‘Ik heb nooit mensen belazerd’

De Accountantskamer oordeelde deze week hard over Jaap ten Wolde: „ondeskundig, onzorgvuldig en onprofessioneel”. Tot zijn grote verbazing. „Ik voel me slachtoffer.”

Jaap ten Wolde: „Voor een schorsing moet je als accountant normaliter de belastingdienst flink hebben getild. Dat heb ik niet.” Foto Merlijn Doomernik

Jaap ten Wolde hoeft niet lang na te denken om deze week samen te vatten. „Rampzalig.” De accountant en oud-directeur van het door hemzelf in 2004 opgerichte Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten (BING) kreeg maandag een rode kaart van de Accountantskamer voor zijn onderzoek naar ‘de Wassenaarse seksrel’, waarin een wethouder werd beschuldigd van seksuele intimidatie van een raadslid. De voormalig registeraccountant kwam volgens het tuchtcollege onder meer ten onrechte tot de stelling dat „99,5 procent zeker” is dat de intimidatie niet heeft plaatsgevonden. Ten Wolde wil, na enige aarzeling, op zijn bestraffing reageren. „Dit interview moet mijn redding worden.”

Hoe is uw gemoedstoestand nu?

„Niet best. Een onterechte uitspraak en een harde straf die daar dan op volgt, zijn heel moeilijk te verteren.”

Ten Wolde vertelt over het moment waarop hij het vonnis las. „Ik dacht: dit kan niet waar zijn.” Zo is het tuchtcollege van mening dat Ten Wolde het onderzoek in Wassenaar had moeten staken omdat de drie klagers niet wilden meewerken. Ten Wolde: „Wij waren, en zijn, van mening dat we wel een conclusie konden trekken.”

De Accountantskamer rekent Ten Wolde die opstelling zwaar aan, omdat het niet de eerste keer is dat hij wordt berispt. Volgens de kamer heeft Ten Wolde „kennelijk geen lering getrokken” en is schorsing of zelfs royement „passend”.

Jaap ten Wolde, boerenzoon uit de Beemster, vertrok in 2003 na 33 jaar bij KPMG. Kort daarvoor was hij bestraft in de zaak Bram Peper. De oud-burgemeester van Rotterdam werd verdacht van geknoei met declaraties, wat leidde tot zijn vertrek als minister. KPMG onderzocht de zaak. Ten Wolde werd in 2002 met twee collega’s berispt omdat ze in hun werk „ernstig tekort waren geschoten”. KPMG moest Peper een schadevergoeding betalen.

Waarom begon u in 2004 BING?

„Ik zou met vroegpensioen gaan bij KPMG, maar wilde nog iets leuks doen. Na de Peper-affaire stopte KPMG met persoonsgerichte onderzoeken, net als veel andere bureaus. Alles wat een beetje rechercheachtig was, wilden ze niet meer. Maar de vraag naar dit soort onderzoeken nam juist toe.”

U zag een gat in de markt?

Lachend: „Een gaatje.”

Wat maakte BING een succes?

„We begonnen met pure feitenonderzoeken, zonder beoordeling. De keren dat we dat bij KPMG wel hadden gedaan, was de tuchtrechter daar kritisch over. Maar wij merkten al snel na de oprichting dat gemeenteraden niet alleen kale feiten wilden, maar juist ook een onafhankelijk oordeel. Toen hebben wij gezegd: we zijn buitenstaanders, apolitiek én onafhankelijk, dus dat gaan wij juist wel doen. Daar hebben we onze autoriteit mee verworven.”

En veel geld.

„Dat valt wel mee.”

Bent u financieel onafhankelijk geworden door BING?

„Dat was ik al na mijn vertrek bij KPMG.”

Er was regelmatig kritiek op onderzoeken van BING.

„Vast, maar nooit in de zin dat we er wakker van hebben hoeven liggen.”

In 2011 noemde hoogleraar Hans van den Heuvel, een autoriteit op het gebied van integriteit…

„Het is in ieder geval een bekende meneer die ook in dit veld opereert.”

... een door BING verricht onderzoek „niet omvattend en onvoldoende kritisch opgezet”.

„Met Van den Heuvel hebben wij soms een vakinhoudelijk verschil van inzicht.”

Hij is te strak in de leer?

„Zo zou je het kunnen zeggen. Hij zit dichter op de letter, BING ziet meer de hele context.”

Volgens de Accountantskamer zijn er meerdere, gegrond verklaarde klachten tegen u geweest.

„Onbegrijpelijk. Het zijn er twee.”

Ten Wolde staat op, doet zijn jasje uit en zet de airconditioning aan. „Allereerst die van Peper. Na de uitspraak in die zaak hebben we op advies van media-adviseurs besloten het erbij te laten zitten. Om van de negatieve publiciteit af te zijn. Daar heb ik nu enorme spijt van.”

In 2009 werd u opnieuw berispt.

„Dat betreft een casus waarin een burger wethouders beschuldigde van corruptie. Daar bleek na onderzoek niets aan de hand. Dat heb ik in mijn rapport beschreven. De klachten van de burger heb ik gekwalificeerd als „lasterlijk”. Daarvan heeft de tuchtrechter gezegd dat die kwalificatie is voorbehouden aan een rechter. Ik vond dat in de communicatie juist een passende mededeling. Daar ben ik voor veroordeeld.”

Klein bier?

„Ja, dat vind ik klein bier. Het illustreert ook dat de regels die gelden voor registeraccountants niet toepasbaar zijn op mijn werkgebied: integriteitsonderzoek. Want als je die regels loslaat op onderzoeken die BING doet naar machtsmisbruik of seksuele intimidatie, weeg je appels met een meetlat. In Wassenaar was de vraag: zijn daar tijdens een drankgelag seksuele volzinnen uitgesproken, of niet? Dat heeft niets met accountancy te maken.”

Wat weerhield u ervan de titel registeraccountant op te geven?

„Achteraf had ik dat misschien eerder moeten doen.”

Waarom deed u het niet?

„Ik werk ook voor het Instituut Financieel Onderzoek als registeraccountant. Maar als ik voor BING werk, doe ik dat als integriteitsexpert en niet als registeraccountant. BING wil ook niet geassocieerd worden met accountancy.”

Waarom liet u zich op 8 december 2012 alsnog uitschrijven als registeraccount?

„Ik werd 65. Dat vond ik een mooi moment. En ik hoef in mijn overlijdensadvertentie geen RA achter mijn naam te hebben staan.”

De titel begon steeds meer tegen u te werken omdat u op een ander speelveld acteerde.

„U moet begrijpen: we opereren in een uiterst complex veld waar de politieke wind uit alle hoeken waait. Dan kun je alleen maar overeind blijven als je echt zorgvuldig en onafhankelijk te werk gaat.”

In 2012 bent u bestraft omdat u „vaktechnisch tekortschoot” en „de uitvoering niet op orde” had.

„Dat is een casus met een topambtenaar in Schiedam. Daar ga ik nog tegen in beroep. Dus die telt niet mee.”

De Accountantskamer had u willen schorsen of zelfs royeren.

„On-be-grij-pe-lijk. Voor een schorsing moet je als accountant normaliter de belastingdienst flink hebben getild. Dat heb ik niet.”

Er zit een wereld van verschil tussen „onbegrijpelijk” en met rood van het veld worden gestuurd.

„Een speler kan gelijk krijgen dat die kaart onterecht is gegeven na bestudering van de tv-beelden. Dat zal hier ook gebeuren, denk ik.”

Wat is uw verklaring voor het harde oordeel van de kamer?

„Ik heb geen idee.”

Echt niet?

„Ik hoorde dat Michiel Werkhoven, de voorzitter van de Accountantskamer, zich onlangs in een toespraak ongelukkig toonde met het feit dat hij veel forensisch accountants ziet verschijnen bij de kamer. Dat begrijp ik. De praktijkhandleiding voor de beroepsgroep staat ook vol met vaagheden. Ik heb, toen ik voorzitter was van de forensisch accountants, geprobeerd om tot exacte regels te komen. Dat is niet gelukt. Helaas.”

Hoe serieus neemt u het oordeel van de Accountantskamer?

„Bloedserieus, want het berokkent mij ongelooflijke schade. Dit raakt mijn integriteit. Ik ben eerlijk, heb nooit mensen belazerd of wat ook.”

U klinkt als een slachtoffer.

„Dat is ook zo. Ik voel me slachtoffer.”

Waarvan?

„Er wordt ten onrechte iets geconcludeerd en daar wordt over gepubliceerd, waardoor een beeld wordt geschapen. Er zijn in al die jaren weinig onderzoeken tegen BING geweest. Nu zijn het meerdere zaken in één jaar.”

Hoe komt dat?

„Mensen zijn nu alerter om een rapport van BING een andere draai te geven en er is jaloezie. Het feit dat andere bureaus verliezen bij aanbesteding speelt ook mee.”

Nog één keer begint Ten Wolde aan een betoog. Dit keer over zijn stelling dat de accountants geen lering hebben getrokken uit de kredietcrisis. „De voorzitters van de vier grootste accountantskantoren gingen allemaal weg vorig jaar en gaven mooie afscheidsinterviews. Geen van de vier toonde enig reflectievermogen. Ze hebben nog steeds niets geleerd.”

Het cynische is dat precies dat verwijt u maandag trof.

„Dat is waar, maar ik kan de les in mijn twee onherroepelijke veroordelingen niet ontdekken.”

Hoe is het met uw reflectievermogen?

„Dat kan je niet van jezelf zeggen.

De Accountantskamer verwijt u recidivisme.

„Na mijn hoger beroep zal blijken of ik echt een recidivist ben.”