naar andere schermpjes. Ik tweet dus ik besta! Het onderwerp maakt niet uit. Twittertwitterhupsakee.

Je vervelen tot je dood mag. Wat een bestaan. Voor hen leg ik af en toe een dode wolf langs de weg. Een zogenaamd aangereden wolf. Dan hebben ze weer wat te kakelen en twitteren. Paar jaar geleden verzon ik een poema op de Veluwe. Was iedereen ook lekker lang zoet mee. Nu was het een wolf. Lag al een jaar of vijf in mijn vriezer. Te wachten op het goede moment. Waar leg ik hem neer? Dat dacht ik. Luttelgeest leek mij een mooie symbolische plek. Luttelgeest is een schitterende stip om in de zomer een dode wolf neer te leggen.

Deze week vroeg een aardige studente mij of ik een pensioen had opgebouwd. Ik antwoordde dat ik hoop dat, als het zover is, ik genaaid blijk. Net als de dichter/zanger Leonard Cohen ooit overkwam. Een manager was er een aantal jaren geleden met zijn gespaarde miljoenen vandoor en dat betekende dat hij weer moest gaan toeren. En hoe! Het zou betekenen dat, als ook ik besodemieterd blijk, ik op het podium moet blijven. Nou is dat de plek waar ik me nog steeds op en top thuis voel, dus dat is dan geen straf.

Ik gaf dat antwoord vanuit Lucca waar ik naar toe was gegaan om Cohen te zien zingen. Samen met zijn zangeressen en zijn werkelijk fantastische muzikanten speelde hij die avond de sterren van de Toscaanse hemel. Het Piazza Napoleone had kippenvel. Niet alleen de mensen. Ook de klinkers, de paleizen en de huizen. Wat een man. In september word hij 79. De dag na zijn concert in Amsterdam.

„Wat een baas”, zei mijn zoon.

„Wauw”, stamelde mijn dochter na zijn zoveelste gezongen hit.

En mijn vrouw keek alleen maar met een verzaligde blik die boekdelen sprak. Boekdelen? Bibliotheken.

Kelly Lynch heet de dame die zijn geld verdonkeremaand heeft. Prachtige naam voor een oplichter: Lynch! Vlak na zijn zeventigste kwam hij er achter en besloot hij om weer te gaan zingen. Overal en ergens. Paar jaar geleden zag ik hem in Olympia in Parijs en tijdens dat concert wist ik dat dit niet de laatste keer was. Dit wilde ik nog een keer zien. Dit moesten mijn kinderen meemaken.

Zijn woorden en muziek horen bij mijn eerste studentenkamer. Tijdens lange gesprekken met meisjes van wie je hoopte dat ze bleven slapen moest Leonard een beetje helpen. Zijn stem maakt de dames zacht. Nog steeds. Zijn muziek zit gebakken in mijn hart, hoofd en genen. Van Hallelujah tot Everybody knows tot Dance me till the end of love tot So Long Marianne tot Suzanne tot…… Hit na hit na hit na hit. En allemaal gezongen met een bescheidenheid die zijn weerga niet kent. Geen woord te veel. Geen noot te weinig. Topmuzikanten om zich heen, beeldschone zangeressen die hem met een onnavolgbare gratie meerstemmig ondersteunen. De taxichauffeur die ons naar het plein bracht had zich verbaasd. Er waren zoveel mensen naar Lucca gekomen. Uit Noorwegen, Zwitserland, Griekenland, Argentinië. En wij uit Amsterdam. Allemaal voor die meneer Cohen. Hij kende hem niet. Nooit van gehoord zelfs.

Naast mij liet een Italiaanse dame haar tranen de vrije loop. Haar man kon het niks schelen en snotterde een potje vrolijk mee. Het hele plein was één grote, zacht neuriënde familie. En Cohen speelde. Niks werken. Spelen. Nog lang niet toe aan dat muffe bridgen, dat suffe golfen of dat stomme zuipen. Muziek! Spelen! Vrouwen gek maken met je donkere stem en je mysterieuze blik. Samen met je band de zolderkamers bereiken. De zolderkamers van het Piazza Napoleone in Lucca. En mijn zolderkamer. Dank u Kelly Lynch! Dankzij uw jatwerk hadden wij een prachtige dinsdagavond!