Energieakkoord zwakt regeerakkoord af

Door het energieakkoord dat kabinet, werkgevers, vakbonden en milieuorganisaties op hoofdlijnen hebben bereikt worden afspraken uit het regeerakkoord van VVD en PvdA afgezwakt. Het aandeel duurzame energie zou in 2020 16 procent moeten zijn, maar dat doel wordt nu verschoven naar 2023. Dit leidt volgens de Sociaal Economische Raad (SER) – adviesorgaan van het kabinet – tot „een forse lastenverlichting voor burgers en bedrijven ten opzichte van de afspraken in het regeerakkoord”.

Volgens minister Kamp (Economische Zaken, VVD) is het „heel bijzonder” dat zoveel verschillende organisaties tot een akkoord zijn gekomen. „Er is nu een uniek maatschappelijk draagvlak.” De afspraken moeten nog worden uitgewerkt en doorgerekend. Eind augustus wordt een definitief besluit genomen.

Ruim zeven maanden is met meer dan veertig partijen over het akkoord voor duurzame groei onderhandeld. „Een stelletje eigenwijze rakkers, maar dat heeft ons juist sterk gemaakt”, zegt SER-voorzitter Wiebe Draijer tegen deze krant. Hij leidde de gesprekken. Het akkoord heeft de overgang naar een duurzame economie „een enorme slinger” geven.

Natuur- en milieuorganisaties, werkgevers en werknemers zijn tevreden. Ook de regeringspartijen zijn positief. Oppositiepartijen zijn kritisch. GroenLinks (GL) noemt het akkoord „nog geen radicale trendbreuk”. Volgens GL wordt nog te veel rekening gehouden met „grootvervuilers”. D66 vindt dat er weinig concrete maatregelen zijn gepresenteerd en dat het akkoord zorgt voor „onvoldoende groene innovatie”. Jan Rotmans (hoogleraar duurzaamheid en transities) spreekt van „een gemiste kans”. Er zitten geen fiscale prikkels in en „we blijven CO2 uitstoten – daar zit nauwelijks een rem op – en we gaan ook niet op weg naar een andere manier van produceren”.

Energiedeal: Economie, pagina 6-7